Oncko Wttewaall van Stoetwegen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oncko Wttewaall van Stoetwegen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Oncko Quirijn Wttewaall van Stoetwegen
Geboren Rotterdam, 2 maart 1914
Overleden 6 maart 1991

Oncko Wttewaall van Stoetwegen (Rotterdam, 2 maart 19146 maart 1991) was een Nederlandse verzetsstrijder en een goede vriend van George Maduro. Zijn zus was de politica Christine Wttewaall van Stoetwegen.

Jeugd[bewerken]

Wttewaall van Stoetwegen werd op 2 maart 1914 geboren in Rotterdam. Hij was de jongste van de zeven kinderen van Henri Alexander Wttewaall van Stoetwegen en Catharina Cornelia van Swinderen. Henri was belastinginspecteur, terwijl Catharina zich bezig hield met religie. Hun adellijke afkomst werd niet van belang geacht. Het was belangrijk dat zij goede christenen waren. Hij had een moeilijke jeugd: in 1924 vertrok zijn broer Albert naar Amerika, in 1930 overleed zijn moeder, en in 1936 overleed zijn oudste zus aan tuberculose. Christine was periodes afwezig door ziekte. In 1941 overleed zijn vader aan Parkinson.

Na afronding van het gymnasium in 1935 besloot Wttewaall van Stoetwege om naar Utrecht te gaan voor de studie rechten.

In 1936 werd Wttewaall van Stoetwege opgeroepen voor de dienstplicht. Hij was daarvoor al opgeroepen voor de grenadiers, maar had uitstel gekregen. Hij werd naar de School voor Reserve-Officieren der Cavalarie gestuurd, waar hij George Maduro leerde kennen.[1] Samen reisden ze in het weekend terug naar Den Haag, waardoor ze elkaar regelmatig gesproken zullen hebben.

Rol in de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de meidagen van 1940 was Wttewaall van Stoetwege reserveofficier in het leger. Hij was gelegerd in de buurt van Den Haag. Na de Nederlandse capitulatie belde hij gefrustreerd zijn familie op. “Die rot-Engelsen hebben ons in de steek gelaten en de ritmeester is er vandoor gegaan!” Voor de rest liet hij weten dat hij ongeschonden was en dat het goed ging.

Na de meidagen is Wttewaall van Stoetwege naar een studentenkamer in Leiden verhuisd. George Maduro bleef vaak bij hem overnachten als deze niet het risico wilde nemen om naar zijn eigen kamer te gaan. Op den duur werd duidelijk dat George een permanent onderduikadres nodig had, waardoor Wttewaall van Stoetwege het idee voorlegde aan zijn zus Christine. In geval van nood kon Maduro daar terecht.

Zowel Wttewaall van Stoetwege als Maduro sloten zich aan bij het verzet. Samen zouden zij wapens uit Duitse barakken hebben gestolen.

In juni 1943 reisde Wttewaall van Stoetwege af naar België om naar Zwitserland te vluchten. Eerst voelde Maduro er weinig voor om mee te gaan, maar later bedacht hij zich en de twee hadden het plan om via Spanje naar Engeland af te reizen. In september 1943 werden zij, met enkele geallieerde piloten, verraden door Prosper Dezitter. Het verraad werd meteen duidelijk doordat de Duitsers wensten te weten wie de twee Nederlanders in de groep waren. Ondanks pogingen van de vliegeniers om hen te beschermen, werden ze eruit gepikt. De piloten hadden namelijk allemaal hun identificatieplaatjes nog. Wttewaall van Stoetwege en Maduro werden daarop afgevoerd naar de gevangenis van Saarbrücken. Daar ondernamen ze twee ontsnappingspogingen. De eerste keer mislukte doordat zij na een bombardement achterbleven om twee gewonde Polen uit te graven. Bij een andere poging wisten ze tot de poort te komen, waar ze gepakt werden door de directeur van de gevangenis.

Vanuit Saarbrücken werd Wttewaall van Stoetwege doorgevoerd naar Sachsenhausen. Vanuit daar maakte hij in april 1945 de dodenmars mee vlak voor de bevrijding. Samen met Johan Ringers werden zij in een groep van 1800 personen weggestuurd. Tijdens de mars offerde Wttewaall van Stoetwege zich op door iedere keer aan de windzijde te liggen als ze in het open veld moesten overnachten. Johan Ringers, de latere minister, was een van zijn medegevangenen. Ze raakten elkaar na 12 dagen kwijt.

Na de oorlog[bewerken]

Na de oorlog wilde Wttewaall van Stoetwege zich melden voor de mariniers. Er werd echter een plekje op zijn linkerlong gevonden, waardoor hij naar het ziekenhuis moest. Zijn zus Christine wilde graag dat hij zijn studie afmaakte, wat Wttewaall van Stoetwege uiteindelijk deed in 1946.

Op 22 december 1949 trouwde Wttewaall van Stoetwege met Machteld Wilhelmina van Loon. Ze zouden geen kinderen krijgen.

De rest van zijn leven bleef hij kampen met een trauma aan de oorlog. Meerdere malen wisselde hij van beroep. Hij ging onder andere aan de slag als advocaat-generaal, procureur, personeelschef en fabrikant.

Uiteindelijk overleed Wttewaall van Stoetwege op 6 maart 1991.

Wetenswaardigheden[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Kathleen Brandt-Carey, Ridder zonder vrees of blaam: het leven van George Maduro 1916-1945 (Houten, 2016) 108.
  2. Samuel de Korte, "George Maduro, de held van de gang", Mars et historia, 51.2 (2017) 27.