Onderbewindstelling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onderbewindstelling is een maatregel die een rechter kan nemen ten behoeve van een meerderjarige die vanwege zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand dan wel het hebben van problematische schulden niet goed zijn belangen van vermogensrechtelijke aard kan behartigen. De maatregel houdt in dat de rechter iemand als bewindvoerder over het vermogen van de persoon aanstelt. Het wordt ook wel beschermingsbewind genoemd, bedoeld ter bescherming van de persoon in kwestie en zijn of haar vermogen. Let wel: de rechter kan ook een bewindvoerder aanstellen die ten dienste staat van de belangen van de schuldeisers, de WSNP-bewindvoerder. Deze pagina gaat over beschermingsbewind.

Situatie in Nederland[bewerken]

In Nederland is onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen, kortweg onderbewindstelling, en ter onderscheiding van andere soorten bewind ook kortweg genoemd beschermingsbewind, geregeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (art. 431 e.v.). Deze regeling bestaat sinds 1982. De rechter geeft aan voor welke goederen en geldbedragen het bewind geldt. Het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOCVK) geeft aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering van het bewind.[1]

Het verschil met curatele is dat bij iemand voor wie een bewindvoerder is aangesteld, deze persoon handelingsbekwaam blijft. Iemand voor wie een bewindvoerder is aangesteld kan dus bijvoorbeeld wel zelf een testament maken, maar niet zijn huis verkopen. Iemand die onder curatele is gesteld, is handelingsonbekwaam en kan daarom ook niet zelfstandig een testament opmaken.

In bijzondere gevallen, namelijk als de bescherming ook betrekking heeft op de geestelijke vermogens van betrokkene, gaat het naast de goederen, ook om de persoon van betrokkene. Dit wil zeggen dat de rechter ook een last tot verzorging af kan geven aan bijvoorbeeld een verplegings- of verzorgingstehuis.

Bij schenken en nalaten kan de schenker, resp. de erflater bepalen dat het geschonkene / nagelatene onder bewind zal staan. Hiervoor is niet vereist dat de begiftigde de bekwaamheid mist om het geschonkene / nagelatene zelf te beheren.

De Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap [2] is op 1 januari 2014 in werking getreden. Verkwisting als curatelegrond is verdwenen en als grond voor beschermingsbewind toegevoegd. Ook zijn problematische schulden als grond voor beschermingsbewind toegevoegd (schuldenbewind). Net als al geldt voor curatele, worden ook mensen die in aanmerking komen voor een schuldenbewind, toegevoegd aan een openbaar register, waarin rechtsfeiten worden aangetekend die betrekking hebben op onderbewindstelling.

Per 1 januari 2014 geldt: Indien een meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel verkwisting of het hebben van problematische schulden, kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren. Ook de gemeente kan de rechter een verzoek doen tot instelling van een beschermingsbewind wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. De wenselijkheid van zo'n maatregel kan bijvoorbeeld blijken als een betrokkene voor schuldhulpverlening bij de gemeente terechtkomt.

Situatie in België[bewerken]

In België is het instellen van een voorlopig bewind geregeld in het Burgerlijk Wetboek, Titel XI (Meerderjarigheid, voorlopig bewind, onbekwaamverklaringen en bijstand van een gerechtelijk raadsman), Hoofdstuk I bis (Voorlopig bewind over de goederen van een meerderjarige) (Artikel 488bis). De eerste zin van dat artikel luidt

De meerderjarige die, geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, wegens zijn gezondheidstoestand, niet in staat is zijn goederen te beheren, kan met het oog op de bescherming ervan, een voorlopige bewindvoerder toegevoegd worden, als hem nog geen wettelijke vertegenwoordiger werd toegevoegd.

Het nemen van een dergelijke maatregel is de bevoegdheid van de vrederechter.

Zie ook[bewerken]