Onderwijs in Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In het onderwijs in Vlaanderen is er voltijdse leerplicht vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin de leerling 6 jaar wordt. Deze leerplicht duurt in de regel 12 leerjaren (zes jaar lager onderwijs en zes jaar secundair onderwijs). Vanaf 15 jaar kan ook aan de leerplicht worden voldaan in deeltijdse leersystemen DBSO en Middenstandsopleiding. Deze leerplicht komt niet overeen met schoolplicht. Kenmerkend voor het onderwijs in Vlaanderen is de indeling in onderwijsnetten en de bevordering van de gelijke onderwijskansen (GOK).

Structuur[bewerken]

Onderwijsnetten[bewerken]

Het officieel onderwijs[bewerken]

Het officieel onderwijs is het onderwijs georganiseerd door de openbare machten. Er zijn drie officiële gesubsidieerde onderwijsnetten in Vlaanderen. Typisch aan het officiële onderwijs is het feit dat men kan kiezen welke levensbeschouwelijke visie of godsdienst men volgt. Men heeft steeds de keuze tussen alle in Vlaanderen (België) erkende godsdiensten.

Het Gemeenschapsonderwijs (GO!)[bewerken]

Deze scholen werden vroeger de staatsscholen of rijksscholen genoemd. Zij worden ingericht door de Vlaamse gemeenschap, die daarvoor een Raad voor het Gemeenschapsonderwijs (RAGO) heeft opgericht. Zij communiceren als GO! onderwijs en bedienen zo'n 15 à 20% van de Vlaamse schoolbevolking.

Het provinciaal onderwijs[bewerken]

De provinciescholen hebben de Provinciebesturen als inrichtende macht en vormen samen de onderwijskoepel Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV). De scholen volgen hetzelfde leerplan als het gemeenschapsonderwijs.

Het gemeentelijk onderwijs[bewerken]

Dit zijn scholen die ingericht worden door de gemeentebesturen en samen de onderwijskoepel Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) vormen. De scholen beslissen onafhankelijk welk leerplan er gevolgd wordt.

Vrij onderwijs[bewerken]

Het confessioneel vrij onderwijs[bewerken]

Het confessioneel vrij onderwijs is onderwijs dat geïnspireerd is door een levensbeschouwelijke visie. Het grootste (vrije) net in Vlaanderen is het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO). Daarnaast zijn er ook de onderwijskoepels School met de Bijbel (protestants) en Jesjiva (joods). In deze scholen is de keuze van levensbeschouwelijke vakken niet vrij: het is automatisch de levensbeschouwing van het net waarvoor men kiest. De scholen werken met netgebonden leerplannen en onderwijsmethoden. Zolang ze aan de inrichtingsvoorwaarden van de Vlaamse gemeenschap voldoen, krijgen ook deze scholen subsidies voor personeels- en werkingskosten.

Het niet-confessioneel vrij onderwijs[bewerken]

Ook tot het vrij onderwijs behoren sommige "methodescholen", zoals de Steinerscholen, Freinetscholen en Montessorionderwijs. Deze scholen kiezen voor cultuurbeschouwing, met oog voor de verschillende levensbeschouwingen. Ook deze scholen worden gesubsidieerd zolang ze aan de inrichtingsvoorwaarden van de Vlaamse gemeenschap voldoen.

Kwaliteit[bewerken]

Sinds de onderwijsbevoegdheid van de Belgische federale overheid overgegaan is naar de Vlaamse overheid (1988) is de kwaliteit sterk verbeterd. In internationale vergelijkende studies scoort vooral het secundair onderwijs zeer goed, sinds 2000 herhaaldelijk in de top 10 (zie bijvoorbeeld PISA). Dit is één van de redenen waarom aan de grens wonende Nederlanders met duizenden (ruim 18.500 in 2006-2007) in Vlaamse scholen ingeschreven zijn[1] Ook Franstalige Belgen kiezen steeds vaker voor het Vlaamse onderwijs.

Ook in andere internationale vergelijkingen, zoals onder meer door de OESO, behoort het Vlaamse onderwijsniveau bij de wereldtop. Dat zegt echter niet alles. Het Vlaams onderwijs scoort eerder mager als het gaat over ongekwalificeerde uitstroom of de doorstroming van allochtone leerlingen. Het niveau op zich is dus wel hoog, maar daardoor worden heel wat leerlingen uitgestoten. Voor hen bestaat er geen vangnet om hen te laten bijbenen, zoals dat in Finland bijvoorbeeld heel sterk aanwezig is. Dat zoveel jongeren zonder diploma op de arbeidsmarkt terechtkomen, heeft onder meer te maken met het 'watervalsysteem'. Een gebrekkige studie-oriëntatie en vooroordelen tegenover technisch en beroepsonderwijs zorgen ervoor dat ouders hun leerlingen vaak eerst in het aso dwingen. Als blijkt dat ze daar niet op hun plaats zitten, 'zakken ze af' naar het technisch of beroepsonderwijs. Leerlingen voelen dat aan alsof ze gefaald hebben, met heel wat gedemotiveerde scholieren in die richtingen tot gevolg. Dit "watervalsysteem" heeft ook veel te maken met het wettelijk en emotioneel onderscheid dat in België nog altijd bestaat tussen arbeiders en bedienden.

Voor een vergelijking tussen de onderwijsstructuren in Vlaanderen en Nederland, zie Onderwijsstructuur (Vlaanderen en Nederland), waar de overeenkomstige fasen van het onderwijs zo veel mogelijk naast elkaar worden geplaatst.

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties