Onsterfelijken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Onsterfelijken, afgebeeld in Susa

De Onsterfelijken was de benaming van de Griekse historicus Herodotus voor een elitekrijgsmacht in het Perzische Rijk van de Achaemeniden. De Onsterfelijken waren zowel een keizerlijke garde als een legereenheid tijdens de Perzische Oorlogen.

Herodotus[bewerken]

Herodotus beschrijft de Onsterfelijken als de meest gevreesde legereenheid van het Perzische leger, bestaande uit precies 10.000 zwaar bewapende manschappen. Als één van deze soldaten gedood of ziek werd, werd deze meteen vervangen. Zo telde het aantal manschappen altijd 10.000, vandaar de naam "Onsterfelijken".

Geschiedenis[bewerken]

De Onsterfelijken speelden een belangrijke rol tijdens de verovering van Babylon door Cyrus II de Grote, de verovering van het Oude Egypte door Cambyses II en de verovering van koninkrijken in het westen van India door
Darius I. Verder speelden ze een bepalende rol bij de Slag bij Thermopylae en bezetten ze delen van het Oude Griekenland onder Mardonius.

Bewapening[bewerken]

De Onsterfelijken waren bewapend met schilden, korte speren, zwaarden of grote dolken en pijl-en-boog. Onder hun gewaad droegen ze een schubbenpantser. Het regiment werd gevolgd door een karavaan van rijtuigen, kamelen en muilezels die benodigdheden meevoerden, samen met concubines en bedienden.

Als hoofddeksel droegen de Onsterfelijken een Perzische tiara, mogelijk ter bescherming van het gezicht voor wind en stof in de Perzische vlaktes.