Onze kunst van heden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onze kunst van heden was een expositie, gehouden in het Rijksmuseum te Amsterdam in de winter van 1939-1940.

Vanwege de oorlogsdreiging waren de grote kunstwerken als De Nachtwacht in opdracht van de Nederlandse overheid uit het Rijksmuseum weggehaald en op een veilige plaats opgeborgen. Om de leeggekomen ruimte toch nuttig te kunnen gebruiken en bezoekers te trekken is een expositie gehouden met 750 kunstenaars en 3163 werken.

Ere-voorzitters waren de heer G. Bolkestein, minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, de heer A. baron Röell, commissaris van de Koningin voor de Provincie Noord-Holland en W. de Vlugt, burgemeester van Amsterdam. Beschermvrouwe was Hare Majesteit de Koningin.

In de brochure van de expositie schrijft museumdirecteur dr. F. Schmidt-Degener in het voorwoord over plaats en tijd van de tentoonstelling:
De plaats is die bij uitstek nationale plek: het Rijksmuseum. De druk van het ogenblik behoeft geen nadere omschrijving: wij doorleven de bezorgdheid van de kleine staten, die zich bedreigd gevoelen in hun onafhankelijke groei. De inzender: kunstenaars in groten getale en die ditmaal de vaandels van hun verenigingen hebben verruild voor de éne banier der Saamhorigheid en wier eenparig streven gesymboliseerd wordt, op het affiche, door het Geuze-motief der ineengeslagen handen.

bronnen[bewerken]

  • Expositiecatalogus, uitgave Rijksmuseum