Oorlogswinter (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Oorlogswinter
Auteur(s) Jan Terlouw
Illustrator Jan Wesseling
Land Nederland
Taal Nederlands
Oorspronkelijke taal Nederlands
Onderwerp Oorlog
Genre Jeugdliteratuur, fictie, oorlogsroman
Uitgever Lemniscaat
Uitgegeven 1972
Pagina's 164
ISBN-code 9789060691182
Verfilming Oorlogswinter (televisieserie)
Oorlogswinter (film)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Oorlogswinter is een in 1972 verschenen jeugdboek over de Tweede Wereldoorlog van de Nederlandse schrijver Jan Terlouw. De hoofdpersoon is Michiel, een 15-jarige jongen die tijdens de hongerwinter (1944-45) gaandeweg steeds verder betrokken raakt bij illegale activiteiten. Gaandeweg krijgt hij een enorme verantwoordelijkheid.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De vader van Michiel van Beusekom is burgemeester van het dorp De Vlank. Michiel kan door de oorlog niet meer naar school. Hij helpt zijn ouders nu met het onderdak bieden aan en verzorgen van de "trekkers" op doorreis die elke dag bij hen thuis komen rusten. Deze personen komen uit het hongerlijdende westen en zijn op zoek naar voedsel in het landelijke noordoosten.

Michiels buurjongen, Dirk Knopper, zit bij de ondergrondse. Dirk is van plan om samen met twee anderen het distributiekantoor in Lagezande te overvallen. Voor het geval er iets misgaat geeft hij aan Michiel een brief. Michiel verbergt de brief in het kippenhok. Als Dirk 's avonds bij de overval in een hinderlaag loopt en gevangen wordt genomen, moet Michiel de volgende dag de brief naar een ander lid van de ondergrondse, Bertus van Gelder ( "Bertus Hardhorend") in Lagezande brengen. Dan blijkt Bertus ook al te zijn gearresteerd. Michiel besluit de brief nu zelf te lezen en ontdekt dat Dirk al enkele weken een gewonde Engelse piloot verbergt in een schuilplaats midden in het bos. De brief is een verzoek aan Bertus om de piloot te verzorgen, maar aangezien Bertus nu gearresteerd is beseft Michiel dat hij deze taak nu zelf op zich moet nemen.

Michiel vraagt zich intussen af of Schafter, die ervan wordt verdacht lid te zijn van de NSB, degene is die Bertus, Dirk en de twee andere overvallers van het distributiekantoor verraden heeft. Onderweg naar Bertus met de brief kwam Michiel Schafter toevallig tegen, maar Michiel heeft niets tegenover Schafter losgelaten.

Michiel verzorgt Jack, de piloot, die zit verborgen in een door Dirk aangelegd hol. Michiel betrekt ook zijn zus Erica bij de verzorging van Jack omdat zij een EHBO-cursus heeft gevolgd. Erica en Jack worden verliefd op elkaar. Jack leert gaandeweg, mede door toedoen van Erica, redelijk goed Nederlands te spreken. Het lukt Michiel om een brief aan Jacks moeder in Groot-Brittannië te krijgen dankzij de bemiddeling van "oom" Ben. Dit is een goede vriend van Michiels ouders die veel bij de Van Beusekoms over de vloer komt. Naar eigen zeggen is oom Ben in het verzet actief, waar hij zich vooral bezighoudt met het vervalsen van documenten.

De Duitsers vinden een dode soldaat in het bos vlak bij Jacks schuilplaats. Uit wraak gijzelen ze tien mensen uit het dorp, onder wie de burgemeester, die ze doodschieten samen met vier anderen.

Michiel raakt nog dieper betrokken bij de illegaliteit als hij twee vermomde joden de IJssel overzet met behulp van het paard en wagen van de barones, de douairière Weddik Wansfeld. Onderweg komt Michiel Schafter tegen, maar hij doet alsof hij Schafter niet ziet. De Duitsers proberen later de barones te arresteren, maar deze verzet zich totdat de Duitsers haar uiteindelijk doden. Ook de veerman wordt gearresteerd. Michiel heeft kort daarvoor Schafter gesproken, die iets in de gaten leek te hebben.

Dirk ontsnapt uiteindelijk, maar is in concentratiekamp Amersfoort gemarteld en is ernstig gewond geraakt aan zijn voeten. Desondanks is hij van Garderen, waar hij samen met acht anderen uit een trein is gesprongen, terug komen lopen naar De Vlank. Om ook hem van voedsel te kunnen voorzien, vraagt Michiel zijn buurvrouw, Dirks moeder dus, om elke week een voedselpakket klaar te maken voor haar zoon. Dirk blijft dan ondergedoken in hetzelfde hol als Jack. Hij onthult wel een vreselijk geheim: hij is het die de gevonden Duitse soldaat heeft vermoord toen die op het punt stond Jack dood te schieten. Daarmee is Dirk dus in zekere zin verantwoordelijk voor de dood van de vader van Michiel en Erica. Dirk vertelt ook dat Schafter een ander lid is van de ondergrondse en dus best geweten kan hebben van de overval. De vraag blijft echter waarom Schafter, indien hij inderdaad als mol opereerde, de hele ondergrondse niet al lang heeft opgerold.

Michiel overlegt met een van de weinige personen die hij nog echt vertrouwt: oom Ben. Op advies van oom Ben verzint Michiel een list om Schafter door de mand te laten vallen: hij doet bij Schafter een briefje in de bus met daarop zogenaamd een geheime boodschap voor de Duitsers dat er in het gebouwtje van het Rode Kruis wapens verstopt zijn. Kort daarop doen de Duitsers inderdaad een inval in het gebouwtje. Die avond belt Schafter echter bij Michiel thuis aan; hij blijkt te weten dat het briefje van Michiel afkomstig was. Schafter verzekert Michiel dat alle verdenking die Michiel jegens hem koestert ongegrond is.

Als Jack redelijk genezen is en het bovendien net lente wordt, wil hij graag terug naar zijn luchtmachtbasis om weer mee te vechten. Om dit voor elkaar te krijgen, verzint Michiel een plan om Jack met behulp van oom Ben weg te smokkelen. Hij neemt oom Ben apart en vertelt hem het hele verhaal. Op het moment dat oom Ben Jack met Erica's hulp ophaalt in het hol waar Jack ondergedoken heeft gezeten, realiseert Michiel zich ineens dat de verrader van Dirk, Bertus en de barones niet Schafter, maar oom Ben is. Een dag nadat Michiel oom Ben had verteld over de manier waarop de barones illegalen hielp ontsnappen, bleken de Duitsers ineens alles hierover te weten. Oom Ben heeft ook het gesprek tussen Michiel en Dirk in de schuur afgeluisterd toen hij in de tuin ernaast houtjes aan het hakken was. Op een andere manier konden de Duitsers onmogelijk alle details van de overval kennen. De avond dat Dirk werd gevangen heeft Michiel oom Ben – die op zoek was naar de brief – nog op zijn kamertje betrapt. De brief aan Jacks moeder kon zo snel worden verstuurd omdat oom Ben (die de voornoemde brief zelf blijkbaar niet heeft bekeken) met de Duitsers had afgesproken het Rode Kruis niet te hinderen.

Michiel kan Jack en Ben nog net op tijd staande houden en hij houdt oom Ben vervolgens onder schot. Met zijn drieën gaan ze terug naar het hol, waar Dirk nog is. Ben van Hierden − oom Bens echte naam − wordt vastgebonden en ondervraagd. Hij blijkt een fanatiek nationaal-socialist te zijn en had afgesproken Jack persoonlijk naar de Duitse commandant te brengen, zoals blijkt uit een uitnodiging die ze in zijn broekzak vinden. Ben van Hierden wordt de volgende dag overgeleverd aan de leider van de ondergrondse van De Vlank, Michiels vroegere leraar meester Postma. Van Hierden ontsnapt, maar sterft vervolgens door een ontploffing veroorzaakt door een Britse Spitfire die een munitiewagen onder vuur neemt. Michiel en meester Postma weten de ramp te overleven dankzij eenmansgaten.

Nadat het dorp is bevrijd, komt Michiel erachter dat Schafter juist een verzetsheld is: hij verborg drie joodse onderduikers. Zijn pro-Duitse houding was een dekmantel. Schafter heeft drie jaar bij het verzet gezeten. Het waren tevens Schafters onderduikers die Michiel bij het huis van Schafter zagen. Hierdoor wist Schafter dat Michiel hem het briefje had toegespeeld; de Duitse inval in het Rode Kruis-gebouw was toeval, of misschien ook een list van oom Ben.

Als Dirk en Michiel na de oorlog samen een wandeling maken komen ze de derde man van de overval tegen, Gert. Het blijkt dat Gert de parachute van Jack waarin Dirk de dode Duitse soldaat had gewikkeld om het op een oorlogshandeling te laten lijken al eerder had gevonden en meegenomen. Goede stof was immers na dik 4 jaar oorlog schaars en ze konden de parachutestof goed gebruiken om kleren van te maken. Natuurlijk was dit zeer onverantwoordelijk gedrag, maar Dirk en Michiel besluiten het er niet meer over te hebben.

Bekroningen[bewerken]

Het boek kreeg in 1973 de Gouden Griffel en verscheen in 1974 in de Honour List van de Hans Christian Andersen Award.[1] Oorlogswinter werd onder dezelfde titel verfilmd door Martin Koolhoven.

Achtergronden[bewerken]

  • Het verhaal speelt zich af in een fictief deel van de noordelijke Veluwe. De bij naam genoemde dorpen (De Vlank, Lagezande e.d.) bestaan niet echt.
  • Het verschil tussen 'goed' en 'fout' blijkt een stuk vager dan het op het eerste gezicht lijkt. De vermeende verzetshelden Dries Grotendorst en oom Ben blijken respectievelijk een zwarthandelaar en een verrader. De echte helden in het verhaal zijn vooral de vermeende NSB'er Schafter, de bescheiden schoolmeester Postma die in werkelijkheid het verzet leidt, en Michiel zelf en zijn zus. Dirk is enerzijds een verzetsheld, maar anderzijds degene die indirect verantwoordelijk is voor de dood van de burgemeester. Daarnaast is het een Duitse soldaat, ofwel de grote vijand in de rest van het verhaal, die het leven redt van Michiels broertje Jochem als die alleen op een compleet vermolmd dak is gekropen.
  • Het verhaal is grotendeels autobiografisch.[2]

Televisie en film[bewerken]

De VARA begon in september 1975 met de vertoning van de televisieserie Oorlogswinter, gebaseerd op het gelijknamige boek van Terlouw. Aart Staartjes regisseerde deze serie en het werd niet alleen een succes bij de jeugd, maar ook bij volwassenen. De acteurs waren onder meer: Paul Röttger, Leontien Ceulemans, Lies Franken, Ton Lensink en Sacco van der Made. In 2006 verscheen de televisieserie op dvd.

De verfilming Oorlogswinter door Martin Koolhoven ging in première op 27 november 2008. De film was succesvol in Nederland en België. In Nederland bekeken meer dan 750.000 mensen de film in de bioscoop.[3] In 2011 ging een gelijknamige musical in première.