Op Hees

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Sterke twijfel aan of feiten gehaald zijn uit alleen het rapport gezien de eerste bronclaim ' Persoonlijke communicatie Gebiedsbeheerder
Dit sjabloon is geplaatst op 21 juni 2019.
Vraagteken
Op Hees
Natuurgebied
Op Hees (Utrecht)
Op Hees
Situering
Land Nederland
Locatie provincie Utrecht
Coördinaten 52° 10′ NB, 5° 16′ OL
Dichtstbijzijnde plaats Soest
Informatie
Beheer ASR en Natuurmonumenten
Foto's
Pijnenburgerlaan
Pijnenburgerlaan

Op Hees is onderdeel van Laag Hees en werd vernoemd naar het niet meer bestaande gehucht Hees. Het gebied is 76 hectare groot en was vroeger onderdeel van Landgoed Pijnenburg. Het besloten landgoed karakter is goed behouden door de tijd heen. Het gebied wordt gekenmerkt door kleinschalige ontginning van woeste gronden. Dit is goed terug te zien in de agrarische verkaveling. Hierbij worden graslanden en akkers afgewisseld met lijnvormig landschap als lanen, sloten en houtwallen. De lanen worden gemarkeerd door imposante bomen die als ware het skelet vormen van het landgoed. Op de hoger gelegen delen van Op Hees zijn tevens aangeplante bossen aanwezig.

Het gebied is gelegen aan de zuidwesterzijde van Soest. Aan de noordoostzijde wordt het gebied begrensd door de Wieksloterweg, aan de zuidwestzijde door natuurgebied De Zoom. Via ecoduct Op Hees over de spoorlijn Den Dolder - Baarn is het gebied verbonden met het natuurgebied bij vliegbasis Soesterberg. Het gebied ligt hiermee in de Laagte van Pijnenburg aan de voet van de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en ’t Gooi. Het is eigendom van ASR (en een klein deel van Natuurmonumenten) en vormt een belangrijke verbindingszone in de ecologische hoofdstructuur van Nederland.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het gebied van Op Hees heeft zijn grondslag te danken aan het stuwwalcomplex van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi. In de voorlaatste ijstijd heeft ijs de zandgrond opgestuwd. In de vierde ijstijd is de Laagte van Pijnenburg ontstaan door uitstuiving op de lemige ondergrond. Door deze lemige onderlaag bleef regen- en kwelwater lang staan.

Tot laat in de middeleeuwen was Op Hees een onontgonnen gebied. Toentertijd werden de woeste gronden in het gebied gebruikt als potstalcultuur (traditioneel landbouwsysteem). Boeren en herders lieten hun vee hier grazen. Er was toen vrijwel nog geen bos. Het naaldbos is pas later aangeplant. De ontginning van het gebied begon met de aanleg van de Praamgracht in 1398 door de bisschop van Utrecht. Hierdoor was het makkelijker om het gebied te ontginnen en ontdoen van water. Een jaar later in 1399 werd Laag Hees ontgonnen door de Utrechtse Paulusabdij. Het resulterende strokenverkaveling is nog steeds zichtbaar in Op Hees.

Amsterdamse kooplieden en regenten hebben in de 17e eeuw een aantal buitenplaatsen, waaronder Drakensteyn, Soestdijk, Ewijckshoeve en Pijnenburg gesticht in de omgeving van Op Hees. Op Hees maakte onderdeel uit van het landgoed Pijnenburg dat in 1647 is gesticht. Het landhuis en het park van Landgoed Pijnenburg liggen buiten het beheerde gebied van Op Hees. Op de beheerde gronden heeft voornamelijk landbouw en veehouderij plaatsgevonden. Hierdoor wordt het landschap tegenwoordig gekenmerkt door een afwisseling van lanen, akkers, bossen en weilanden[1].

Ecologie[bewerken | brontekst bewerken]

Op Hees is landschappelijk goed bewaard gebleven. Voorbeelden hiervan zijn de kleinschalige landschappen in de Laagte van Pijnenburg en de overgang van de bosrijke hogere zandgronden naar het laaggelegen open polderlandschap van het voormalige Zuiderzeegebied. De afwisseling van graslanden, akkers en bossen die voor Op Hees kenmerkend zijn is op vele andere plaatsen in Nederland verdwenen. Bijbehorende houtwallen, singels en sloten op perceelsgrenzen zijn elders veelal verdwenen of in verval geraakt. Met name dieren zijn afhankelijk van de afwisseling van de verschillende biotopen. De bossen bieden dieren schuil- en broedplaatsen die van een veel hogere kwaliteit zijn dan de grootschalige bosgebieden op de Heuvelrug. De graslanden hebben in Op Hees een natuurlijker karakter. Hierdoor zijn deze graslanden waardevoller als foerageergebied dan de soortenarme productiegraslanden in de omliggende gebieden[1].

Bossen[bewerken | brontekst bewerken]

In Op Hees hebben bossen een belangrijk aandeel in het totale oppervlakte van het natuurgebied. Van de 76 hectare is er 25 hectare aan bosgebied aanwezig in Op Hees. De bossen in Op Hees zijn voornamelijk aangeplant als productiebos en zijn daardoor erg monotoon. De afgelopen decennia heeft Natuurmonumenten het bosgebied omgevormd tot meer natuurlijke structuur. Bomen met verschillende leeftijden en groottes en van verschillende soorten zijn in deze gebieden aangeplant. Dankzij de nieuwe beheerstrategie van Natuurmonumenten bestaat het bosgebied grotendeels uit gemengd inheems bos en zijn uitheemse boomsoorten als douglas, Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers flink teruggedrongen. De uitheemse bomen groeien nu nog in het noordoostelijk bosperceel en langs de Wieksloterweg ten zuiden van de Turfweg[1].

Grasland[bewerken | brontekst bewerken]

Grasland in Op Hees.

De graslanden in Op Hees worden voornamelijk verpacht. Hier wordt dus intensief productielandbouw bedreven. In het noordwesten heeft Natuurmonumenten de vrije beschikking over enkele graslanden ter weerszijden van de Staalwijklaan. Omdat graslanden met een meer natuurlijk karakter meerdere planten- en diersoorten herbergen die niet in gangbare boerenweides voorkomen wordt hier ingezet op verschraling en een meer natuurlijke structuur en soortensamenstelling. Nadat het vanaf 15 juni is gemaaid begrazen runderen deze graspercelen. Ruigtevegetaties en begroeiingen van greppels en langs slootkanten dragen hier ook bij aan[1].

Beheer[bewerken | brontekst bewerken]

In het beheer van Op Hees wordt ernaar gestreefd om het te behandelen als een cultuurlandschap. Dit houdt in dat de originele percelering aan wordt gehouden, maar dat er wel wordt gestreefd naar een landschap met een zo divers mogelijke inheems biodiversiteit.

Zo het wordt bossige gedeelte, dat ooit een productiebos was voor douglassparren, omgevormd tot dennen-eiken-beukenbos. Dit wordt gedaan d.m.v. het omzagen van de uitheemse sparren en amerikaanse eiken die er te vinden zijn en het stimuleren en aanplanten van eiken en beuken.

De graslanden van Op Hees, waar vroeger gras werd geproduceerd om vee mee te voederen wordt ontwikkeld tot vochtig hooiland, in een poging schaarse kruidensoorten terug in het landschap te brengen. Dit wordt enerzijds bewerkstelligd door zoveel mogelijk regenwater en kalkrijk kwelwater vast te houden en anderzijds door ongeveer twee keer per jaar te maaien en het maaisel af te voeren. Hierdoor wordt langzaam de overmaat aan stikstof en fosfaat uit het landschap gehaald, waardoor er minder grassen zullen gaan groeien en in de toekomst hopelijk meer kruiden.

Tot slot wordt een aantal invasieve soorten ook actief bestreden; dit zijn onder andere de japanse duizendknoop, de reuzenbalsemien en de reuzenberenklauw[1].

Noemenswaardige soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Flora en paddestoelen[bewerken | brontekst bewerken]

De bossen in Op Hees waren in eerste instantie bedoeld als productiebos. Daarom stonden er veel uitheemse soorten, zoals de douglas, Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers. Er is aan gewerkt om de aantallen van uitheemse soorten terug te brengen, zodat inheemse soorten zoals de zomereik meer ruimte krijgen. In de bossen zijn ook dubelloof, hengel en de wespenorchis te vinden. Een stuk zeldzamer is het hoogveenlevermos, wat op de overblijfselen van een oude kade groeit. Ook een bedreigde soort paddenstoel, het veentrechtertje, is gezien in Op Hees[1].

In de graslanden zijn geen zeldzame planten gevonden, maar de aanwezigheid van de pinksterbloem duidt op potentie. De pinksterbloem groeit namelijk alleen op verschralende grond, waarop ook veel andere kruiden goed groeien. De grootste diversiteit van de graslanden is te vinden in de greppels en rondom de sloten. Daar zitten o.a. snavelzegge, melkeppe, veldrus, holpijp en moeraswederik[1].

Fauna[bewerken | brontekst bewerken]

In de bossen van Op Hees zijn verschillende broedvogels te vinden. Van de boomklever en kleine bonte specht, die beide op de rode lijst staan, is bekend dat ze er een aantal territoria hebben. Ook van de bosuil, grauwe vliegenvanger en matkop zijn territoria gevonden. In de graslanden is het doel om de patrijs onder te brengen, maar dit is nog niet gelukt. Er is in 2000 wel een territorium van de kievit gevonden[1].

Ook vleermuizen hebben er hun plekje gevonden in Op Hees. De ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis gebruiken vooral de lanen als jachtgebied, maar de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger jagen ook in de halfopen bosdelen. Ze jagen echter niet in de graslanden. Waarschijnlijk zijn de omstandigheden daar niet goed genoeg voor hun prooi, waaronder meikevers en langpootmuggen. De bomen in de laanbomen zijn ook heel belangrijk voor de vleermuizen als verblijfplaats[1].

Er zijn boommarters gevonden in de bossen, maar nog geen nestbomen. Van de das is daarentegen wel een burcht bekend. Verder komen er reeën in het gebied voor. Ze worden elk jaar geteld en in 2015 waren het er 15[1].

Waterpoel in een grasland in Op Hees.

De poelen, die verspreid liggen over Op Hees, zijn de voorkeursplekjes van reptielen en amfibieën. De aanwezigheid van zowel ringslang als kamsalamander is daar vastgesteld. De kamsalamander is in twee van de poelen waargenomen. Ringslangen worden eigenlijk in heel Op Hees waargenomen, maar zitten vooral in het rabattenbos en de daar gelegen ontwateringsslootjes. In het bos komen verder niet veel reptielen voor. In 2008 en 2009 is de hazelworm nog waargenomen. Deze zit vaak in o.a. bosranden[1].

De graslanden herbergen een aantal insecten, waaronder grasvlinders en sprinkhanen. Van de grasvlinders hebben groot dikkopje, bruin zandoogje en oranjetipje kleine populaties in de graslanden. Het aantal sprinkhanen is beperkt. Libellen worden ook aangetroffen in Op Hees. Er zijn in totaal twaalf soorten gevonden, die in de bosranden en graslanden komen om te foerageren. Daarvan zijn er twee soorten, de paardenbijter en de grote keizerlibel, die zich zouden kunnen voortplanten in een van de poelen van Op Hees. Voor de andere soorten zijn de omstandigheden niet gunstig genoeg[1].

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]