Opdecimes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De opdecimes of opdeciemen bepalen in België de voorgeschreven verhoging van strafrechtelijke geldboeten bij muntontwaarding. Het boetebedrag in de strafwet wordt verhoogd met een bepaald aantal opdecimes; het aantal opdecimes wordt periodiek aangepast om gelijke tred te houden met de muntontwaarding.

De opdecimes worden vastgesteld door de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten.

Aanhalingsteken openen

Artikel 1: Het bedrag der strafrechtelijke geldboeten uitgesproken door de hoven en rechtbanken krachtens het Strafwetboek en de bijzondere, zelfs van na deze wet daterende wetten en reglementen, wordt met vijftig decimes verhoogd, zonder dat die verhoging het juridisch karakter van die boeten wijzigt.

Aanhalingsteken sluiten

Sinds 1 januari 2017 geldt een verhoging met 70 opdecimes.

Een voorbeeld[bewerken]

Zoals een centiem een honderdste was van de frank, zo is een deciem een tiende van een bedrag. Verhogen met zeventig opdeciemen wil zeggen dat het boetebedrag voorzien in de strafwet verhoogd wordt met 70 tienden ('decimes') van dat bedrag, wat in de praktijk neerkomt op vermenigvuldigen met acht.

Artikel 230 van het Strafwetboek bepaalt dat hij die in het openbaar een adellijke titel aanneemt die hem niet toekomt, gestraft wordt met een geldboete van tweehonderd tot duizend euro. Deze bedragen moeten verhoogd worden met de opdecimes.
De minimumgeldboete is daardoor 200 [= het basisbedrag] + (20 [= 1 deciem van 200] x 70 [= het aantal decimes]) = 1.600 euro. De maximumgeldboete is (eenvoudiger geteld) 1.000 x 8 = 8.000 euro. Wie in het openbaar een adellijke titel aanneemt die hem niet toekomt kan dus gestraft worden met een geldboete van 1.600 euro tot 8.000 euro.

Periodieke aanpassing van het aantal opdecimes[bewerken]

De opdecimes worden om de zoveel jaar gewijzigd. Oorspronkelijk (wet van 24 juli 1921) was de verhoging met 20 opdecimes (x3). De opdecimes bedroegen 190 (x20) in 1952, 290 (x30) in 1970, 390 (x40) in 1975, 590 (x60) in 1981, 790 (x80) in 1990, 890 (x90) in 1991, 990 (x100) in 1992, 1490 (x150) in 1994 en 1990 (x200) in 1995.

Bij de invoering van de euro werden de boetebedragen in de strafwet ongewijzigd behouden (een frank boete werd een euro boete) terwijl het aantal opdecimes werd verlaagd naar 40 (x5). Daardoor werd de effectieve boete iets verhoogd werd (200 frank was iets minder waard dan 5 euro).

Het aantal opdecimes werd daarna nog verhoogd naar 45 (x5,5) in 2004 en naar 50 (x6) in 2012.

In geval van een verhoging van de opdecimes zal de strafrechter de opdecimes toepassen die golden op het ogenblik waarop het misdrijf werd gepleegd en niet deze van kracht op het ogenblik van de uitspraak. Dit is een gevolg van het verbod van terugwerkende kracht van de strafwet. De strengere strafwet mag niet terugwerken. De mildere strafwet daarentegen wel (artikel 2, al. 2, van het Strafwetboek).

Nederlands strafrecht[bewerken]

In Nederland wordt de hoogte van strafrechtelijke boetes niet in de wetstekst vastgelegd. Wel wordt de categorie in het wetboek van strafrecht bepaald. Aanpassing van de hoogte van het boetebedrag aan de geldontwaarding wordt vervolgens geregeld via het aanpassen van de bedragen per categorie (zie artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht BES).

Externe link[bewerken]