Opdracht (eerbewijs)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de kunstwereld is een opdracht het maken of opdragen van een kunstwerk aan een persoon, plaats of voorwerp, als dank, erkenning, of eerbetoon. De begunstigde kan een opdrachtgever, dirigent, première-uitvoerder of een muziekensemble zijn. Ook beeldende kunstwerken of boeken kunnen aan personen en dergelijke worden opgedragen door de maker.

Muziek[bewerken | brontekst bewerken]

Titelpagina van Beethovens Kreutzersonate met opdracht aan de violist Rodolphe Kreutzer (1803).

In de muziek zijn voorbeelden te vinden van opdrachtwerken, bijvoorbeeld aan adellijke heren. Zo droeg Bach zijn Brandenburgse concerten op aan markgraaf Christian Ludwig von Brandenburg-Schwedt en zijn Goldbergvariaties (vermoedelijk) aan graaf Hermann Carl von Keyserlingk. In de periode van de barokmuziek waren zulke opdrachten vaak een verkapte vorm van sollicitatie, waarbij de componist een proeve van bekwaamheid schonk aan een adellijke heer die een kapelmeester zocht.

Ook in de tijd van de romantiek werden werken vaak "eerbiediglijk" opgedragen aan hooggeplaatsten die men gunstig wilde stemmen, maar ook aan een geliefde of een goede vriend. Zo droeg Beethoven zowel het korte pianotrio WoO 39 als de Pianosonate op. 109 op aan Maximiliane, de dochter van zijn vriendin Antonie Brentano.[1][2] Dit is slechts één voorbeeld van de talloze werken die hij aan anderen heeft opgedragen. De Symfonie nr. 3 Eroïca droeg hij op aan de bewonderde Napoleon Bonaparte, maar toen die zichzelf uitriep tot keizer van Frankrijk, kraste Beethoven in razernij de opdracht op het titelblad weg.

De in de vroege twintigste eeuw vermaarde Nederlandse cellist Jacques van Lier alsook Het Hollandse Trio waar hij in speelde, kreeg vaak composities opgedragen. Aan de Belgische violist Eugène Ysaÿe werden talloze werken opgedragen, waaronder de Vioolsonate van Franck (als bruilofsgeschenk), het Poème van Chausson en het Strijkkwartet van Debussy. Vaak drong Ysaÿe zelf op zo'n opdracht aan, omdat hij met zijn pianopartner Raoul Pugno elk seizoen nieuwe repertoire aan het publiek wilde presenteren. Zelf droeg hij zijn zes Sonates voor soloviool op. 27 op aan zes bevriende violisten en spitste de muziek toe op de specifieke stijl van elk van hen.

Het komt regelmatig voor dat een compositie wordt opgedragen aan uitvoerende musici als dirigenten, solozangers, instrumentale solisten, kamermuziekensembles, orkesten en koren. In de Sovjet-periode droegen vele Russische componisten werken op aan partijfunctionarissen of aan de Sovjetstaat in het algemeen, in de hoop dat hun vaderlandslievende muziek in de smaak zou vallen bij de apparatsjiks. Dmitri Sjostakovitsj had zijn Symfonie nr. 7 bestemd voor Lenins nagedachtenis, maar na het beleg van Leningrad breidde hij de opdracht uit tot de geteisterde stad Leningrad (Sint-Petersburg).

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

In de literatuur droeg Vladimir Nabokov zijn totale werk op aan zijn vrouw en muze Vera Jevsejevna Slonim (Véra). Voorts droegen kunstenaars vaak werken op aan hun mecenas. Een voorbeeld hiervan is Rainer Maria Rilke, schrijver van de Duineser Elegien. Hij begon eraan in de omgeving van Triëst op kasteel Duino, waarnaar ze vernoemd zijn. Het was eigendom van zijn mecenas Marie zu Hohenlohe-Waldenburg-Schillingsfurst, aan wie hij tenslotte zijn roman Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge opdroeg.

In 1946 droeg de Nederlandse schrijver F. Bordewijk zijn 'musicale' roman Eiken van Dodona op aan zijn vrouw, de componiste Johanna Bordewijk-Roepman. Zij had al in 1919 haar Variaties II voor piano opgedragen "Aan mijn man". Haar opera Rotonde uit 1941 op een libretto van haar man werd opgedragen aan hun beider kinderen. De novelle Blokken kreeg van Bordewijk een bijzondere opdracht mee: "Aan S.M. Eisenstein en A. Einstein, filmcomponist en wijsgeer, meesters der verschrikking".

Bas Heijne droeg zijn essay Angst en schoonheid uit 2013 op aan zijn partner, de fluitist Peter Verduyn Lunel. Sommige auteurs volstaan met het noemen van de naam van de degene aan wie het boek is opgedragen: "Voor Eva" (Maarten Biesheuvel, De bruid) en "Voor Jan Duyx" (Frans Kellendonk, Bouwval), anderen nemen daarvoor meer ruimte: "Voor mijn dochter Moon en mijn zoon Moos. En niet te vergeten voor Leon" (Jessica Durlacher, De dochter). Weer anderen dragen hun boek op aan een ongespecificeerde categorie mensen: "Aan vrouwen met moed" (Frank Martinus Arion, Dubbelspel).

Een boek kan ook aan een overledene worden opgedragen, in eenvoudige bewoordingen, bijvoorbeeld "Aan Moeders nagedachtenis" (A.M. de Jong, Merijntje Gijzen's jeugd) of in uitgebreide vorm, zoals "Aan de nagedachtenis van Anne W. (1950-1973) 'Du coors die dood, du liets mij 't leven'"[3] (Jeroen Brouwers, De laatste deur). Bijzondere opdrachten aan abstracties bestaan ook, zoals de opdracht door Louis Couperus van zijn boek Extase: "Aan het Geluk en het Leed tezamen".

Verreweg de beroemdste opdracht in een Nederlandstalige roman komt voor aan het einde van Multatuli's Max Havelaar, niet als aparte vermelding, maar geïntegreerd in de literaire tekst:

Want aan U draag ik myn boek op, Willem den derden, Koning, Groothertog, Prins... meer dan Prins, Groothertog en Koning... KEIZER van 't prachtig ryk van INSULINDE dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd..."

Hiervoor wordt gesproken over in druk opgedragen boeken van literatoren. Er bestaan daarnaast nog exemplaren van boeken die eigenhandig zijn opgedragen door auteurs aan familie of vrienden. Zo bestaat er een exemplaar van Couperus bij Van Deyssel dat de auteur heeft opgedragen "‘Aan moeder -tegen wie dit boek oma mag zeggen- met een dankbaar hart opgedragen door Karel. Nijmegen, 24 mei 1968".[4]

Wetenschap[bewerken | brontekst bewerken]

In de academische wereld worden proefschriften vaak opgedragen aan leermeesters, ouders of partners, of ook aan partner en kinderen. Dat blijkt al een oud gebruik want Nicolaes Tulp (1593-1674) droeg in 1614 zijn dissertatie op aan zijn broer Diederik/Dirck Pieterszn (1588-1617), predikant te Sloterdijk.

Hiervoor wordt gesproken over in druk opgedragen boeken. Er bestaan daarnaast nog exemplaren van boeken die eigenhandig zijn opgedragen door auteurs aan familie of vrienden. Zo bestaat er een exemplaar van het proefschrift van Jacob Israël de Haan met opdracht aan zijn vriend Paul Ehrenfest.[5]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]