Naar inhoud springen

Open innovatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Open innovatie is de economische praktijk van bedrijven, om innovatieve ideeën met anderen uit te wisselen. Dit gebeurt door bijvoorbeeld processen of uitvindingen, vaak geformaliseerd in de vorm van een octrooi, met bedrijven of met andere betrokkenen te verhandelen.

Achterliggend idee van open innovatie is dat bedrijven, in een wereld van wijdverbreide kennis, niet langer volledig kunnen vertrouwen op hun eigen onderzoek, maar daarnaast kennis van buiten nodig hebben. Daartegenover zouden zij eigen uitvindingen die zij niet gebruiken, naar buiten moeten brengen, middels uitgegeven licenties, joint ventures en spin-offs. De beweging naar open innovatie breekt met de tot dan toe gangbare praktijk, die 'retro-actief' gesloten innovatie (closed innovation) genoemd wordt. Open innovatie kan worden beschouwd als een voortzetting van de markt-trend, naar concentratie op kerncompetenties tussen de verschillende bedrijven binnen een bedrijfstak.

Oorsprong term 'open innovatie'

[bewerken | brontekst bewerken]

De term open innovatie is afkomstig van de Universiteit van Berkeley, uitgedragen door Henry Chesbrough, professor en executive director aan het Center for Open Innovation[1] aldaar. De wetenschappelijke definitie van open innovatie luidt: "Het combineren van interne en externe bronnen, voor zowel de ontwikkeling als het op de markt brengen van nieuwe technologieën en producten."[2] Het concept is gerelateerd aan (maar wel te onderscheiden van) user innovation, cumulative innovation en distributed innovation. Als Enkele bedrijven die met open innovatie pionieren zijn Procter & Gamble, Innovation Exchange, NineSigma, InnoCentive, yet2.com en IBM.

Voor de Tweede Wereldoorlog was gesloten innovatie de staande praktijk bij de meeste bedrijven. De meeste innoverende bedrijven hielden hun ontdekkingen geheim en deden geen pogingen om kennis van buiten hun R&D-labs over te nemen. De opkomst van het elektronische communicatiesysteem van het internet, maakt het onmogelijk om de verspreiding van informatie tegen te houden. Het open innovatie-model gaat ervan uit dat bedrijven met dat gegeven maar beter hun voordeel kunnen doen, en niet moeten blijven steken in het oude, gesloten model.

Het is daarbij aan het business model van de onderneming om te bepalen welke externe informatie binnen te halen, en welke naar buiten te brengen.[3]

Logica van de gesloten innovatie

[bewerken | brontekst bewerken]

Eind 19e eeuw is de tweede industriële revolutie in volle gang, met de opkomst van grote industriële ondernemingen. Deze zien zich geconfronteerd met een aantal problemen, wat betreft de productie/levering van innovatieve producten en diensten. Er is een gebrek aan goed geschoold personeel, er is niet zo veel durfkapitaal beschikbaar, de mogelijkheden van uitbesteding aan - toepassing door - derden van eigen ideeën zijn beperkt, en de kwaliteit van de leveranciers is kwalitatief en kwantitatief onvoldoende. Verder was veel kennis domweg nog niet ontwikkeld en/of voorhanden. Veel bedrijven reageerden hierop door het 'in eigen huis' ontwikkelen van alles wat nodig was om het eigen product te kunnen ontwikkelen, produceren en verkopen. De ondernemingen worden sterk verticaal geïntegreerd. Voorbeelden hiervan zijn Rank Xerox dat zelfs zijn eigen kopieerpapier produceerde, en Ford met zijn eigen rubberplantages.

Logica van de open innovatie

[bewerken | brontekst bewerken]

De krachten die de logica achter gesloten innovatie vormden, zijn in de loop van de decennia verwaterd of zelfs verdwenen. De scholingsgraad van werknemers is enorm toegenomen, evenals de arbeidsmobiliteit. Ook de externe kennis is sterk uitgebreid en, door onder andere het internet, bovendien veel beter toegankelijk. In combinatie met een aanzienlijke toename in kwaliteit, en kwantiteit van de leveranciers, en de beschikbaarheid van durfkapitaal, brokkelde de logica van de gesloten en verticaal geïntegreerde onderneming af. Open Innovatie gaat ervan uit dat externe kennis ingebracht moet worden in het innovatieproces, maar ook dat interne kennis, via een ander business-model dan dat van het eigen bedrijf, gecommercialiseerd kan worden. Een goede implementatie van open innovatie rekent af met het zogenaamde 'Not Invented Here syndroom' en het 'Not Sold Here syndroom'.

Bedrijven beseffen dat, hoe groot ze ook zijn, de meeste kennis zich buiten het eigen bedrijf bevindt.

Gevolgen open innovatie voor R&D

[bewerken | brontekst bewerken]

De toepassing van de beginselen van open innovatie heeft ook grote consequenties voor de werkwijze van de interne R&D afdelingen. Gebruikmaken van externe kennis impliceert immers een bepaald absorptievermogen van kennis. Een belangrijke taak is het onderkennen welke technologie nog ontbreekt in het bedrijf, en hoe dit eventueel extern is in te vullen. (Zie ook de tabel hieronder).

Traditionele versus open innovatie [4]

[bewerken | brontekst bewerken]

Voor open innovatie is een andere mentaliteit en bedrijfscultuur nodig, dan voor traditionele/gesloten innovatie.

Gesloten innovatie principes Open innovatie principes
De deskundigen in ons werkterrein werken voor ons. Niet alle deskundigen in ons werkterrein werken voor ons. We moeten werken met deskundigen binnen en buiten onze organisatie.
Om van R&D te profiteren moeten we het zelf ontdekken, ontwikkelen, en leveren. Externe R&D kan betekenisvolle waarde creëren; interne R&D is nodig om ons deel van die waarde op te kunnen eisen.
Als we iets zelf ontdekken kunnen we het als eerste op de markt brengen. We hoeven het oorspronkelijk onderzoek niet zelf te doen om ervan te kunnen profiteren.
Het bedrijf dat als eerste op de markt is met een innovatie zal winnen. Een beter business model is beter dan als eerste op de markt zijn.
Als we de meeste en de beste ideeën van de industrietak voortbrengen zullen we winnen. Als we het best gebruik weten te maken van interne en externe ideeën zullen we winnen.
We moeten ons innovatieproces afschermen zodat de concurrentie niet van onze ideeën kan profiteren. We zouden moeten profiteren van andermans gebruik van ons innovatieproces, en we zouden andermans intellectueel eigendom moeten kopen als dat onze business voordeel geeft.

Open source en open innovatie

[bewerken | brontekst bewerken]

Open source en open innovatie verschillen in hun benadering van octrooikwesties, maar zij sluiten elkaar niet uit. Deelnemende bedrijven kunnen namelijk hun octrooien doneren aan een onafhankelijke organisatie, ze in een gemeenschappelijke pool onderbrengen of aan iedereen onbegrensd gebruik toestaan. Vandaar dat sommige open source initiatieven onder beide concepten te vatten zijn.

Dit is bijvoorbeeld het geval voor IBM dat haar Eclipse-platform naar voren schuift als een voorbeeld van open innovatie, waar concurrerende bedrijven uitgenodigd worden om binnen een open innovatie netwerk samen te werken.[5]

  1. Center for Open Innovation, Berkeley
  2. Van de Vrande & Rochemont, OpenInnovatie.nl[2006]
  3. European Open Innovation Platform
  4. Van de Vrande & Rochemont, OpenInnovatie.nl[2006]
  5. Eclipse and Open innovation PDF
  • Chesbrough, Henry (2003) Open Innovation: The New Imperative for Creating and Profiting from Technology. Harvard Business School Press, Boston.
  • Chesbrough, Henry (2006) Open business models: How to thrive in the new innovation landscape. Harvard Business School Press, Boston.
  • Chesbrough, Henry, Wim Vanhaverbeke, and Joel West, eds., (2006) Open Innovation: Researching a New Paradigm. Oxford University Press, Oxford.
  • Penin, Julien, Caroline Hussler and Burger-Helmchen, Thierry, (2011): New shapes and new stakes: a portrait of open innovation as a promising phenomenon Journal of Innovation Economics, n°7, 11-29.
  • Christensen, Jens Frøslev, Michael Holm Olesen and Jonas Sorth Kjær, (2005). "The industrial dynamics of Open Innovation - Evidence from the transformation of consumer electronics" Research Policy Vol. 34, pp. 1533–1549.
  • Rohrbeck, R., Hölzle K. and H.G. Gemünden (2009): "Opening up for competitive advantage - How Deutsche Telekom creates an open innovation ecosystem" R&D Management, Vol.39, S. 420-430.
  • Braun, Viktor R.G. (2007): Barriers to user-innovation & the paradigm of licensing to innovate, Doctoral dissertation: Hamburg University of Technology
[bewerken | brontekst bewerken]