Operatie Allied Force

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Operatie Allied Force was een militaire operatie van de NAVO tegen de Federale Republiek Joegoslavië tijdens de Kosovo-oorlog. Deze duurde van 23 maart tot 10 juni 1999 waarbij zowel militaire als burger objecten werden gebombardeerd. Hierbij werden ondermeer clusterbommen gebruikt. In totaal vielen er bij de bombardementen tussen de 500 en de 570 burgerslachtoffers.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Joegoslavische uiteenvalling liepen in 1998 de spanningen tussen etnische Albaniers en Servische militairen van de Federale Republiek Joegoslavie in Kosovo snel op. Servische militairen braken demonstraties gewelddadig af en intimideerden de burgers steeds meer. Als reactie viel de Kosovo Liberation Army (KLA) deze militairen aan met guerilla acties.[1]

De VN kwam met een papieren oplossing. Resolutie 1160 eiste het stoppen van alle vijandelijkheden en een politiek proces om alles te regelen. Dit werd volkomen genegeerd. De Serviers en de KLA verhevigden hun agressie niveau zodat binnen een paar maanden honderden burgers waren gedood en meer dan 300.000 mensen op de vlucht waren. Als antwoord kwam de VN op 23 september 1998 met resolutie 1199. Deze verzocht het stoppen van alle acties en omvatte een dreiging dat eventueel actie werd overwogen als hier geen gehoor aan werd gegeven. Hierop kwam geen enkele reactie.

Tegelijkertijd ging de Noord Atlantische Raad (het hoogste besluitvormende en nemende orgaan in de NAVO) accoord met het activeren van Operatie Determined Force (ODF) per 13 Oktober om - bij gebrek aan VN besluitvorming - Europese standvastigheid te tonen. ODF stond beperkte luchtaanvallen op militaire doelen toe en bood ook gelegenheid tot eventuele uitbreiding van acties indien niet werd gereageerd.

Er werd snel gehandeld; vliegtuigen uit 12 NAVO landen werden rond de Balkan gestationeerd en 14 landen gaven logistieke steun. Op 27 oktober 1998 waren meer dan 300 vliegtuigen inzetbaar op bases in Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italie en Engeland alsmede op vliegdekschepen in de Adriatische zee. [2]

Onder deze druk ging de Joegoslavische president Milosevic op 15 oktober 1998 accoord met een staakt het vuren, terugtrekking van de militairen in Kosovo en met internationale verificatie hiervan. De NAVO en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) tekenden daarop de overeenkomst met Joegoslavie en Operatie Eagle Eye (NAVO) en de Kosovo Diplomatic Observer Mission (OVSE) werden gestart.

Besluitvorming en mandatering[bewerken | brontekst bewerken]

Eind 1998 en begin 1999 nam het Joegoslavische geweld weer sterk toe zonder enige reactie van de VN. Vanwege deze besluiteloosheid de NAVO Contactgroep daarom op 6 februari 1999 onderhandelingen met de partijen in Rambouillet, Frankrijk. Op 19 maart 1999 werd een accoord bereikt dat echter door Joegoslavie meteen werd verworpen! Doordat het Joegoslavisch geweld in Kosovo extreem toenam en alle NAVO waarschuwingen werden genegeerd, had de toenmalige NAVO Secretaris Generaal lord George Robertson geen andere optie dan het activeren van Operation Allied Force. Op 23 maart 1999 keurde de Noord Atlantische Raad de operatie Allied Force goed en dezelfde nacht vonden de eerste luchtaanvallen al plaats.

De NAVO operatie Allied Force actie omvatte het volgende mandaat: [3]

  • Beeindigen van alle geweld en repressie in Kosovo d.m.v. luchtacties tegen alle para-militaire doelen.
  • Zekerstellen van de terugtrekking van alle Servische militaire, politie en para-militaire macht uit Kosovo.
  • Afdwingen van een overeenkomst tot stationering van een internationale militaire macht in Kosovo.
  • Afdwingen van veilige terugkeer voor alle vluchtelingen en verlenen van ongehinderde humanitaire hulp.
  • Afdwingen van Servische acceptatie van het Accoord van Rambouillet als basis voor een politiek accoord over Kosovo.

Bombardement op de Servische omroep RTS[bewerken | brontekst bewerken]

Op 23 april 1999 werd de Servische staatszender RTS gebombardeerd, waarbij 16 doden vielen. Volgens organisaties zoals Amnesty International was sprake van een oorlogsmisdaad.[4] Amnesty International blijft daarom ook vandaag de dag pleiten voor een onafhankelijk onderzoek.[5] Blijkbaar werd de reden tot deze actie (zie achtergrond) vergeten.


Zie de categorie 1999 NATO bombing of Yugoslavia van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.