Naar inhoud springen

Opperraad voor België van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Opperraad voor België van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus
Jurisdictie
Embleem Aloude en Aangenomen Schotse Ritus
Embleem Aloude en Aangenomen Schotse Ritus
Ritus Aloude en Aangenomen Schotse Ritus
Type regulier
Geschiedenis
Oprichting 16 maart 1817
Structuur
Werkgebied Vlag van België België
Hoofdzetel Schaarbeek, Brussel
Adres Koningsstraat 265
Omvang
  • 8 perfectieloges
  • 6 kapittels
  • 5 areopagi
  • 2 soevereine rechtbanken
  • 2 consistories
 (telling 2025)
Portaal  Portaalicoon   Vrijmetselarij

De Opperraad voor België van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, voluit de Orde van Vrijmetselaren voor België werkend onder de Opperraad van de 33e en laatste Graad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, is een Belgische obediëntie oftewel een koepelorganisatie van vrijmetselaarsloges. In het intern spraakgebruik - kenmerkend voor de leden ervan - wordt met de term Opperraad zowel de Orde zelf als het hoogste bestuursorgaan ervan aangeduid.

In België wordt een loge binnen een obediëntie die in de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus werkt ook wel een korps genoemd en de obediëntie zelf jurisdictie.

Lidmaatschap van de Opperraad is een vervolgpad voor vrijmetselaren in België vanuit de symbolieke – of 'blauwe' - loges van de Reguliere Grootloge van België (R.G.L.B.) of van de Grand Lodge of Scotland (G.L.S.) in België waar de basisgraden van leerling, gezel en meester worden verleend. Zij is alleen toegankelijk voor mannen en telt anno 2025 ruim 500 leden.

De Opperraad respecteert de Oude Landmerken der vrijmetselarij en arbeidt ter ere van de Opperbouwmeester van het Heelal, en behoort daarmee tot de reguliere vrijmetselarij. De Opperraad voor België is in 1817 opgericht en is daarmee - na de Verenigde Staten, Frankrijk en Spanje - een van de oudste Opperraden ter wereld.

In het embleem van de Opperraad wordt een dubbelkoppige adelaar afgebeeld, deze symboliseert zowel het hoogste gezag als het zich verheffen boven de materie. In zijn klauwen houdt de adelaar een zwaard vast met daaraan een banderol met de wapenspreuk van de Opperraad, de Latijnse tekst Deus Meumque Jus wat staat voor 'God en mijn recht'. Dit is een verwijzing naar het recht van de mens om zelf naar waarheid te zoeken, wat hem gegeven is door de Allerhoogste.  

Ritus en graden

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Aloude en Aangenomen Schotse Ritus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Aloude en Aangenomen Schotse Ritus is rond het begin negentiende eeuw in België ingevoerd. De ritus bestaat uit drieëndertig graden, de eerste drie hiervan worden in België verleend als basisgraad in een symbolieke loge. Binnen de Opperraad van de Schotse Ritus wordt vervolgens gewerkt in de hogere graden van de ritus. Niet alle graden worden middels een ceremoniële inwijding verleend, sommige graden worden louter administratief verleend, 'per communicatie'.

Vervolgpaden Reguliere Grootloge van België

Afhankelijk van de graad waarin wordt gewerkt zijn er verschillende benamingen voor een korps.

  • in de vierde tot en met de veertiende graad spreekt men van een perfectieloge. De vierde, negende, dertiende en veertiende graad worden altijd middels een inwijding verleend.
  • in de vijftiende tot en met de achttiende graad spreekt men van een kapittel. De vijftiende, zeventiende en achttiende graad worden altijd middels een inwijding verleend.
  • in de negentiende tot en met de dertigste graad spreekt men van een areopagus[1]. De eenentwintigste, tweeëntwintigste, achtentwintigste en dertigste graad worden altijd middels een inwijding verleend.
  • de eenendertigste graad wordt verleend in een soevereine rechtbank
  • de tweeendertigste graad wordt verleend in een consistorie

De Opperraad (als hoogste bestuursorgaan) verleent zelf de drieëndertigste en laatste graad.

Sommige perfectieloges, kapittels en areopagi verlenen de tussenliggende graden adminstratief, andere verlenen ook deze graden middels een inwijding.

Uit de leden van de drieëndertigste graad worden de leden van de Opperraad van de Schotse Ritus benoemd, het hoogste bestuursorgaan. De Opperraad kent maximaal 33 leden en kiest uit haar midden negen bestuursleden waaronder een Soeverein Grootcommandeur en een Luitenant-Grootcommandeur. De Soeverein Grootcommandeur fungeert als voorzitter van de jurisdictie.

Draagjuweel 18e graad

De Opperraad kent de volgende actieve korpsen anno 2025:

Nr Naam Zetel Oprichting Voertaal
Perfectieloges
1 De Ivoren Sleutel Antwerpen 1999 Nederlands
2 Les Disciples de Salomon Leuven 1975 Nederlands
3 Semper Fidelis Gent Nederlands
4 Vox Orientalis Brugge 2023 Nederlands
5 La Renaissance Brussel Frans
6 La Voûte Sacrée Luik Frans
7 L' Avenir et l'Industrie Charleroi Frans
8 La Pierre d’Agate Péruwelz Frans
9 Ashlar Brussel 2026 Engels
Kapittels
1 Semper Fidelis Gent Nederlands
2 Les Disciples de Salomon Leuven Nederlands
3 Les Vaillants Chevaliers de l'Age d'Or Antwerpen Nederlands
4 L' Avenir et l'Industrie Charleroi Frans
5 La Renaissance Brussel Frans
6 L'Aigle et le Pélican Luik Frans
Areopagi
1 De Areopagus van Gent Gent Nederlands
2 L'Aréopage de Bruxelles Brussel Frans
3 De Areopagus van Leuven Leuven Nederlands
4 L'Aréopage de Charleroi Charleroi Frans
5 De Areopagus van Antwerpen Antwerpen Nederlands

Daarnaast zijn er twee soevereine rechtbanken (een Nederlandstalige en een Franstalige), twee consistories (idem) en de Opperraad.

De Aloude en Aangenomen Schotse Ritus komt - in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden - niet uit Schotland, maar is midden achttiende eeuw in Frankrijk ontstaan. Via de Franse koloniën kwam zij in Amerika, waar zij vandaag de dag nog steeds zeer in zwang is. De eerste Opperraad in Europa werd in 1804 in Frankrijk opgericht, van daaruit verspreidde de ritus zich naar andere Europese landen.

Prins Frederik der Nederlanden als Grootmeester. 1817 (Anoniem, collectie Rijksmuseum)

De overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw ging gepaard met grote veranderingen in de Nederlanden. Na de zogeheten Franse Tijd (1794 - 1814) waarin de Nederlanden onderdeel waren van het Eerste Franse Keizerrijk, ontstond het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waarbij de zoon van stadhouder Willem V geïnstalleerd werd als koning Willem I. De tweede zoon van Willem I, prins Frederik, werd in 1816 grootmeester van de symbolieke loges van de Nederlandse Orde van Vrijmetselaren en zou deze functie gedurende 65 jaar blijven vervullen.

In het gebied wat nu België is waren rond het begin van de negentiende eeuw al "Schotse" loges aanwezig, die - zoals alle loges in die tijd - autonoom waren. Een belangrijk moment was de oprichting van de loge Les Amis Philantropes om Brussel door Franse militairen in 1798. Door deze loge werd al in 1802 een kapittel geïnstalleerd. In juli 1813 kreeg de loge van het Grand Orient de France toestemming om te werken in de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus tot en met de 18e graad. Een maand later verleende de Opperraad van Frankrijk toelating om over te gaan tot de stichting van een Conseil Particulier du 32e Degré. Op 15 januari richtten de leden hiervan een verzoek aan de Opperraad van Frankrijk om hun werkzaamheden te komen inspecteren, teneinde uit te maken aan welke leden de 33e graad kon worden verleend.

Op 16 maart 1817 werd door de Opperraad van Frankrijk onder leiding van Jean-Jacques-Régis de Cambacérès (1753-1824), 1e hertog van Cambacérès, te Brussel een Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus voor het Verenigd Koninkrijk geconstitueerd, de Suprême Conseil pour le Royaume des Pays Bas. De Cambacérès was een Franse politicus die na het einde van het Eerste Franse Keizerrijk naar de Nederlanden was gevlucht.

Aan het hoofd van de Opperraad werd initieel een Luitenant Grootcommandeur geplaatst, de functie van Soeverein Grootcommandeur bleef lange tijd vacant omdat deze was gereserveerd voor prins Frederik. Deze weigerde echter de functie te aanvaarden, de prins was van mening dat de symbolieke graden het zwaartepunt moesten vormen van de vrijmetselarij waardoor hij kritisch stond ten opzichte van vervolgpaden. De eerste Luitenant-Grootcommandeur was Jean-Pascal Rouyer (1761-1819), een Franse marine-officier en politicus die eveneens naar de Nederlanden was gevlucht. Hetzelfde gold voor zijn opvolgers Joseph Augustin Crassous (1745-1829) en Dominique-Vincent Ramel-Nogaret (1760-1829).

Op 1 april 1817 werd een tweede Opperraad opgericht met Frans patent, de Suprême Counseil du 33me Degré pour les Pays-Bas onder leiding van generaal Nicolas Joseph Daine (1782-1843). Op 29 juni werd vanuit deze Opperraad het kapittel Défenseurs de Guillaume et de la Patrie opgericht in Brussel. Al snel werden echter besprekingen gevoerd tussen beide Opperraden en op 6 december 1817 werd een fusieverdrag ondertekend, waarbij de naam van de eerste Opperraad gehandhaafd bleef.

In 1829 werd de Opperraad van Brazilië door de Opperraad voor België opgericht.

Verdere ontwikkeling

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Belgische Revolutie in 1830 en de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden werd de naam in 1833 gewijzigd in Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus van België (Frans: Suprême Counseil du Rite Ecossais Ancien et Accepté de Belgique).

Gedenkteken Georges Petre in Sint-Joost-ten-Node

In 1833 werd het Grootoosten van België (G.O.B). opgericht, en door de United Grand Lodge of England als reguliere obediëntie erkend. Zowel de Opperraad als het G.O.B. werkten in de symbolische en in de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus. In 1880 werd echter een historisch vriendschapsverdrag gesloten, waarna het G.O.B. uitsluitend en exclusief werkte in de drie symbolische basisgraden en de Opperraad in de dertig hogere graden van de ritus.

In 1872 besloot het Grootoosten van België elke verplichte verwijzing naar de Opperbouwmeester van het Heelal uit haar statuten te schrappen. Vrij snel hierna werd de erkenning van het G.O.B. als reguliere obediëntie door de United Grand Lodge of England ingetrokken. Dit laatste gold ook voor de Opperraad, die zijn leden recruteerde bij het G.O.B.

Een belangrijke rol in deze periode was weggelegd voor Eugène Goblet d'Alviella (1846-1927), Soeverein Grootcommandeur van 1900 tot 1925. Een van zijn belangrijkste doelstellingen was te zorgen voor goede relaties met andere Opperraden en met de iinternationale vrijmetselarij. Op zijn initiatief vond in 1907 een internationale conferentie plaats waar 21 van de op 25 op dat moment bestaande Opperraden aanwezig waren. Hij herzag de rituelen vanaf de 22e graad en onder zijn mandaat werd in 1913 de Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus in het Koninkrijk der Nederlanden opgericht[2].

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden alle activiteiten rondom de vrijmetselarij in België door de Duitse bezetter verboden. Soeverein Grootcommandeur Georges Petre (1874-1942), advocaat en tevens burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, was actief in het verzet en werd oudejaarsavond 1942 vermoord door een doodseskader.

Afsplitsingen in de 20e eeuw

[bewerken | brontekst bewerken]
Tijdlijn Aloude en Aangenomen Schotse Ritus in België

Op 4 december 1959 splitsten enkele loges onder het Grootoosten van België zich af en vormden de Grootloge van België (G.L.B.) in een poging om weer als regulier te worden erkend. De Opperraad koos de zijde van de nieuwe obediëntie en zei op 20 januari 1960 eenzijdig het verdrag van 1880 op met het Grootoosten van België. Een nieuw en gelijkaardig vriendschapsverdrag werd op 9 mei 1965 gesloten tussen de G.L.B en de Opperraad en vanaf dat moment werd door de Opperraad exclusief gerekruteerd uit de G.L.B. Verscheidene kapittels splitsten zich echter af van de Opperraad en in 1962 werd het Soeverein College van de Schotse Ritus voor België opgericht voor de beoefening van de hogere graden van de Schotse Ritus door leden van het G.O.B.

Er bleef onvrede aanwezig binnen de Opperraad wat er toe leidde dat een groep leden begin 1967 de Opperraad als hoofdbestuur niet legitiem verklaarde. Hierdoor ontstonden twee facties die elk het recht opeisten om één en dezelfde organisatie te vertegenwoordigen en te besturen. Dit vertaalde zich in 1970 in de bijzondere situatie van twee afzonderlijke organisaties die beide hetzelfde nastreefden en de naam droegen van Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus van België.

In 1979 werd de erkenning als reguliere obediëntie van de Grootloge van België terug ingetrokken door de United Grand Lodge of England. Een aantal loges splitsten zich af en hieruit ontstond de Reguliere Grootloge van België (R.G.L.B.). Het vriendschapsverdrag van de Opperraad met de G.L.B. werd opgezegd en een nieuw gelijkaardig verdrag werd afgesloten tussen de oorspronkelijke Opperraad en de R.G.L.B. De jurisdictie wijzigde haar naam in Opperraad voor België van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, ter onderscheid van de 'andere' Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus van België

Opnieuw werd deze nieuwe marsrichting niet door alle leden gedragen en vond er een afsplitsing plaats van de Opperraad voor België. De Grote Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus voor België (Frans: Grand et Suprême Counseil du Rite Ecossais Ancien et Accepté pour la Belgique) werd gesticht door leden van de Grootloge van België, waaronder zij exclusief rekruteerde. In 2002 besloten de Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus van België en de Grote Opperraad tot een fusie van beide jurisdicties onder de naam Belgische Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (Frans: Suprême Counseil Belge du Rite Ecossais Ancien et Accepté). Zij rekruteert exclusief onder de leden van zowel het G.O.B. als de G.L.B.

in 1976 werd vanuit de Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus in België de Opperraad van Luxemburg opgericht, de Suprême Conseil du Rite Ecossais Ancien et Accepté pour le Grand-Duché de Luxembourg.

Soeverein Grootcommandeurs

[bewerken | brontekst bewerken]
graaf Eugène Goblet d'Alviella, Soeverein Grootcommandeur 1900-1925

Een overzicht van de Soeverein Grootcommandeurs vanaf de oprichting van de Opperraad tot de jaren tachtig van de twintigste eeuw.

Periode Naam
1817 Jean-Pascal Rouyer
1817-1823 Joseph Augustin Crassous [i]
1824-1829 Dominique-Vincent Ramel-Nogaret [i]
1830-1840 Pierre Albert Stevens [i]
1840-1855 Pierre Albert Stevens
1855-1859 Charles Adrien Carton de Familleureux [ii]
1859-1870 Louis Joseph Ranwet [i]
1870-1872 Edouard Arnould Fischer [i]
1872-1879 Bruno Renard
1879-1890 Pierre Van Humbeeck [iii]
1891-1900 Emile de Mot
1900-1925 Eugène Goblet d'Alviella [iii]
1920-1923 Pierre Tempels [iv]
1925-1937 Armand Anspach-Puissant
1937-1942 Georges Pêtre
1942-1945 sedes vacante
1945-1945 Eugène Voets
1945-1948 Fernand Levêque [iii]
1948-1950 Fernand Clément
1950-1965 Paul Erculise [iii]
1965-1981 Raoul Berteaux
1981-1983 Maurice Verbist
1983-1984 Raoul Berteaux
  1. 1 2 3 4 5 met de titel van Luitenant Grootcommandeur, in de hoop dat prins Frederik Soeverein Grootcommandeur zou worden
  2. met de titel Regent van de Orde
  3. 1 2 3 4 eerder grootmeester van het Grootoosten van België
  4. eretitel

Les Amis Réunis

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 5 september 1817 werd te Nijmegen een militaire loge opgericht met de naam 'Les Amis Réunis'. Deze loge werd op 20 september geïnstalleerd mede op initiatief van Nicholas Joseph Daine en werkte in de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus. Zij was evenwel zonder toestemming binnen het rechtsgebied van de Nederlandse Orde van Vrijmetselaren gevestigd en werd daarom niet erkend. De loge hield op te bestaan in de loop van 1821[3].