Oranjegeel trechtertje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oranjegeel trechtertje
2010-05-30 Rickenella fibula (Bulliard- Fries) Raithelhuber 87520.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Agaricomycetes
Orde:Hymenochaetales
Familie:Repetobasidiaceae
Geslacht:Rickenella
Soort
Rickenella fibula
(Bull.) Raithelh. (1973) (1973)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het oranjegeel trechtertje (Rickenella fibula, synoniem: Omphalina fibula) is een schimmel die behoort tot de familie Repetobasidiaceae.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De hoed van de paddenstoel is relatief klein en heeft meestal een diameter van vier tot tien millimeter. Jonge vruchtlichamen hebben een vlakke hoed met een kleine holling in het centrum, later wordt deze trechtervormig. Het gladde oppervlak is geeloranje tot donkeroranje en heeft ribbels die vanaf het donkerdere centrum naar de gekerfde zijkant lopen. De gladde, oranje steel is drie tot vijf centimeter hoog en heeft een doorsnede van een à twee millimeter. Net als de hoed is deze bedekt met fijne haartjes. Het vlees van het vruchtlichaam is oranje, heeft geen geur en smaakt onsmakelijk. De witte lamellen zijn breed en lopen ver door op de steel. Na verloop van tijd kleuren deze geel tot oranje. De paddenstoel heeft een wit sporenafdruk.

Gelijkende soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Paddenstoelen van het oranjegeel trechtertje lijken sterk op de in Nederland en België zeer algemeen voorkomende oranje dwergmycena (Mycena acicula).

Verspreiding en leefwijze[bewerken | brontekst bewerken]

Het oranjegeel trechtertje is in Nederland en België een zeer algemene soort. De schimmel is een saprofyt en leeft op vochtige plaatsen tussen het mos in voedselrijke bossen, graslanden, wegbermen en tuinen. Het vruchtlichaam ontwikkelt zich in van juni tot oktober.

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]