Oriëntalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean-Léon Gérôme Slavenmarkt
Odalisk met slaaf
Oriëntalistisch schilderij van Dominique Ingres - 19e eeuw
De dood van Sardanapale
Door Eugène Delacroix, Het Louvre, Parijs
Jean-Léon Gérôme: De zwarte hondenverzorger

Oriëntalisme is de term die door Edward Said en anderen wordt gebruikt ter aanduiding van de dominante westerse opvatting van de Oriënt, oftewel het Oosten in culturele zin, zoals die ontstaan is sinds de tweede helft van de negentiende eeuw — de tijd van de mondiale kolonisatie door de grote westerse mogendheden.[1]

Typering[bewerken]

Edward Said definieerde Oriëntalisme in 1978 in zijn boek Orientalism. Western Conceptions of the Orient als een manier van spreken, denken en schrijven (met Foucaults term, een vertoog) dat het Westen een Ander verschaft waartegen de eigen identiteit kan worden bepaald. In deze postkoloniale studie wordt door Said gewezen op het kijken naar het Oosten door de ogen van het Westen, waarbij wordt gedacht en gevonden dat dit westerse beeld van het Oosten correct is. Hierbij gebruikte hij het gedachtegoed van zowel Foucault als Antonio Gramsci. In het Oriëntalisme is altijd sprake van een verborgen macht, gekleurd door dominantie en ongelijkheid, waarbij het Oosten ondergeschikt wordt gemaakt aan het Westen. Laatst genoemde toont daarbij een hegemonisch karakter, waarbij het Westen als centrum wordt gezien en het Oosten als marginaal. De Oriënt wordt getypeerd als irrationeel, sensueel, primitief, feminien, terwijl het Westen de sterke, rationele, democratische, progressieve, masculiene tegenhanger vormt. Het goed ontwikkelde Westen wilde dominant zijn aan het magische en mysterieuze Oosten. De geliefde idee van de verlichte, rationele, beschaafde westerling heeft dus de idee van de achterlijke, emotionele en onbeschaafde 'oriëntaal' nodig om de eigen westerse cultuur en identiteit te versterken. Deze westerse conceptie is gecreëerd door invloedrijke mensen uit het Westen.

Dit vertoog is, zelfs in zijn academische vorm (zie oriëntalistiek) geen neutrale, zuiver wetenschappelijke opvatting van de culturen ten oosten van Europa, stelt Said: het is een ideologische constructie die het Westen culturele hegemonie verleent, zowel op eigen grondgebied als in het gekoloniseerde Oosten. Hij voegt hieraan toe dat het tegelijk ook geen pure leugen is: het oriëntalisme heeft een duidelijke referent in de werkelijkheid, een geografische regio met haar bewoners, en baseert zich wel op studie van de werkelijkheid, maar vanuit een bevooroordeeld standpunt.

Belangrijk is dat bij het construeren van een beeld van de ander, in dit geval de Oriënt, voorbij wordt gegaan aan de grote diversiteit aan talen, culturen, levensbeschouwelijke opvattingen et cetera van dat gebied. Het Oriëntalistisch denken bood imperialisten een goede reden om de Oriënt te koloniseren en legitimeerde op deze manier de uitbuiting van de verschillende Europese kolonies. Het idee hierachter was de hegemonie van de westerse cultuur en de morele plicht deze cultuur te verspreiden. Edward Said somde Oriëntalisme zelf op als een 'science of imperialism' met als doel om de de effecten van imperialistische boeien op de denkwereld en menselijke relaties te verminderen.[2]

Oriëntalisme in de beeldende kunst[bewerken]

Het Oriëntalisme in de schilderkunst valt te ontdekken in een hang naar exotische taferelen zoals haremscenes, figuren bij palmbomen, vurige paarden, arabesken, kamelen, minaretten, boogportalen en dergelijke. Beroemde schilders die het Oriëntalisme beoefenden waren bijvoorbeeld Dominique Ingres, Eugène Delacroix, Jean-Léon Gérôme, Alfred Chataud, Horace Vernet, Adrien-Henri Tanoux, Étienne Dinet, Marià Fortuny, Giovanni Antonio Guardi, Jules Laurens. Marius Bauer was een van de bekendste Nederlandse Oriëntalisten.

Ook in de architectuur en in de muziek zijn oriëntaliserende tendensen te ontdekken.

Occidentalisme[bewerken]

Als tegenhanger van het oriëntalisme gebruiken Buruma en Margalit de term occidentalisme voor de perceptie van het Westen door de ogen van zijn oosterse (of niet-westerse) 'vijanden'.[3]

Literatuur[bewerken]

  • Said, Edward W.: Orientalism. Western Conceptions of the Orient (Nederlands: Oriëntalisten, 2005). New York: Pantheon Books, 1978 ISBN 0-394-74067-X
  • Tosh, John: The pursuit of History. New York: Routledge, (p, 241-242) 2015 ISBN-13: 978-1138808089

Zie ook[bewerken]