Otto Bekius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Otto Bekius (De Bilt, 22 mei 1925 - Victoria (Canada), 21 augustus 2014) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Biografie[bewerken]

Otto Bekius was het oudste kind in het gezin. Hij volgde zijn opleiding aan de HBS. Zijn vader Nicolaas Bekius (1900-1978) was sergeant en werkzaam bij het Nederlandse leger, bij het Regiment Genietroepen, en heeft in 1940 de Maasbruggen met zijn manschappen verdedigd.

Otto Bekius

Oorlogsjaren[bewerken]

Na de HBS was Otto Bekius begonnen aan een studie aan de hogere zeevaartschool, maar hij kon deze studie niet voortzetten vanwege de oorlog. Hij besloot toen om zich aan te sluiten bij het verzet in Rotterdam.

Gedurende de jaren 1944 en 1945 was hij - onder de bijnaam Roy - onderdeel van de verzetsgroep Padua, die onder andere distributiekantoren voor voedselbonnen overviel. Hij wist ternauwernood aan arrestatie te ontkomen toen de Duitsers een inval deden in zijn ouderlijk huis: Bekius wist te ontsnappen in zijn ondergoed door aan de achterkant van de woning over hekken te klimmen en via de buren weer aangekleed - met geleende kleding - aan de voorkant te ontsnappen. Nadien heeft hij ondergedoken zijn verzet verder gepleegd. Tijdens de hongerwinter werd zijn 10-jarige jongere zusje Tjitske ondergebracht bij een boer op het Groninger platteland. Zijn vader, die na de ontbinding van het Nederlandse leger commandant werd bij de brandweer voor de Rechter Maasoever, werd gearresteerd en naar een gevangenenkamp in Duitsland gebracht; na de oorlog zou hij uit gevangenschap terugkeren.

Voor zijn activiteiten bij de Binnenlandse Strijdkrachten zou Otto Bekius later het Herinneringsinsigne Binnenlandse Strijdkrachten 1944-1945 krijgen. In 1984 werd hem tevens het Verzetsherdenkingskruis toegekend.

1945 – 1956[bewerken]

Na de oorlog sloot Bekius zich als oorlogsvrijwilliger aan bij het Nederlandse leger en kreeg hij een opleiding in Engeland tot officier bij de artillerie. Na het afronden van deze opleiding klom hij in Nederland op tot de rang van kapitein. In 1956 vroeg en kreeg hij eervol ontslag.

Emigratie[bewerken]

Na zijn diensttijd is Bekius naar Canada vertrokken. Hij verkreeg de Canadese nationaliteit, werkte bij een transportbedrijf van een familielid en hij trad in het huwelijk. Hij was in zijn latere levensjaren een trouw bezoeker van de eresaluutschoten op het Malieveld, als lid van de Vereniging voor Artillerie Officieren (VAO).

Overlijden[bewerken]

In 2014 overleed Bekius in Victoria aan een hartaanval. Het was de wens van zijn vrouw om zijn as bij te zetten in een familiegraf te Britsum in Friesland. Zijn neef heeft daarbij de laatste resten van zijn oom opgehaald uit Canada om de bijzetting mogelijk te maken[1][2][3]. In Bekius' testament stond de wens opgenomen om een fonds op te richten voor studenten aan de Universiteit van Victoria om onderzoek te doen naar militaire geschiedenis van Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Trivia[bewerken]

  • De verzetsbijnaam van Bekius was 'Roy' aangezien hij rode haren had. Na de ontsnapping aan de Duitsers heeft hij zijn haren zwart laten verven tot het einde van de oorlog.