Otto II van Meißen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Otto II van Meißen
1125-1190
Standbeeld Otto II in Freiburg
Standbeeld Otto II in Freiburg
Markgraaf van Meißen
Periode 1156-1190
Voorganger Koenraad de Grote
Opvolger Albrecht I de Trotse
Vader Koenraad de Grote
Moeder Luitgard van Elchingen
Dynastie Huis Wettin
Partner Hedwig van Ballenstedt

Otto II van Meißen ook bekend als Otto de Rijke[noot 1](1125 - 18 februari 1190) was van 1156 tot 1190 markgraaf van Meißen. Hij behoorde tot het Huis Wettin.

Levensloop[bewerken]

Hij was de oudste overlevende zoon van markgraaf Koenraad de Grote van Meißen. Toen zijn vader in 1156 om gezondheidsredenen aftrad als markgraaf van Meißen, volgde hij hem op. Zijn broers Diederik en Dedo kregen de andere bezittingen van het vader: Diederik kreeg het markgraafschap Lausitz en Dedo het graafschap Groitzsch.

De verdeling van Koenraads rijk betekende een verzwakking voor de Wettindynastie en dat betekende dat Otto in tegenstelling tot zijn vader weinig invloed had. Zo moest hij toezien hoe de macht van keizer Frederik I Barbarossa in het naburige Pleißenland uitbreidde en verloor hij een gebiedsconflict met de burggraven van Dohna.

In 1179 nam Otto deel aan de expeditie van Frederik Barbarossa tegen de rebelse Saksische hertog Hendrik de Leeuw. De expeditie was succesvol en Hendrik werd afgezet. Toch slaagde Otto er niet in om voordeel uit deze winst te halen.

Op binnenlands vlak kende Otto meer successen. Zo schonk hij in 1165 de inwoners van Leipzig stadsrechten en richtte hij de abdij Altzella op. Hij haalde heel wat van zijn inkomsten uit de mijnbouw in de stad Freiberg en kreeg op deze manier de bijnaam de Rijke.

In zijn latere jaren werd Otto geconfronteerd met een erfenisconflict tussen zijn zonen Diederik en Albrecht. Otto besloot namelijk om de jongste, Diederik, tot enige erfgenaam te benoemen. Albrecht was het daar niet mee eens en liet zijn vader gevangennemen. Keizer Frederik Barbarossa dwong Albrecht om zijn vader vrij te laten, wat hij dan ook deed. Albrecht hield echter vast aan zijn claim op de erfenis en volgde in 1190 zijn vader op als markgraaf van Meißen. De vete tussen Diederik en Albert bleef echter duren en zou pas eindigen na de dood van Albrecht in 1195.

Huwelijk en nakomelingen[bewerken]

In 1155 huwde hij met Hedwig van Brandenburg, dochter van markgraaf Albrecht de Beer van Brandenburg. Van het echtpaar zijn de volgende kinderen bekend:

Literatuur[bewerken]

  • Stefan Pätzold (1997) Die frühen Wettiner. Adelsfamilie und Hausüberlieferung bis 1221. (Böhlau-Verlag 1997)
  • Michael Lindner (2002) 'Eine Frage der Ehre. Markgraf Konrad von Wettin und Kaiser Friedrich Barbarossa' in: Im Dienste der historischen Landeskunde. Festgabe für Gerhard Billig zum 75. Geburtstag. p. 105-121 (heruitgave Rainer Aurig / Reinhardt Butz / Ingolf Gräßler en André Thieme)