Oud Goa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Goa of Oud-Goa was het bestuurlijke centrum van het Portugees-Indië, van waaruit de handel met en de missie in het koloniale Portugese rijk Azië werd gecoördineerd.

Het ommuurde Goa rond 1600, met enkele toegangspoorten en kastelen buiten de stad.
Tekening uit de Itinerario van Jan Huygen van Linschoten die in dienst van het patriarchaat jarenlang in Goa verbleef.
De stad rond 1750.
Ruïne in Oud-Goa.

Geografie[bewerken]

Oud-Goa behoort het tot het district Noord-Goa en maakt deel uit van de Indiase deelstaat Goa. Goa ligt op een schoorwal en is van het vasteland gescheiden door de Mandovi (Mahadayi or Mhadei), een rivier die van Karnataka naar de Arabische Zee stroomt. In de regentijd (gedurende onze zomer), was de zee onstuimig en kwamen in de monding van Mondavi zandbanken te liggen, waardoor in- en uitvaren onmogelijk werd en handelsactiviteiten stil vielen. [1]

Geschiedenis[bewerken]

Het eiland maakte destijds onderdeel uit van het sultanaat Deccan. Vanaf 1510 zetelden de Portugezen in Goa. In fraaie paleizen zetelden een onder-koning en een aartsbisschop. Goa was een levendige stad, ruim opgezet met tuinen en lusthoven. Het pronkte met allerlei koopwaar, waaronder gelakte bedsteden en slaven. De stad groeide uit tot een bestuurlijk centrum met 200. à 300.000 inwoners, toen in grootte te vergelijken met Londen of Parijs. Vanuit Goa werden Portugese bezittingen op de Malabarkust, Ceylon, Malakka en Macao ondersteund.

De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) probeerde al spoedig een soortgelijk centrum te creëren met de stichting van Batavia op Java in 1619. Goa werd vanaf 1636 acht jaar lang belegerd door VOC-schepen zodat de Portugese retourvloot niet kon uitvaren. Het beleg luidde het verval van de stad in.

In de 18e eeuw werd Goa gemeden na een heftige malaria- en cholera-epidemie en iedereen verhuisde naar Nieuw-Goa, dat in in 1843 officieel de nieuwe hoofdstad is geworden. In 1775 woonden er nog 1500 mensen in Goa. In 1835 werd de stad definitief verlaten. Aan het einde van de 19e eeuw woonden er enkel nog geestelijken.

Erfgoed en toerisme[bewerken]

Er is niet veel overgebleven van deze eertijds beroemde stad, behalve enkele kerken en kathedralen behorend tot het Katholiek Patriarchaat Oost-Indië. Veel toeristen bezoeken Oud-Goa vanwege het graf van Franciscus Xaverius. Wouter Schouten vermeldt dat er ook cellen en woningen voor Jezuïeten, Dominicanen, Augustijnen, en Franciscanen waren.

De naam Oud-Goa ontstond in de jaren zestig van de vorige eeuw, voordat het terrein in 1986 door de UNESCO werd erkend en op de werelderfgoedlijst werd geplaatst. De ruïnes en gebouwen zijn van zonsopgang tot -ondergang te bezichtigen. De toegang is kosteloos, maar er zijn dan ook geen voorzieningen in Oud-Goa.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Wennekes, W. (2001) Gouden Handel. De eerste Nederlanders overzee en wat zij daar haalden, p. 32.