Oudsaksische doopgelofte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De doopgelofte in twee delen: "Forsachistu diobolae.." en "gelobistu in got alamehtigan fadaer". Links bijschrift in latere hand: "Abrinuciatio diaboli lingua Teotisca veter." = Afzwering van de duivel in oud-Duits. Onder de doopgelofte in het Latijn een opsomming van de eerste 20 gebruiken in de Indiculus superstitionum et paganiarum

De Oudsaksische doopgelofte of Utrechtse doopgelofte stamt uit het einde van de 8e eeuw (776-800) en is een christelijke tekst in Oudsaksisch of Oudnederlands, twee oude West-Germaanse dialecten, waarmee de bewoners van de door de Karolingen onderworpen gebieden hun geloof in de Germaanse religie moesten afzweren en hun geloof in God de Vader, Christus als Gods Zoon en de Heilige Geest bevestigden.

Manuscript[bewerken]

De doopgelofte is overgeleverd in een manuscript uit de 8e eeuw, bewaard in de Biblioteca Apostolica Vaticana, de bibliotheek van het Vaticaan in Rome, de Codex Palatinus Latinus 577, op folio 6 verso en 7 recto. De gelofte wordt gevolgd door de zogenaamde indiculus superstitionum et paganiarum, een opsomming van 30 heidense gebruiken.

Taal[bewerken]

Over de taal waarin het stuk geschreven staat bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlandse onderzoekers zien de tekst als een Oudnederfrankische taalvariant, in Duitsland wordt het als Oudsaksisch beschouwd.

Inhoud[bewerken]

In de doopgelofte worden specifiek drie Germaanse goden genoemd die als duivels worden voorgesteld en als zodanig afgezworen moeten worden.

Het eerste gedeelte van de gelofte waarin de oude goden (hier dus 'duivels') moesten worden afgezworen luidt als volgt (respondeat = (Latijn) hij/zij moet antwoorden):

Oudnederlands of Oudsaksisch
Forsachistu diobolae

.& respondeat. ec forsacho diabolae.

end allum diobolgeldae,

respondeat. end ec forsacho allum diobolgeldae.

end allum dioboles uuercum

respondeat. end ec forsacho allum dioboles uuercum and uuordum,
thunaer ende uoden ende saxnote
ende allum them unholdum the hira genotas, sint.
     

Vertaling
1. Verzaak je de duivel?

(en hij/zij moet antwoorden:) ik verzaak de duivel.

2. en alle duivelsoffers?

(hij/zij moet antwoorden:) en ik verzaak alle duivelsoffers.

3. en alle werken van de duivel?

(hij/zij moet antwoorden:) en ik verzaak alle werken en woorden van de duivel,
Donar en Wodan en Saxnot
en al de afgoden die hun gezellen zijn.
     

De goden Donar en Wodan zijn ook uit andere bronnen bekend. Bij Saxnot ligt dat moeilijker. Het feit dat hij hier genoemd wordt (en dus afgezworen moet worden), geeft wel aan dat hij belangrijk was voor de Saksen. Misschien betekent zijn naam zoiets als "vriend (vergelijk Nederlands 'genoot') der Saksen", maar dat is speculatie. Het tweede deel van de doopgelofte luidt:

Oudnederlands of Oudsaksisch
gelobistu in got alamehtigan fadaer

ec gelobo in got alamehtigan fadaer

gelobistu in crist godes suno

ec gelobo in crist godes suno

gelobistu in halogan gast

ec gelobo in halogan gast
     

Vertaling
4. Geloof je in God de almachtige Vader?

ik geloof in God de almachtige Vader.

5. Geloof je in Christus Gods Zoon?

ik geloof in Christus Gods Zoon.

6. Geloof je in de Heilige Geest?

ik geloof in de Heilige Geest.
     

Gebruikers[bewerken]

Vermoed wordt dat de doopgelofte met bijgaand lijstje in de Utrechtse kathedraalschool in gebruik is geweest.

Bronnen[bewerken]

  • Gysseling, M. Corpus van Middelnederlandse teksten (tot en met het jaar 1300). Reeks I: Ambtelijke bescheiden, 9 delen; Reeks II: Literaire handschriften, 6 delen, 's Gravenhage
  • Schlosser, H.D. Althochdeutsche Literatur (Frankfurt aan de Main/Hamburg, 1970)
  • De Bruin, R.E. e.a. (red.) (2000), 'Een paradijs vol weelde'. Geschiedenis van de stad Utrecht, Matrijs, Utrecht, blz. 33-34, ISBN 9053451757

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Utrechtse doopbelofte op Wikisource