Over de Joden en hun leugens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Over de Joden en hun leugens (Duits: Von den Jüden und Iren Lügen, in de moderne spelling Von den Juden und ihren Lügen) is een antisemitische verhandeling van 65.000 woorden geschreven in 1543 door de Duitse Reformatie-leider Maarten Luther.[1]

In de verhandeling stelt hij dat Joodse synagogen en scholen in brand worden gestoken, hun gebedenboeken vernietigd, rabbijnen verboden te prediken, huizen en geld geconfisqueerd. Ze moeten geen genade of vriendelijkheid getoond worden,[2] geen juridische bescherming geboden,[3] en "deze giftige wormen" moeten worden opgeschreven voor dwangarbeid of voor altijd worden verbannen.[4] Hij lijkt ook te pleiten voor hun moord door te schrijven: "We hebben de schuld dat we ze niet hebben gedood".[5]