Overdrachtsbelasting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Overdrachtsbelasting is de belasting die in Nederland wordt geheven bij de verkrijging van een onroerende zaak en daarop gevestigde rechten. De belasting is geregeld in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR).

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

De belasting is ontstaan in de tijd van de Spaanse overheersing van Nederland. Alva had eerder de Tiende Penning ingevoerd (een belasting naar het tarief van 10%) over verkopen van roerende objecten. Er werd toen een belasting naar een tarief van 5% ('de twintigste penning') geheven over de verkoopprijzen van onroerende objecten. Het ging dan met name om verkopen van de grote grondposities die toen in handen van de adel waren. Met de belastingopbrengst kon de overheid toen de kosten van een landleger betalen, dat de grondeigenaren en pachters ('horigen') moest beschermen tegen plundering door vijandige troepen. Hoewel Nederland reeds lange tijd niet meer in oorlog met Spanje is, bleek deze belasting voor de overheid een welkome aanvulling van de schatkist.

Nieuwbouw[bewerken]

Bij de aankoop van nieuwbouw wordt geen overdrachtsbelasting geheven maar btw.

Tarief bestaande bouw[bewerken]

Het tarief van 5% werd in de loop van de tijd tot 6% verhoogd. Het tarief wordt toegepast op de waarde van de verkrijging en wordt bij bestaande bouw van de verkrijger geheven. De in aanmerking te nemen waarde is steeds de waarde in het economisch verkeer. Bij een appartementsrecht is het tarief niet van toepassing op de waarde van het aandeel in (de reservefondsen van) de VvE.

Woningen[bewerken]

Sinds 15 juni 2011 is uitsluitend voor woningen[1] het tarief verlaagd tot 2%. De verlaging gold aanvankelijk voor een jaar: tot 1 juli 2012.[2] Bij besluit van 25 mei 2012 is de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting voor woningen van 6% naar 2% omgezet in een permanente verlaging.[3][4]

De verlaging is ingesteld om de woningmarkt uit het slop te trekken. De overdrachtsbelasting is nadelig voor de flexibiliteit van de woningmarkt en van de arbeidsmarkt. Er wordt wel van 'verhuisboete' gesproken. De belasting wordt genoemd als oorzaak van extra woon-werkverkeer (extra verhuiskosten ontmoedigen het verhuizen naar een woning dichter bij het werk), en ook zouden werknemers hierdoor minder snel geneigd zijn om te verhuizen voor een betere baan.[5] Al enkele jaren wordt in de politiek gesproken over het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Het Centraal Planbureau adviseerde in december 2010 om de overdrachtsbelasting af te schaffen vanwege "een onrechtvaardig en verstorend element in het Nederlandse belastingstelsel, omdat die geheven wordt telkens wanneer onroerende zaak wordt verkocht".[6]

Niet-woningen[bewerken]

De overdrachtsbelasting bedraagt (onveranderd) 6%.

Ruiling van landerijen[bewerken]

Eerder bestond een verlaagd tarief van 1% voor de ruiling van landerijen: dit tarief is afgeschaft en omgezet in een vrijstelling.

Opeenvolgende verkrijgingen[bewerken]

Als binnen 6 maanden voorafgaand aan een verkrijging overdrachtsbelasting is voldaan of niet aftrekbare omzetbelasting was verschuldigd mag de maatstaf van heffing o.g.v. art. 13 WBR worden verminderd met de waarde waarover bij de vorige verkrijging overdrachtsbelasting is voldaan of verminderd met de vergoeding waarover niet-aftrekbare omzetbelasting was verschuldigd. Sinds 1 juli 2011 blijft het fiscaal niet meer zonder gevolgen als partijen afspreken dat het o.g.v. art. 13 WBR genoten voordeel niet aan de koper, maar aan de verkoper toekomt. Een tijdelijke goedkeuring van de minister liep op 1 juli 2011 af.[7] Sindsdien geldt bij doorverkoop A naar B naar C: of verkoper (B) draagt zijn/haar last (de verschuldigde overdrachtsbelasting A-B), of koper (C) koopt die last en is over de waarde van de last overdrachtsbelasting verschuldigd. Kamervragen hierover wachten nog op antwoord.[8]

Tijdelijke verruiming tot 1 januari 2015[bewerken]

Indien de eerste verkrijging op of na 1 september 2012 plaatsvindt, is deze termijn verruimd van 6 maanden naar 36 maanden.[9]

Caribisch Nederland[bewerken]

Caribisch Nederland kent een overdrachtsbelasting op de overdracht van onroerend goed en schepen. Het tarief bedraagt 5% over de waarde van het goed. De overdrachtsbelasting wordt geregeld in hoofdstuk VII van de Belastingwet BES.

België[bewerken]

De overdrachtsbelasting in België wordt aangeduid met registratierechten. De hoogte van de registratierechten is afhankelijk van het kadastraal inkomen. In België kent men het zogenaamde 'klein beschrijf' en 'groot beschrijf'. De tarieven verschillen voor Vlaanderen, Wallonie en het Brussels Gewest. In Vlaanderen is het tarief voor het groot beschrijf 10%, voor het klein beschrijf 5%. Ook is het in Vlaanderen mogelijk om, onder bepaalde voorwaarden, de gemaakte kosten van het beschrijf in mindering te brengen bij aankoop van een andere woning: 'meeneembaarheid'.

Zie ook[bewerken]