Overlaat van Veurne-Ambacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Overlaat van Veurne-Ambacht, gezien vanaf de brug over de Noordvaart
Acht doorstroomopeningen van de Overlaat van Veurne-Ambacht met zestien tandwielkasten om de twee schuiven per opening te bedienen; zowel aan de kant van de zwaaikom als aan de kant van de Noordvaart zijn in de penanten, de pijlers tussen twee doorstroomopeningen, sponningen voor schotbalken om zonodig de doorstroomopening droog te leggen.
De Noordvaart, met verhoogde bermen dienend als spaarbekken, gezien vanaf de de brug over de Noordvaart in de N380

De Overlaat van Veurne-Ambacht[1], is de uitwateringssluis van de Noordvaart. De Noordvaart verzamelt al het water van de polders tussen de IJzer, de Veurnevaart en de Bergenvaart. Ze wordt ook de Aflozingsvaart van Veurne-Ambacht genoemd. De sluis is het tweede kunstwerk op de Ganzepoot, komende van Nieuwpoort. Ze werd in 1875 als eerste kunstwerk van het moderniseringsprogramma in gebruik genomen. De sluis bestaat uit acht doorstroomopeningen, elk twee meter breed en drie en een halve meter hoog. Er is geen schutsluis vermits de Noordvaart niet gebruikt wordt voor scheepvaart.

Beschrijving en werking[bewerken]

Elke doorstroomopening kan afgesloten worden door twee schuiven die in beweging gebracht worden door een getande stang en tandwielkast. Bij lage tij worden de schuiven gelicht om te spuien. Bij hoge tij moeten de schuiven neergelaten worden om de zee te beletten de polder te overstromen. Aan beide kanten van de doorstroomopeningen zijn sponningen voorzien waarin schotbalken kunnen neergelaten worden om de openingen droog te leggen voor onderhoudswerken. Op acht honderd meter stroomopwaarts van de overlaat werd een pompstation gebouwd. De Noordvaart tussen dat gemaal en de uitwateringssluis dient, na aanpassingswerken, als wachtbekken. Op vijftig meter van de overlaat overspant een vaste brug in de N380 de Noordvaart.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Er was geen aparte brug over de Noordvaart. Alle wegverkeer liep over het massief van de sluis. Links en rechts van de smalle kasseiweg stonden de tandwielkasten van de schuiven. De Overlaat van Veurne-Ambacht werd dagelijks beschoten met lichte artillerie, brisant granaten en gifgasgranaten en onder vuur genomen met machinegeweren. De mogelijkheid, langs een smalle loopbrug onttrokken aan het zicht van de vijand, schotbalken neer te laten in de sponningen hielp de sapeurs [2] om de sluis in werking te houden.

Nadat andere pogingen tot inunderen mislukt waren, werd de Overlaat van Veurne-Ambacht in de nacht van 29 op 30 oktober 1914 geopend om een deel van de vlakte van de IJzer onder water te zetten. Twee dagen na mekaar werden acht maal twee schuiven vier maal per dag bediend: gelicht bij vloed en neergelaten bij afgaande tij.

Gedurende de oorlog werd de Overlaat van Veurne-Ambacht gebruikt om de waterhuishouding van gans het gebied Nieuwpoort, Diksmuide, Lo, Veurne te controleren, water te steken om de inundatie op peil te houden, te spuien om te beletten dat de eigen posities onder water liepen.

Bronnen[bewerken]

  • Leper J. Kunstmatige inundaties in Maritiem Vlaanderen 1316-1945, Michiels, Tongeren, 1957, 327 p.
  • Van Pul Paul, Oktober 1914. Het koninkrijk gered door de zee, De krijger, Erpe, 2004, 371 p. Dépôt légal D/2004/6004/15, ISBN 90-5868-135-1
  • Thys Robert, kapitein-commandant. Nieuport 1914-1918. Les inondations de l’Yser et la Compagnie des Sapeurs-Pontonniers du Génie Belge, Paris/Liège/Londres, Levrault/Henri Desoer/Constable and Co, 1922.
  • Van Pul Paul, Waterbouwkunde in de IJzervlakte (1590-1915), De Schorre/ Bernard Duwez, 2018, 410 p. D/2018/10.856/14, Wettelijk depot: april 2018, ISBN: 978-2-930876-12-2