Overleg:Hans Coumans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Omdat naar mijn mening de tekst niet zo "encyclopedisch" en "objectief" was heb ik onderstaande teksten verwijderd en vervangen door een kortere en zakelijker versie. Elly (overleg) 16 jun 2015 10:06 (CEST)

Coumans had altijd al gezag en orde betwist. Al vroeg in zijn jeugd trachtte hij zich te ontworstelen aan de dorpscultuur van het kerkdorp Schin uit de jaren 50, wat tot gevolg had, dat hij een tijd lang een nogal vagebond-achtige leven leidde. De onbedwingbare drang tot vrijheid en avontuur zorgde ervoor dat hij tussen zijn 15e en 19e levensjaar solitair diverse langdurige tochten door Europa (Duitsland, Oostenrijk, België, Frankrijk, Spanje) ondernam. Tussendoor (in 1961) sloot hij zich voor een half jaar aan bij het rondreizend circusgezelschap Boltini. Terug in Nederland bezocht Coumans vluchtig de stadsacademie in Maastricht en ging hij korte periode in de leer bij beeldend kunstenaar Charles Eyck. Ofschoon hij dan al bedreven was in het vervaardigen van landschappen en dorpsgezichten, ontpopte hij zich aanvankelijk hoofdzakelijk als genreschilder en vervaardigde hij talrijke muurtaferelen, veelal bourgondische werken van het idyllische Heuvelland, in tientallen horecaondernemingen van Valkenburg aan de Geul en omstreken. Als cultureel ondernemer zag hij zichzelf dienstbaar, maar belangrijker nog, deze activiteiten genereerde publiciteit en een toenemende interesse in zijn vrije werk als ook een vraag naar portretten. In 1965 trok hij enige tijd naar de randstad om zich te mengen onder de Haarlemse kunstscene en zich aan te sluiten bij de net opgerichte provobeweging. Hoewel hij zelf voorvechter was van het (ludieke) geweldloze verzet tegen het leidend establishment, deed de sfeer van agressie en massahysterie in de hoofdstad hem na enkele maanden al doen terugkeren naar het rustige zuiden. De erkenning voor zijn vrij werk en met name zijn portretkunst, omstreeks zijn vijfentwintigste, bracht hem blijvend financiële onafhankelijkheid. In 1969 trok hij wederom naar Spanje, waar hij aan de kuststeden Benidorm, Lloret de Mar en Calella de la Costa vele muurtaferelen vervaardigde (onder andere in het restaurant “La Olla” van de privé-kok van generaal Franco) en snel faam maakt als 'pintor Holandés'. Problemen met uitbetaling van een maand lang schilderwerk deden hem, geruïneerd en uitgeput, besluiten weer terug te keren naar het Heuvelland. Terug in Valkenburg ontmoette hij zijn jeugdliefde Christine van Kempen - een meisje van notabele afkomst - weer, waar hij in 1970 mee in het huwelijk trad. Zij was het, die een keerpunt in zijn carrière inluidde en hem liet inzien, dat hij zijn ambitie tot serieuze kunstschilder moest waarmaken. Vanaf dat moment legde hij zich volledig toe op het schilderen van de vele unieke aangezichten van zijn geliefde Zuid-Limburgse Heuvelland.

Het onderstaande kan voor iedereen gelden:

In het begin van zijn kunstenaarsbestaan zag Coumans Rubens en Hals nog als grote inspiratiebronnen, maar al snel daarna zouden verscheidene reizen door heel Europa – Duitsland, Oostenrijk, België, Frankrijk en Spanje - hem in contact brengen met het werk van onder andere Goya en Velázquez. In de latere periode komt een duidelijke invloed van Van Gogh naar voren.