Overleg:Transitiviteit (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

rijden[bewerken]

'Rijden' wordt als slechts onovergankelijk gebracht, echter:

  • De trein rijdt.
  • De man rijdt een paard.

De betekenis van 'rijden' is inderdaad verschillend. Wat mij ook in de voorbeelden opvalt is dat alle transitief gebruik een actie aanduidt en alle intransitief gebruik een (statische) situatie. Toeval?

Wat te denken van "De trein rijdt een stukje". Dan is het toch echt een overgankelijk werkwoord, met de juiste betekenis. Het is gewoon een slecht voorbeeld.


"De man rijdt een paard" kan niet. Het moet zijn "De man berijdt een paard", "De man rijdt op een paard" of "De man rijdt paard". Bij de zin "De trein rijdt een stukje" is "een stukje" geen lijdend voorwerp, maar een bijwoordelijke bepaling.

tussenwoord[bewerken]

Misschien kan iemand iets vertellen over het tussenwoord bij zowel een lijdend- als een meewerkend voorwerp... Ik weet dat het op een of andere manier afhankelijk is van het werkwoord, maar ik weet er duidelijk niet genoeg van om er over te schrijven.


Verplicht lijdend voorwerp?[bewerken]

Is bij een transitief werkwoord het lijdend voorwerp niet verplicht?