Overstromingen in Europa in juli 2021

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Overstromingen in Europa in juli 2021
Detailkaart van landen getroffen door de overstromingen
Jaar 2021
Datum 12 juli - heden
Regio België
Duitsland
Frankrijk
Italië
Luxemburg
Nederland
Oostenrijk
Roemenië
Verenigd Koninkrijk
Zwitserland
Doden Totaal: minimaal 217 doden
Duitsland: 177
België: 37
Oostenrijk: 1
Roemenië: 2
Kaart van overstromingen in West-Europa, gemaakt door het EU Emergency Response Coordination Centre (ERCC).
Satelliet- en radarbeelden van 8 tot 15 juli.
Ravage in Pepinster in België na de overstroming.

De overstromingen in Europa in juli 2021 vonden plaats in vooral het noordwestelijk binnenland van Midden-Europa, met als gevolg enorme schade en slachtoffers in de landen België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. De overstromingen zijn het gevolg van aanhoudende regenbuien die op hun beurt veroorzaakt werden door een lagedrukgebied dat dagenlang op zijn plaats bleef. Meerdere rivieren en beken stroomden over. Met name de Belgische provincie Luik en de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts werden zwaar getroffen.[1][2]

Oorzaak en neerslag[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds begin juli 2021 kwamen warme, stormachtige winden uit Frankrijk en Piëmont en, met de lage ligging, een koele windstroom uit het noorden naar Centraal-Europa. Dit resulteerde in een groot, relatief vast lagedrukgebied door de destijds zwakke straalstroom en een trogweersituatie;[3] dagen waren er zware regen- en onweersbuien, met soms hagel, in Oost-België, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts, Baden-Württemberg, Beieren, Saksen en in het noordwesten van Oostenrijk en Zwitserland. Op veel plaatsen veroorzaakten watermassa's overstromingen in rivieren en beken, grote materiële schade, gewonden en doden. Veel schade ontstond door weggespoelde bruggen en auto's en door ingestorte woningen en andere bouwwerken. De waterstanden van sommige wateren bereikten vergelijkbare hoogten als tijdens de overstroming van de Alpen in 2005 en de overstroming in Zwitserland in 2007 of overschreden ze zelfs. Na ongeveer een week lag het lagedrukgebied boven de oostelijke Alpen, waar het langzaam volliep en in Oostenrijk tot zware overstromingen leidde.

In de verschillende getroffen regio's verliepen de overstromingen anders. De neerslag in sommige berggebieden leidde tot een enorme zwelling van de rivieren en een snel toenemende, maar slechts korte overstroming in de benedenloop. Daarentegen verzamelde het water zich langzaam op andere plaatsen zoals de meren aan de rand van de Alpen in Zwitserland en in de benedenloop van rivieren zoals de Maas en de Rijn en bereikte pas na enkele dagen de hoogste waterstanden. In sommige dallandschappen zakten de vloedgolven na enkele uren, terwijl de overstromingen in vlakke gebieden dagenlang aanhielden. De overstroming was vooral verwoestend in de Eifel, waar gebouwen inclusief infrastructuur aan de Ahr, het bovenste deel van de Erft, de Roer en zijn zijrivieren Inde, Merzbach en Worm, werden verwoest.

Meer dan 200 mensen kwamen om bij de natuurramp, van wie zeker 177 in Duitsland en 37 in België. Een week na de overstromingen waren er nog vele tientallen vermisten.[4][5][6] In Duitsland was dit de natuurramp met het grootste aantal slachtoffers sinds de stormvloed van 1962.

Getroffen gebieden[bewerken | brontekst bewerken]

Hieronder een overzicht van de getroffen landen België, de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts, Frankrijk, Luxemburg en Nederland.

België[bewerken | brontekst bewerken]

In België werd met name Wallonië getroffen (inclusief plaatsen aan de Maas en haar zijrivieren). De regenmeters van de Service Publique de Wallonie - Mobilité et Infrastructures (SPW MI) registreerden over een periode van 48 uur de volgende neerslaghoeveelheden: in Jalhay 271,5 mm (271,5 liter per vierkante meter), in Spa 217,1 mm, Neu-Hattlich 189,0 mm, Mont Rigi 192,4 mm. Deze hoeveelheden zijn uitzonderlijk, en zouden maar eens in de honderd jaar voorkomen.[3]

Schade in het Luikse Pepinster.

Op donderdag 15 juli kondigde de Infrabel de stopzetting van het treinverkeer in de hele regio aan. Op maandag 19 juli werden verschillende spoorlijnen waar dit mogelijk was weer heropgestart. Diverse lijnen bleven nog langere tijd buiten gebruik als gevolg van waterschade. Er was een risico op overstromingen in de hele provincie Luik en in delen van de provincies Luxemburg, Namen en Waals-Brabant. In het gebied van de Duitstalige Gemeenschap is de Our buiten haar oevers getreden.

In België stierven minstens 36 mensen en nog eens 163 mensen werden op 18 juli 2021 nog vermist. Verschillende huizen stortten in. Er zaten tot zo'n 20.000 mensen zonder elektriciteit en ook het drinkwater was vervuild. Zeer zwaar getroffen was het dal van de Vesder met plaatsen als Verviers, Pepinster en Chaudfontaine, waar veel slachtoffers vielen, huizen, wegen en bruggen werden weggespoeld en velen dagenlang op hulp moesten wachten.[2]

Op 24 juli werden delen van Wallonië opnieuw getroffen door noodweer, dat wateroverlast en modderstromen veroorzaakte. Deze keer werden vooral de provincies Namen en Waals-Brabant getroffen. De schade was groot in onder andere Namen, Dinant en Walhain.[7]

Duitsland[bewerken | brontekst bewerken]

Medio juli 2021 zorgde de lage temperatuur voor hevige regenval in verschillende regio's van Duitsland. Op sommige plaatsen viel binnen 24 uur meer dan 150 liter regen per vierkante meter. 154 liter in Keulen-Stammheim. De Duitse weerdienst schat de terugkeertijd van een dergelijke gebeurtenis op meer dan 100 jaar en mogelijk 1.000 jaar. Deze regenmassa's veroorzaakten ernstige overstromingen. Vooral de westelijke deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts werden zwaar getroffen. Voor de twee deelstaten gaf de minister van Defensie op 16 juli 2021 een Rampenalarm om de slagkracht van de Bundeswehr bij rampenbestrijding te vergroten.

Door de zware regen kwamen in beide deelstaten zeker 166 mensen om. In Noordrijn-Westfalen verdronken onder meer vier brandweerlieden. Zelfs al bij de eerste inventarisatie was het aantal slachtoffers veel hoger dan bij het hoogwater in Centraal-Europa van 2002, toen 21 mensen stierven in Duitsland. Daarnaast is er een materiële schade van miljarden euro's.

Omdat de overstroming meerdere onderstations bereikte, moesten de elektriciteitsbedrijven daar de elektriciteit uitschakelen. 200.000 mensen in Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts werden getroffen door stroomuitval. Voor meer dan 100.000 mensen ging dit door tot in ieder geval de middag van 16 juli. Ook waren mobiele netwerken en de drinkwatervoorziening in sommige getroffen gebieden ingestort. Evenzo is het treinverkeer, zowel het regionale als het langeafstandsverkeer getroffen, vooral in Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts. Specifieker de spoorlijnen in de Eifel, zoals de Eifellijn en de Ahrtalbahn, werden zwaar beschadigd.

Noordrijn-Westfalen[bewerken | brontekst bewerken]

Hoog water in Kreuzberg
Opruimen in Flamersheim

Op 16 juli waren 25 steden en districten in Noordrijn-Westfalen bijzonder getroffen door de overstroming. Op dezelfde dag hadden volgens de minister van Binnenlandse Zaken van Noordrijn-Westfalen 19.000 hulporganisaties 30.000 hulpverzoeken afgehandeld in verband met de overstroming en de politie van Noordrijn-Westfalen nog eens 3.200 hulpverzoeken.

De ingrijpende gevolgen van het noodweer in West-Duitsland waren ook voelbaar in Euskirchen en de gemeenten Ahrweiler en Erftstadt waarvan meerdere dorpskernen zwaar werden getroffen. Door de overstromingen en het instortingsgevaar van de Steinbachtalsperre moesten enkele duizenden inwoners van verschillende dorpen hun huizen verlaten. De Erft, die buiten haar oevers trad, overstroomde grote delen van het stedelijk gebied van Erftstadt, verschillende plaatsen werden gedeeltelijk of volledig geëvacueerd en wegen zoals de A1, A61 en B265 moesten worden gesloten vanwege de overstromingen en wegschade. In de wijk Blessem van Erftstadt stroomde het water van de Erft door een woon- en handelsgebied. De rivier baande een nieuwe weg naar de put van de grindfabriek van Blessem; verschillende huizen in de buurt van Kasteel Blessem werden weggespoeld of beschadigd. Een ziekenhuis in Eschweiler moest volledig worden ontruimd; de ruim 300 patiënten werden overgebracht naar andere ziekenhuizen. Het grootste deel van de penitentiaire inrichting in Euskirchen werd ontruimd. In deze omgeving vielen 27 doden.

Naast de schade aan hoofdwegen werden veel spoorlijnen zwaar getroffen. In de zuidelijke helft van Noordrijn-Westfalen was treinverkeer soms op geen enkel traject mogelijk. Langeafstandstreinen uit het noorden eindigden onder meer in Münster en verschillende regionale treindiensten werden geschrapt. De stations in Hagen en Wuppertal en de spoorlijnen die hier lopen (inclusief de spoorlijn door het dal van de Wupper) zijn bijzonder getroffen. Hier was op 16 juli geen treinverkeer mogelijk. Ook in Bonn, op de linker Rijnoever, konden er tot 17 juli 2021 geen treinen rijden omdat water het seinhuis binnendrong en de stroomtoevoer onderbrak. Doordat de Inde buiten haar oevers trad, kwam de dagbouwmijn Inden gedeeltelijk onder water te staan.

Op 14 juli werden het hoogwaterretentiebekken van de Erft in Eicherscheid in de Eifel en andere retentiebekkens bij Horchheim, Weilerswist en Kerpen-Mödrath geopend om de afvoer in de Erft te verminderen. Op de avond van 16 juli brak er een dam in de Roer in Wassenberg-Ophoven.

In Duitsland werden 850 militairen ingezet. Ze hielpen de brandweer in de rampgebieden en maakten met gepantserde voertuigen wegen vrij. De Duitse autoriteiten lieten helikopters uitvliegen om mensen van daken te halen. De Duitse politie greep ook in om enkele plunderingen en ramptoerisme te voorkomen.[8]

Rijnland-Palts[bewerken | brontekst bewerken]

Het ondergelopen Duitse dorp Kordel.

In deze regio waren zeker 122 doden en 763 gewonden. Op 20 juli werden er nog 155 mensen vermist. De overstromingen kwamen hier sneller dan de autoriteiten de mensen hadden kunnen waarschuwen. Vooral de Landkreis Ahrweiler werd zwaar getroffen, waar de overstroming van de Ahr een spoor van vernieling achterliet en bruggen en andere infrastructuurvoorzieningen vernielde. Alleen al in het kleine dorp Schuld stortten zes huizen in. In de stad Sinzig stierven twaalf bewoners van een gehandicaptenvoorziening. Ook de districten Vulkaneifel en Trier-Saarburg werden tot rampgebied uitgeroepen. De gemeente Kordel, waar een verzorgingshuis volledig ontruimd moest worden, werd eveneens zwaar getroffen.[9][10]

Minstens zeven spoorbruggen en ongeveer 20 kilometer spoor op de Ahrtal-spoorlijn werden verwoest door overstromingen en ondermijning. De reparaties langs het spoor zullen waarschijnlijk maanden in beslag nemen. Vervangend vervoer was moeilijk vanwege de slechte toestand van de wegen.

De Copernicussatelieten van de EU en ESA maakten opnames van het getroffen rampgebied om de hulpdiensten te kunnen ondersteunen.[11]

Beieren[bewerken | brontekst bewerken]

Het regengebied trok verder oostwaarts naar het grensgebied van Duitsland (Beieren) met Oostenrijk (Salzburg) waar het ook voor overstromingen in het Donaubekken zorgde en er doden te betreuren vielen.

Frankrijk[bewerken | brontekst bewerken]

De Franse regio Grand Est had het meest te lijden onder de overstromingen terwijl ook de regio's Hauts-de-France en Bourgogne-Franche-Comté schade ondervonden van lokale overstromingen. Volgens Météo-France viel tussen maandag 12 juli en vrijdag 16 juli 199 millimeter regen in de Châtel-de-Joux (Jura), 160 mm in Plainfaing (Vogezen), 159 mm in Le Fied (Jura) en 158 mm in Villers-la-Chèvre (Meurthe-et-Moselle).

Luxemburg[bewerken | brontekst bewerken]

Clausen

Ook in het Groothertogdom Luxemburg zorgde zware regenval op 14 en 15 juli ervoor dat talrijke rivieren buiten hun oevers traden en naburige steden onder water zetten. Delen van de stad Echternach moesten op 15 juli worden geëvacueerd, evenals inwoners van verschillende andere plaatsen zoals Rosport.[12] In Bollendorf bereikte het niveau van de rivier de Sûre met 608 centimeter de op één na hoogste waarde sinds het begin van de metingen. Ernstige schade werd veroorzaakt in de benedenstad van de hoofdstad Luxemburg door de Alzette. De kerosinelevering aan de luchthaven werd onderbroken wegens de schade aan een pijpleiding dicht bij Echternacherbrück. De treindienst van Metz in Frankrijk naar Luxemburg werd zwaar getroffen en werd volledig stopgezet vanuit Thionville. Aanleiding hiervoor was het onderlopen van de treintunnel bij Hagondange. Veel spoorwegen en wegen in Luxemburg waren ook gesloten vanwege aardverschuivingen en overstromingen. In de middag van 15 juli 2021 daalde het waterpeil op veel plaatsen weer langzaam. De Luxemburgse premier kondigde een steunbedrag van 50 miljoen euro aan.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Overstroming van de Geul in het centrum van Valkenburg (Nederlands-Limburg).

Vooral het zuidelijke deel van de Nederlandse provincie Limburg werd door zware neerslag en de gevolgen daarvan getroffen. In het Heuvelland en de Oostelijke Mijnstreek zorgde hevige regenval op 13 en 14 juli ervoor dat beken en riviertjes buiten hun oevers traden. Op deze twee dagen viel in sommige delen van Zuid-Limburg meer dan 150 millimeter.[13] De resulterende overstromingen veroorzaakten ernstige wateroverlast in onder andere de gemeenten Heerlen, Landgraaf, Kerkrade, Gulpen-Wittem, Valkenburg aan de Geul en Meerssen.

Het centrum van Valkenburg liep in de nacht van 14 op 15 juli onder water. Diverse bruggen over de Geul raakten ontzet, waarvan er een instortte.[14] Honderden inwoners en hotelgasten werden geëvacueerd, waarbij militairen assistentie verleenden. In totaal ondervonden in Valkenburg 2300 huishoudens overlast. 700 woningen werden tijdelijk onbewoonbaar. Daarnaast werden 270 horecaondernemingen en 180 winkels getroffen door het hoge water. De schade in Valkenburg werd kort na de ramp geschat op 400 miljoen euro.[15]

Hulpverlening in Valkenburg.

Op 15 juli overtrof het debiet van de Maas bij Eijsden (3.260 m³/s) het (winter)record van 1993 (3.120 m³/s). De meetreeks loopt terug tot 1911 (bij de overstromingen van 1643 was het debiet waarschijnlijk hoger, naar schatting 3.600 m³/s).[16] Delen van de snelwegen A2, A76 en A79 werden afgesloten en achtereenvolgens werden delen van Eijsden, Maastricht, Stein en Roermond geëvacueerd. In de Maastrichtse wijk Boschpoort dreigde een stuwdam het te begeven. In Meerssen leek op 16 juli een dijk langs het Julianakanaal door te breken.[17] Mensen werden opgeroepen de aangrenzende dorpen zo spoedig mogelijk te verlaten. Rijkswaterstaat meldde later dat het opwellend Maaswater betrof, dat door middel van zandzakken tegengehouden kon worden.[18] Inmiddels werden ook inwoners van Venlo, Baarlo en Kessel opgeroepen zich te evacueren. In Venlo en de omliggende gemeenten zijn in de avond van 16 juli ruim 10.000 mensen geëvacueerd. In Venlo werd uit voorzorg een ziekenhuis geëvacueerd. Evacuaties waren er verder in de plaatsen Maasband, Meers, Berg aan de Maas, Visserweert, Aasterberg, Grevenbicht, Vlodrop, Arcen, Lomm, Velden, Tegelen, Steyl, Belfeld en Hout-Blerick.[19]

Op 15 juli werden 300 militairen ingezet om te helpen bij de overstromingen in Limburg.[20] De Nationale Reddingsvloot (NRV), een samenwerking tussen de brandweer en reddingsbrigade met 88 eenheden uit 22 veiligheidsregio's, is grootschalig ingezet in Limburg en België.[21]

Na het dalen van de waterstand in de Maas werd op 20 juli ook in Noord-Limburg de noodsituatie weer opgeheven. De provincie is volgens het waterschap Limburg door het oog van de naald gekropen, er zijn geen dijken doorgebroken. Dankzij alle maatregelen die sinds het hoogwater in 1993 en 1995 zijn genomen is de wateroverlast langs de Maas in 2021 (veel) minder erg geworden dan destijds.[22]

De Nederlandse regering heeft verschillende vormen van financiële steun voor burgers en ondernemers in de getroffen gebieden ter beschikking gesteld.[23]

Klimaatverandering[bewerken | brontekst bewerken]

De klimaatonderzoekers Stefan Rahmstorf, Friederike Otto, Ed Hawkins en de meteoroloog Karsten Schwanke beschrijven dat een belangrijke factor voor de toenemende frequentie en intensiteit van extreme weersomstandigheden wordt gevormd door de opwarming van de aarde.[24][25][26][27] Schwanke beschrijft hoe de hoeveelheid regen in de Eifel grote schade aanrichtte: het water werd daar door het middelgebergte geleid en leidde tot snel stijgende waterstanden in de kleinere beken, wat op zijn beurt bijdroeg aan de overstromingen. Bovendien was het een ongewone gebeurtenis omdat er in een dergelijk groot gebied - van het Sauerland tot het Bergisches Land en Keulen tot de Eifel - meer dan 100 millimeter regen viel. Andere factoren die de situatie bij hevige regenval kunnen verergeren, zijn oppervlakteafdekking, ontbossing, uitgedroogde bodems en ontbrekende of ondermaatse maatregelen ter bescherming tegen overstromingen van lage bergbeekjes, die tot dan toe zelden als risico werden gezien. Hoe hoog de waterstanden precies waren, is in niet alle gevallen meer te achterhalen, omdat meettoestellen geen gegevens meer rapporteren. De meettoestellen waren ofwel niet ontworpen voor de bereikte waterstanden of werden vernietigd door het water.

Bas Jonkman, hoogleraar waterbouw aan de TU Delft die met enkele Europese collega's een wetenschappelijk artikel publiceerde over trends in Europese overstromingen, stelt dat er voorgaand aan deze overstroming (nog) geen trend was in het voorkomen van meer overstromingen.[28]

Zie de categorie Overstromingen in Europa in juli 2021 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.