Oxfam in België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Oxfam in België is een Belgische organisatie voor ontwikkelingssamenwerking.

Geschiedenis[bewerken]

Op 17 september 1964 wordt de organisatie door Graaf Victor de Robiano, Baron Antoine Allard en andere vrienden opgericht als Belgische dochterorganisatie van Oxfam International. In de eerste jaren werd vooral aandacht besteed aan dekolonisatie. In 1971 werd de eerste wereldwinkel geopend in Antwerpen, gevolgd door de oprichting van Oxfam wereldwinkels in 1975. Een jaar later werd Oxfam Magasins du Monde opgericht.

Organisatie[bewerken]

Oxfam in België bestaat uit drie verschillende, onafhankelijke organisaties. Dit zijn Oxfam-Solidariteit dat in heel België actief is, Oxfam-Wereldwinkels actief in Vlaanderen en Oxfam Magasins du Monde dat actief is in Wallonië. Beide laatsten zijn ook actief in Brussel. Oxfam-Wereldwinkels en Magasins du Monde houden zich bezig met eerlijke handel of fair trade. De drie organisaties voeren ook actie om de politiek aan te zetten meer te doen aan de problematiek van achtergestelde mensen in de wereld. Vaak doen ze dit in samenwerking met bijvoorbeeld 11.11.11 en Vredeseilanden.

Oxfam-Solidariteit[bewerken]

Deze niet-gouvernementele organisatie zet zich in voor ontwikkelingssamenwerking. Dit doet ze met behulp van de inzameling van fondsen en een keten van tweedehandswinkels, met onder andere kleding en computers, waarmee ze ontwikkelingsprojecten in Afrika, Zuid-Amerika, Centraal-Amerika, Maghreb en het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en Zuidelijk Azië ondersteunt. Ze gaan ter plaatse bij rampen (bijvoorbeeld na de aardbevingen Nepal 2015[1]) en steunen plaatselijke organisaties op lange termijn. Ze probeert ook het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking te vergroten, bijvoorbeeld door beleidswerk (petities) en met "inleefateliers", waar je ziet hoe de mensen vandaag in andere landen leven.

Oxfam-Wereldwinkels[bewerken]

De organisatie is gestoeld op 3 pijlers: actie (om het publiek en de politici te overtuigen), educatie (mensen meer leren over de problemen in de wereld) en verkoop (zelf eerlijke handelsproducten verkopen).

In de wereldwinkels kan je voedings- en handwerkproducten van producenten uit verschillende "derdewereldlanden" kopen. De voeding wordt ingevoerd door de coöperatieve "Oxfam Fairtrade", dat eigendom is van Oxfam-Wereldwinkels. De producten komen zowat uit de hele wereld, maar Zuid-Amerika is het best vertegenwoordigd. Oxfam-Fairtradeproducten worden ook in warenhuizen, in Magasins du Monde en door groothandels verkocht.

Oxfam Magasins du Monde[bewerken]

Deze organisatie beheert winkels in Wallonië en Brussel waar ze voornamelijk handwerkproducten verkoopt uit Sub-Sahara Afrika. Deze producten dragen meestal het label "Made in Dignity". Vaak worden deze producten ook in Oxfam-Wereldwinkels verkocht. Er is ook een cosmeticalijn: Natyr.

Kritiek[bewerken]

In 2003 steunde Oxfam-Solidariteit een boycotcampagne van Actieplatform Palestina met een poster waarop een sinaasappelschijfje stond afgebeeld waar bloed uit sijpelt. Op de poster stond de tekst "Israëlisch fruit smaakt bitter. Zeg nee tegen de bezetting van Palestina. Koop geen groenten en fruit uit Israël".[2] Oxfam werd fel bekritiseerd vanwege de politieke anti-Israël-boodschap van de poster.[3][4] Na publiciteit en druk van de pro-Israëlische organisatie NGO Monitor verwijderde Oxfam de poster van haar website en schreef Ian Anderson, voorzitter van Oxfam International, een excuusbrief. Echter, Oxfam behield haar steun voor producten uit de West Bank en Gaza.[5]

De organisatie kreeg bijzonder veel kritiek, toen zij op 21 januari 2005 liet weten fondsen gestort door het Vlaams Belang voor de slachtoffers van de Tsunami eind 2004 in het kader van de solidariteitsactie Tsunami 12-12 niet te aanvaarden en terug te storten.[6][7][8] Honderden individuen wensten hieropvolgend hun storting aan de actie ongedaan te maken. De selectieve giftaanvaardingen konden op bijzonder weinig begrip rekenen, zo opende hoofdredacteur Sturtewagen van De Standaard het editoriaal van 22 januari met de titel "Erger dan dwaasheid".[9]

Externe links[bewerken]