P. Smit Jr.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder de naam P. Smit Jr was van 1872 tot 1987 een scheepswerf en machinefabriek actief, aanvankelijk gevestigd in Slikkerveer, later in Rotterdam.

Bedrijf[bewerken]

Op 2 januari 1872 richtte Pieter Smit (1848-1913) een scheepswerf en machinefabriek op in Slikkerveer. In 1890 werd het bedrijf omgezet in een vennootschap, de NV Scheepsbouw en Machinefabriek De Industrie. In 1893 werd het bedrijf overgeplaatst naar Rotterdam. Op 4 april 1906 werd het bedrijf ondergebracht in een nieuw opgerichte vennootschap: de NV Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr.

In 1912 verkocht Pieter Smit zijn aandelen in de vennootschap aan de Rotterdamse zakenman D.G. van Beuningen. Deze verkocht ze in 1938 weer aan de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) en de NV Dok en Werf Maatschappij Wilton-Fijenoord. In beide gevallen bleef P. Smit Jr. gewoon onder eigen naam voortbestaan.

In 1937 en 1938 kon het bedrijf het werfterrein aanzienlijk uitbreiden met de aankoop van het aangrenzende terrein van Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf NV, die hier in 1910 was gevestigd, maar sinds 1932 vanwege de recessie was gesloten en later liquideerde.

Schepen[bewerken]

Stapelloop van de Cunard Ambassador in 1972.

Pieter Smit was één van de eerste scheepsbouwers in Nederland die zich specialiseerde in de bouw van ijzeren sleepboten met compound stoommachine. In 1873 begon hij met de bouw van ijzeren loodsschoeners, in 1881 met de bouw van ijzeren zeegaande stoomschepen. Na de verplaatsing naar Rotterdam bouwde men sleep-, passagiers- en vrachtschepen en het eerste schip voor buitenlandse rekening. Tijdens de recessie in de jaren dertig wist men met de bouw en reparatie schepen voor de binnenvaart te overleven.

Tot de bekendste schepen die P. Smit Jr. heeft gebouwd behoren de ijsbreker Jääkarhu (1926) en de passagiersschepen Colombia (1930), Noordam (1938), Klipfontein en Oranjefontein (1939-1940), Prins der Nederlanden (1957) en Cunard Ambassador (1972).

Einde[bewerken]

Nadat in 1966 de RDM een fusie was aangegaan met de NV Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS) tot Rijn-Schelde Machinefabrieken en Scheepswerven NV (RSMS) en dit nieuwe bedrijf in datzelfde jaar besloot tot nauwe samenwerking met NV Dok en Werf Maatschappij Wilton-Fijenoord, was ook P. Smit Jr. onderdeel van deze Rijn-Schelde Combinatie) geworden en ging het op 1 januari 1971 automatisch mee in de fusie met Verolme Verenigde Scheepswerven NV (VVSW) tot Rijn-Schelde-Verolme Machinefabrieken en Scheepswerven NV (RSV).

Alhoewel P. Smit Jr. in de jaren na de RSV-fusie steeds de dans ontsprong om als één van de kleinere werven in het concern te worden afgestoten, werd het werk op de werf steeds minder. De nieuwbouw verdween helemaal, terwijl de reparatie sterk terugliep. Eind 1979 werd een groot deel van het resterende personeel ontslagen. P. Smit Jr. ging in afgeslankte vorm verder, maar in 1983 moest surseance van betaling worden aangevraagd. Dit duurde anderhalf jaar. In 1985 werd het bedrijf verkocht aan M.N.O. Vervat. Ook dit hielp niet. Op 22 september 1987 werd het bedrijf failliet verklaard.