Paleis Soestdijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paleis Soestdijk
Palace Soestdijk.jpg
Locatie Baarn
Oorspr. functie Buitenhuis
Huidig gebruik Museum
Start bouw 1650
Verbouwing 1674-78
Bouwstijl Classicisme
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 531286
Architect Maurits Post
Eigenaar Het Rijk
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Cornelis de Graeff te Soestdijk [1]

Paleis Soestdijk is een paleis aan de Amsterdamsestraatweg 1 in Baarn. Het is genoemd naar de Soestdijk waarlangs ook de buurtschap Soestdijk is ontstaan.

Vanaf 1937 was het de residentie van prinses en later koningin Juliana en prins Bernhard. Sinds 1971 is het eigendom van de Staat der Nederlanden.

Geschiedenis[bewerken]

Rond 1650 liet Cornelis de Graeff, de toenmalige burgemeester van Amsterdam aan de weg tussen Baarn en Soest (de Zoesdijc) een buitenverblijf bouwen: de Hofstede aen Zoestdijck. De Graeff was in de jaren 1655-1660 druk bezig, zo blijkt uit zijn te Soestdijk geschreven brieven aan de Staten-Generaal en Johan de Witt, met de opvoeding van Willem III van Oranje.

In 1674 verkocht zijn zoon Jacob de hofstede Soestdijk met de omringende landerijen aan zijn jeugdvriend, nu stadhouder Willem III. De hofstede werd vermoedelijk tussen 1674 en 1678 in opdracht van Willem III uitgebouwd tot een jachtslot, ontworpen door Maurits Post, zoon van Pieter Post.

Toen Willem III en koningin Maria II van Engeland in 1684 het jachtslot Het (oude) Loo verwierven, liet het paar daarnaast een nieuw kasteel bouwen, Paleis Het Loo. Soestdijk werd daardoor niet meer zo vaak gebruikt.

Nadat Willem III in 1702 kinderloos overleed erfde de stadhouder van Friesland, Johan Willem Friso, Soestdijk. Na diens overlijden in 1711 woonden zijn vrouw en zijn zoon, de latere stadhouder Willem IV, in de zomer op Soestdijk. Willem IV overleed in 1751 en zijn vrouw en zoon bleven 's zomers op Soestdijk wonen.

In 1787 kwam het bij Soestdijk tot een handgemeen tussen patriotten en Oranjegezinden, waarbij een dode (Christoffel Pullman) en enkele gewonden vielen. De Staten van Utrecht beloonden de officieren van de wacht met een bijzondere gouden of zilveren beloningspenning.

Tijdens de Bataafse Revolutie en de daaropvolgende Franse inval werd Paleis Soestdijk in 1795 door de Franse Republiek als oorlogsbuit in beslag genomen en vervolgens aan het Nederlandse volk geschonken. De Bataafse Republiek bevestigde deze schenking in 1796. In 1799 werd het verhuurd en bestemd tot logement.

Koninklijk paleis[bewerken]

Koning Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon Bonaparte, nam het in 1806 in gebruik en liet een kleine nieuwe uitbreiding aan het paleis bouwen. Verder werd het uitgewoonde gebouw op bescheiden schaal heringericht. Ook liet hij de gevels pleisteren en de vensters vergroten. In diezelfde tijd liet hij ook het omringende park herinrichten. Hij gebruikte het tot 1810, daarna werd het een van de paleizen van zijn broer, keizer Napoleon I, die Nederland dat jaar deel van het Franse Keizerrijk maakte.

Na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid in 1813 bleef het paleis enige tijd marginaal beheerd. Het werd na de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 door het Nederlandse volk cadeau gedaan aan kroonprins Willem, de latere koning Willem II, als huldeblijk voor zijn inspanningen in de veldslagen bij Quatre Bras en Waterloo, waarbij hij aan zijn schouder gewond raakte. Het paleis werd uitgebreid met twee vleugels aan weerszijden van het hoofdgebouw met kenmerkende halfronde colonnades: de Soester vleugel aan de linkerkant gezien vanaf de straat, en de Baarnse vleugel aan de rechterzijde. Het paleis werd 's zomers vaak bewoond door Willem II en zijn echtgenote Anna Paulowna, die het opnieuw inrichtte. Na haar dood in 1865 ging het over naar prins Hendrik, broer van koning Willem III. Deze was stadhouder van Luxemburg, maar gebruikte zijn stadspaleis Lange Voorhout in Den Haag als Nederlands pied-à-terre en Soestdijk als zomerresidentie.

Koningin-moeder Emma gebruikte Paleis Soestdijk als zomerverblijf tot haar dood in 1934. Er werden enkele kleine vernieuwingen aangebracht, zoals de aanleg van elektrische bedrading. Verder werden er twee kleedkamers op de eerste verdieping van het hoofdgebouw aangebouwd. De colonnades werden beglaasd, zodat het paleis ook in voor- en naseizoen gebruikt kon worden.

Juliana en Bernhard[bewerken]

Het beeld van Kees Verkade

Na de dood van Emma werd het paleis verbouwd om -zo bleek- als permanente woning te dienen voor prinses Juliana en prins Bernhard. De grootschalige verbouwing, het nationale huwelijksgeschenk voor hen beiden, gebeurde met name aan de Baarnse vleugel. Er werd een grotendeels ondergrondse bioscoopzaal aangebouwd. Verder kwam er in het souterrain een grote keuken. Op de begane grond werden werkkamers voor Juliana en Bernhard, een eetkamer, een bibliotheek en een turnzaal ingericht. De bestaande appartementen in de colonnades werden verbouwd tot vier gastenappartementen. De eerste verdieping werd uitgebreid met slaap-, bad- en kleedkamers voor Juliana en Bernhard en hun kinderen. Ook werden er vertrekken ingericht voor het personeel. Ook werd in die tijd het gehele paleis voorzien van centrale verwarming. In het park verrees een sportcomplex met paviljoen.

In 1937 betrokken Juliana en Bernhard het paleis. Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het de permanente woning van een gezin. Al hun kinderen, met uitzondering van prinses Margriet, werden op Soestdijk geboren.

Bij de Duitse inval in 1940 week het gezin uit naar het buitenland. Opnieuw herbergde Paleis Soestdijk buitenlandse militairen, ditmaal Duitse officieren.

Tijdens de regeerperiode van Juliana maakte de koninklijke familie voornamelijk gebruik van Soestdijk en Paleis Het Loo. Paleis Soestdijk werd in 1948 officieel de hoofdresidentie van het staatshoofd en Het Loo ging dienen als buitenverblijf, waar prinses Wilhelmina ging wonen. Om als werkpaleis te kunnen dienen werden in de Soestervleugel de secretariaten van Juliana en Bernhard ondergebracht. Van de zolder tot de kelder werd nu elke vierkante meter gebruikt!

Juliana had geen voorkeur voor Paleis Het Loo als zomerverblijf, maar gebruikte Paleis Soestdijk permanent als woon- en werkpaleis. Vakantie hield zij meest in het buitenland. Zij voerde gesprekken met de minister-president meestal op Soestdijk. Bij hoge uitzondering hield zij kantoor op Paleis Lange Voorhout, of ontving zij hoge gasten en diplomaten op Paleis Huis ten Bosch. Vanuit paleis Soestdijk werden in rechtstreekse televisie-uitzendingen de verlovingen van de prinsessen bekendgemaakt. Jaarlijks werd op 30 april door vele vertegenwoordigers van de samenleving een bloemenhulde gebracht aan de jarige vorstin.

De staatsbezoeken werden in de periode van Juliana zo veel mogelijk op het Paleis op de Dam ontvangen. Af en toe werd gebruikgemaakt van Paleis Soestdijk, zoals in 1979 bij het officiële bezoek van de Japanse keizerlijke familie, mede omdat eind jaren zeventig de paleizen Het Loo, Noordeinde en Huis ten Bosch alle in restauratie waren.

In de jaren zestig en zeventig vonden er enkele verbouwingen plaats, waarbij het paleis werd uitgebreid met een zonnekamer en een inpandig zwembad.

Na het overlijden van Wilhelmina begon Juliana met de reorganisatie van de paleizen, kunstwerken en domeinen. In 1971 werd Paleis Het Loo niet langer aan de Kroon ter beschikking gesteld. Soestdijk en het grootste deel van het bijbehorende landgoed werd verkocht aan de Nederlandse Staat en werd nu in plaats daarvan een van de drie aan de Kroon ter beschikking gestelde paleizen. Na het aftreden van Juliana werd vastgelegd dat zij en haar man tot hun dood zonder kosten van Paleis Soestdijk gebruik konden blijven maken.

Kasteel Oude Loo werd na restauratie aan de koninklijke familie verhuurd. Alle officiële koninklijke paleizen vallen sindsdien onder de Rijksgebouwendienst. Paleis Huis ten Bosch, Paleis Noordeinde en het Paleis in Amsterdam zaten al in de portefeuille van de Rijksgebouwendienst en zijn voorlopers sinds de 19e eeuw. Verder werd door het Rijk met Juliana een betere financiële regeling getroffen. Door haar werden werden de particuliere collecties kunst, juwelen en kunstnijverheid etc. uit de familie Oranje-Nassau ondergebracht in de 'dode hand' om zo dienstbaar te blijven aan de kroondrager. Al deze kunstwerken, sierraden en dergelijke werden in stichtingen ondergebracht die onder leiding staan van de familie. Daarnaast is een groot deel van de kunst, kunstnijverheid, stoffering en meubilering in de officiële paleizen eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst), die via de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties elk jaar aan het Koninklijk Huis gelden ter beschikking stelt voor het dagelijks beheer van de roerende en onroerende paleisgoederen. De roerende zaken op Soestdijk bleven echter merendeels particulier eigendom.

In de jaren zeventig en begin jaren tachtig woonden naast Juliana en Bernhard ook de prinsessen Irene en Christina met hun gezinnen op het paleis. Voor hen werden appartementen ingericht in de Soestervleugel.

Na haar troonsafstand op 30 april 1980 bleven Juliana en Bernhard wonen in Paleis Soestdijk, waar ze in 1987 hun gouden bruiloft vierden en er voor het laatst massa's mensen langs het bordes trokken om hulde te brengen. Naarmate Juliana ouder werd leefde zij meer teruggetrokken in Paleis Soestdijk. Zij overleed er op 20 maart 2004, en Bernhard op 1 december van hetzelfde jaar. Beiden werden op Paleis Soestdijk opgebaard. Het Koninklijk Huis heeft daarna geen behoefte meer getoond aan gebruik van het moeilijk te beveiligen paleis.

Op 19 mei 2009 onthulde koningin Beatrix in de voortuin voor het paleis een bronzen beeld van haar ouders, gemaakt door Kees Verkade.

Open voor publiek[bewerken]

Sinds het overlijden van prins Bernhard staat het paleis leeg. In oktober 2005 werd het paleis weer ter beschikking gesteld aan de eigenaar, de Staat. De Rijksgebouwendienst heeft nu ook het dagelijks beheer tot deze dienst een nieuwe gebruiker heeft gevonden.

Op 24 april 2006 werd bekendgemaakt dat Paleis Soestdijk voor een periode van drie jaar zou worden opengesteld [2]. In de daaropvolgende maanden werden het paleis en het park gereed gemaakt voor de openstelling. In een bosperceel van het park werden bomen gekapt voor de aanleg van 230 parkeerplaatsen. In de oranjerie kwam een horecavoorziening en de watertoren werd omgebouwd tot museumwinkel. Deze museumwinkel werd later verplaatst naar de garderoberuimte in het paleis.

In het paleis kwam een expositie over de geschiedenis van het paleis en zijn bewoners. Deze was alleen met een rondleiding te bezoeken, en voerde door de staatsievertrekken van het paleis, die grotendeels oorspronkelijk ingericht waren. Verder waren er enkele privévertrekken van de laatste bewoners te zien, hoewel die reeds ontdaan waren van vrijwel alle privébezittingen. Tussen december 2006 en februari 2007 werden bewoners van Baarn en Soest als eerste uitgenodigd om een rondleiding te krijgen. Daarna was het paleis open voor iedereen. Kaarten voor de rondleiding in het paleis waren alleen via de website van het paleis te koop. Het park was wel te bezoeken na betaling aan de kassa. Op 10 oktober 2007 verwelkomde de stichting de 100.000e bezoeker. In 2009 besloot de regering dat de openstelling van het paleis met een jaar werd verlengd. Tot en met 2010 kwamen er in ruim vier jaar tijd meer dan 600.000 bezoekers naar Paleis Soestdijk.

Op 1 januari 2011 werd het paleis gesloten voor publiek, maar deze sluiting werd een maand later teruggedraaid toen bleek dat de vraag naar rondleidingen groot bleef. Besloten werd om het paleis per 1 maart weer open te stellen, eerst alleen op vrijdagen, zaterdagen en zondagen, vanaf 2012 vaker. Het paleis zal weer sluiten wanneer er een definitieve bestemming voor is gevonden.

Koningin Emmapark en bijgebouwen[bewerken]

De eerste aanleg van de tuin van paleis Soestdijk was in 1689 door Maurits Post, van de structuren is niets over gebleven. Daniël Marot gaf de tuin daarna vorm, een houten tuinbank bij de vijver en enkele vazen zijn hiervan bewaard gebleven.

Het Engelse Bos ten zuidoosten van het paleis is een overblijfsel van de aanleg in vroege landschappelijke stijl van rond 1780 door J.D. Zocher sr. en jr. vanaf 1806. De aanleg in landschapstuin gebeurde in opdracht van koning Lodewijk Napoleon. Ten westen van het paleis is een grote slingervijver met eiland, een slingerende beek, een aanleg met gazons, boomgroepen en gebogen paden. Vlak achter het paleis ligt de grote vijver, terwijl de beek van de zuidzijde via een vijver naar het westen slingert, dieper het park in. Vanuit het paleis is een tuinhuisje te zien, met aan de zuidkant de witte gietijzeren brug.

Aan het gebogen lanenstelsel van het park groeien onder andere beuken en rododendrons. Noordwestelijk van de vijver ligt een weide met het Wilhelminachalet. Dit chalet uit 1892 werd gebruikt als speelhuis voor de jeugdige Wilhelmina. Noordelijk van het paleis staan de oranjerie en de oudste nog bestaande watertoren van Nederland. Deze werd rond 1680 gebouwd naar een ontwerp van 'fountainier' Willem Meesters[3]en diende om de fonteinen te laten spuiten.

Aan de westkant van de slingervijver is een sportpaviljoen met zwembad en tennisbanen plus een speelhuisje. Er staan twee wachthuisjes, een sportgebouw, een ijskelder, drie jachthuisjes en een parkwachterswoning.

Door de ontstaansgeschiedenis in relatie tot paleis Soestdijk, het Baarnse Bos en de Eult is het park van cultuurhistorische waarde. Het park en de bijgebouwen zijn aangewezen als rijksmonumenten. Zie ook de lijst van rijksmonumenten bij Paleis Soestdijk.

Aan de overzijde van de Amsterdamsestraatweg is de Koningslaan die als een zichtlijn de gedenknaald toont. Tevens zijn aan deze kant van de weg de Diensthuizen, boerderij en de Koninklijke Stallen van het paleis te vinden.

Toekomst[bewerken]

Het is nog niet bekend welke functie Paleis Soestdijk in de nabije toekomst gaat krijgen. Het paleis moet eerst grondig gerenoveerd en gerestaureerd worden, en ook de bijgebouwen en het landgoed moeten onderhouden worden. De totale kosten hiervan worden hoger geschat dan 100 miljoen euro. Het is niet duidelijk hoeveel de overheid hierin wil investeren.

Er is ervoor gepleit om het paleis een openbaar karakter te geven. Een veelgenoemde mogelijkheid is bijvoorbeeld om het Nationaal Historisch Museum er te huisvesten. Ook zouden Paleis Soestdijk en het landgoed eromheen geschikt zijn voor culturele activiteiten en bijeenkomsten. In de zomer van 2011 werd in en onder het water van de hofvijver van het paleis de opera Orfeo ed Euridice van Christoph Willibald Gluck uitgevoerd door het gezelschap De Utrechtse Spelen.

Het Rijksvastgoedbedrijf doet een oproep te komen met serieuze en creatieve voorstellen voor een herbestemming van Landgoed en Paleis Soestdijk.[4]

Panorama van Paleis Soestdijk
Panorama van Paleis Soestdijk