Paleis voor Volksvlijt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paleis voor Volksvlijt
Het Paleis voor Volksvlijt gezien vanaf de Weteringschans. Uitsnede van foto van Jacob Olie uit 1892
Het Paleis voor Volksvlijt gezien vanaf de Weteringschans. Uitsnede van foto van Jacob Olie uit 1892
Locatie Frederiksplein in Amsterdam
Oorspr. functie tentoonstellingsgebouw
Start bouw 1859
Bouw gereed 1864
Sluiting 1929
Status verwoest door brand
Architect Cornelis Outshoorn
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Het Paleis voor Volksvlijt was gesitueerd op de as van de Sarphatistraat op het Frederiksplein.
Paleis voor Volksvlijt, gevel en plattegrond.
Paleis voor Volksvlijt op een ansichtkaart, nog in landelijke omgeving met windmolen.
Het Cavaillé-Coll orgel uit 1875 van het Paleis voor Volksvlijt, sinds 1922 in de Philharmonie Haarlem.
Gezicht op Frederiksplein met Paleis voor Volksvlijt; circa 1920.
Ruïnes van het Paleis voor Volksvlijt na de brand; april 1929.
Filmbeelden en afbraak van de galerij; 1960.

Het Paleis voor Volksvlijt was een groot glazen tentoonstellingsgebouw aan het Frederiksplein in Amsterdam, net voor de plaats waar nu het pand van De Nederlandsche Bank staat. Het werd gerealiseerd tussen 1859 en 1864. Het paleis werd ontworpen door architect Cornelis Outshoorn en was geïnspireerd op het Crystal Palace in Londen, dat gebouwd werd voor de Great Exhibition van 1851. In april 1929 werd het Paleis voor Volksvlijt door brand verwoest.

Geschiedenis[bewerken]

Nadat de Amsterdamse arts Samuel Sarphati de Great Exhibition had bezocht, richtte hij de Vereeniging voor Volksvlijt op, met als doel realisatie van een vergelijkbaar gebouw in Amsterdam. In 1853 diende Sarphati daartoe een verzoekschrift in. Het Paleis voor Volksvlijt zou deel uitmaken van een omvangrijk uitbreidingsplan, waarin ook de Amsteloever en het gebied van de huidige wijk De Pijp waren opgenomen. In 1855 stemde de Amsterdamse gemeenteraad met het plan in.

De vereniging schreef in 1856 een prijsvraag uit, maar geen van de ingezonden ontwerpen werd bekroond. Daarna werd Outshoorn benaderd. De bouw van zijn ontwerp begon op 7 september 1859 met het slaan van de eerste paal, in het bijzijn van koning Willem III. Op 16 augustus 1864 werd het gebouw geopend. Vanaf 1865 waren er wekelijks concerten door het Paleisorkest met als dirigent Johannes Meinardus Coenen, na 1891 Richard Hol. De beroemde Franse orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll plaatste in 1875 een groot concertorgel. Het werd ingewijd door Alexandre Guilmant op 26 oktober 1875 en is later ook bespeeld door Charles-Marie Widor in 1886, Louis Vierne in 1895 en Camille Saint-Saëns in 1897. De vaste Paleisorganist was vanaf 1879 de Belg Jean-Baptiste de Pauw.

Al snel bleek dat exploitatie als tentoonstellingsgebouw niet haalbaar was. Het Paleis voor Volksvlijt werd meer en meer een vermaakscentrum. Ook werd een deel van de tuin van het gebouw tussen Oosteinde en Westeinde verkocht. In 1881-1883 werd hier een door Adolf Leonard van Gendt ontworpen galerij gebouwd die aansloot aan het hoofdgebouw, en waarin luxe winkels werden gehuisvest.

Tijdens het directeurschap van Johannes George de Groot werden in het Paleis ook opera's opgevoerd door diens Nederlandsche Opera-Vereeniging. Het succes was zo gering dat deze onderneming in 1895 failliet ging. Ook het paleisorkest en de functie van paleisorganist werden in dat jaar wegbezuinigd. Daarna verloor het Paleis voor Volksvlijt steeds meer zijn positie van culturele publiekstrekker. Na de komst van het Maarschalkerweerd-orgel van het Concertgebouw was er voor het Cavaillé-Coll-orgel weinig emplooi meer. Het werd in 1915, gesponsord door de vermogende zakenlieden en kunstliefhebbers Adriaan Stoop en Julius Carl Bunge, aangekocht door de gemeente Haarlem. Die liet het in 1922 overbrengen naar het Haarlemse Concertgebouw (nu de Philharmonie Haarlem), waar het na een restauratie door Flentrop in 2005 nog steeds functioneert.

1rightarrow blue.svg Zie ook Orgel van de Philharmonie Haarlem

Het einde[bewerken]

Het Paleis voor Volksvlijt werd in de nacht van 17 op 18 april 1929 door brand verwoest. De galerij bleef deels gespaard, maar het hoofdgebouw is nooit herbouwd. In de galerij bevonden zich woningen en winkels, en een zaaltje dat na de oorlog onder meer werd gehuurd door de vereniging Wie Eegie Sanie. Ook Circus Elleboog was in de galerij gevestigd. Boven de galerij waren woningen, waar onder anderen Gerard Reve in de jaren vijftig woonde. In 1960 werd de galerij afgebroken om plaats te maken voor het gebouw van De Nederlandsche Bank.

In de nieuwe vleugel van Luchthaven Schiphol is een klein deel van het Paleis onder die naam als replica herbouwd als restaurant. In enkele scènes in de film Kees de jongen (2003) is het Paleis voor Volksvlijt digitaal in het straatbeeld ingevoegd. Een van de plaatselijk gelegen bruggen over de Singelgracht (brug 248) wordt nog steeds Paleis voor Volksvlijtbrug genoemd.

Het Paleis voor Volksvlijt is venster nummer 27 van de Canon van Amsterdam.

Literatuur[bewerken]

  • Rudy Kousbroek, Hans van der Meer en Fred Schmidt: Het Paleis in de Verbeelding. Het Paleis voor Volksvlijt 1860-1961: Amsterdam: Boekhandel De Verbeelding, 1990. ISBN 9789074159029
  • Emile Wennekes: Het Paleis voor Volksvlijt (1864-1929): 'Edele uiting eener stoute gedachte!'. Den Haag: Sdu Uitgevers, 1999. ISBN 9789012088138

Externe links[bewerken]