Naar inhoud springen

Paleosiberische talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Met Paleosiberische talen (ook 'Paleoaziatisch' of 'Hyperboreïsch') wordt een restgroep van enkele kleine (bedreigde) taalfamilies en isolaten bedoeld die niet onderling verwant zijn en ook niet verwant zijn aan andere (prominentere) taalfamilies in Siberië, namelijk de Indo-Europese (Russisch), de Altaïsche (Toengoezische en Turkse talen) en Oegrische. De benaming is slechts een geografische verzamelnaam en verwijst niet naar genetische, taalhistorische of taaltypologische verwantschap. Meestal worden de volgende talen tot de Paleosiberische groep gerekend:

Ze worden alle gesproken in noordoostelijk Siberië.

Algemene kenmerken

[bewerken | brontekst bewerken]

De Paleosiberische talen hebben agglutinatie, en veel hebben een ergatief naamvalsysteem. De meeste kennen geen grammaticaal geslacht, maar een paar maken wel onderscheid op basis van persoon–niet-persoon.

Bestudering en bronnen

[bewerken | brontekst bewerken]

De vroegste vermeldingen van Paleosiberische volkeren stammen uit de 17e eeuw, toen Russische pioniers Oost-Siberië verkenden. Een van de eerste personen die onderzoek deden naar Paleosiberische talen was Vasili Tatisjtsjev. Hij stelde woordenlijsten op en gaf die mee aan leden van de eerste Kamtsjatka-expeditie in 1737. Daardoor groeide de belangstelling voor de Paleosiberische talen gestaag. Woordenboeken verschenen in de 18e eeuw. Vanaf het midden van de 19e eeuw nam taalkundig onderzoek in Oost-Siberië sterk toe. In die periode schoof de onderzoeker Schrenk de hypothese naar voren dat de Paleosiberische volkeren de oorspronkelijke bewoners van Siberië waren, die in de loop der eeuwen zouden zijn verdreven of geassimileerd door Indo-Europese, Altaïsche en Oeralische groepen, zodat ze nu alleen nog voorkwamen in noordoostelijk Siberië. Daarom gebruikte hij als eerste de benaming Paleoaziatisch, van het Griekse palaios, 'oud'. Taalkundig onderzoek met een etnografische inslag kwam pas op gang aan het einde van de 19e eeuw. Onder andere de comparatieve grammatica's uit deze periode zouden de basis vormen voor het 20e-eeuwse (Russische) onderzoek.

Spreidingsgebied van de Tsjoektsjo-Kamtsjadaalse talen in rood. Effen: huidige spreidingsgebied. Effen + gearceerd: geschatte spreidingsgebied in de 17e eeuw.