Paltsgraaf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Paltsgraaf (Latijn: comes palatinus) is een ambt dat in de loop der eeuwen ook een vorstelijke titel werd.

  • In het Karolingische rijk was een paltsgraaf een functionaris die een van de vele koninklijke residenties, paltsen genoemd, van de veelal rondreizende koning beheerde. De paltsgraaf had er administratieve en rechterlijke bevoegdheden. Dikwijls waren de paltsgraven ook de aanvoerder van het keizerlijk leger.
  • In het Heilige Roomse Rijk werden in de 10e-11e eeuw als tegengewicht voor de grote territoriale hertogdommen (Lotharingen, Saksen, Swaben, Beieren en Frankenland) territoriale paltsgraafschappen ingericht.
  • De paltsgraven van Lotharingen werden al vanaf de 10e eeuw ambtslenen met territoriale bevoegdheden toegewezen met een familiale verankering in het geslacht der Ezzonen. In 1085, meer bepaald na de dood van paltsgraaf Herman II van Lotharingen, ging het paltsgraafschap of palatinaat van Lotharingen over in het Paltsgraafschap aan de Rijn. De paltsgraaf aan de Rijn werd in latere tijden een van de keurvorsten en rijksvoogd in geval van ontstentenis van een Duits koning.
  • Aan het pauselijke hof was een paltsgraaf een eretitel die onder andere door de ridders in de Orde van het Gulden Spoor werd gedragen. De titel was geheel gezagsloos en genoot alleen enig aanzien aan het Romeinse hof.

Zie ook[bewerken]