Paltsgraaf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Paltsgraaf (Latijn: comes palatinus; Duits: Palatin) is een ambt dat in de loop der eeuwen ook een vorstelijke titel werd.

  • In het Karolingische rijk was een paltsgraaf een functionaris die een van de vele koninklijke residenties, paltsen genoemd, van de veelal rondreizende koning beheerde. De paltsgraaf had er administratieve en rechterlijke bevoegdheden. Dikwijls waren de paltsgraven ook de aanvoerder van het keizerlijk leger.
  • In het Heilige Roomse Rijk werden in de 10e-11e eeuw als tegengewicht voor de grote territoriale hertogdommen (Lotharingen, Saksen, Swaben, Beieren en Frankenland) territoriale paltsgraafschappen ingericht. De paltsgraaf vertegenwoordigde de keizer als vice-koning en was dus veel meer dan de paleisgraaf.
  • De functie van paltsgraaf uit het Rooms-Duitse Rijk werd ook buiten de grenzen overgenomen: de koninkrijken Polen en Kroatië kenden bij perioden een paltsgraaf. De meest uitgebouwde functie van paltsgraaf was wel in Hongarije, en dit vanaf het middeleeuws koninkrijk Hongarije tot het koninklijk Hongarije onder de Habsburgers en de landen van de Heilige Hongaarse Stefanskroon. Progressief verloor de functie van paltsgraaf van Hongarije haar inhoud en werd zij een eretitel voor edellieden. In de 18e eeuw waren er zelfs perioden zonder Hongaarse paltsgraaf in Hongarije.
  • Aan het pauselijke hof was een paltsgraaf een eretitel die onder andere door de ridders in de Orde van het Gulden Spoor werd gedragen. De titel was geheel gezagsloos en genoot alleen enig aanzien aan het Romeinse hof. Zo kreeg bijvoorbeeld Honoré Mercier, eerste minister van Québec, de titel van paltsgraaf der Pauselijke Staten van paus Leo XIII.

Zie ook[bewerken]