Pangea

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pangea.gif

Pangea (verouderde spellingswijze Pangaea) is het supercontinent dat bestond tijdens het einde van het Perm en het Trias, 250 tot 210 miljoen jaar (Ma) geleden, waaruit alle huidige continenten ontstaan zijn. De naam Pangea is een samenvoeging van de Griekse woorden πᾶν, pan (alles) en γαῖα, gaia (aarde). Pangea werd omgeven door één oceaan, Panthalassa, naar het Griekse θαλασσά, thalassa (zee). Pangea was één grote landmassa die op den duur door de platentektoniek opgebroken werd.

Algemeen wordt aangenomen dat Pangea niet het eerste supercontinent was dat opbrak. Het supercontinent Rodinia zou ongeveer 1 miljard jaar geleden gevormd zijn, en 600 miljoen jaar geleden begonnen zijn uiteen te vallen. Uiteindelijk werd uit deze losse paleocontinenten Pangea gevormd, dit gebeurde tijdens de Hercynische orogenese. Veel gebergten die bij de vorming van Pangea gevormd werden bestaan nog steeds, voorbeelden hiervan zijn de Oeral en de Appalachen.

Animatie van de bewegingen van de continenten in de laatste 250 miljoen jaar

De mantel is vandaag de dag nog steeds heet op de plaats waar Pangea lag en drukt de aardkorst daar omhoog. Het gevolg is dat Afrika enkele tientallen meters hoger ligt dan de overige continenten.

Gedurende de Jura begon Pangea uiteen te vallen. Allereerst vormde zich een driearmige rift tussen wat de continenten Afrika, Zuid-Amerika en Noord-Amerika zouden worden. Door vulkanische activiteit ontstond een bekken dat later de Atlantische Oceaan zou worden. Pangea werd eerst in twee paleocontinenten gesplitst, Laurazië en Gondwana (Zuid-Amerika bleef nog enige tijd onderdeel van Gondwana). Daarna splitsen beide paleocontinenten zich verder tot de continenten van vandaag de dag.

Door de enorme landmassa die Pangea besloeg was het binnenland geheel omsloten door bergketens en volkomen afgesloten van de Panthalassa. Een groot deel van het continent was dan ook bedekt met een superwoestijn waar nauwelijks leven voorkwam. Met het opbreken van Pangea werden veel van deze gebieden weer leefbaarder en nam de biodiversiteit toe.

Zie ook[bewerken]