Paolo Boccone

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paolo Boccone
Portret van Boccone op 64 jarige leeftijd, uit Museo di Fisica e di Esperienze Variato (1697)
Portret van Boccone op 64 jarige leeftijd, uit Museo di Fisica e di Esperienze Variato (1697)
Volledige naam Paolo (Silvio) Boccone
Geboren 24 april 1633
Overleden 22 december 1704
Geboorteland Italië
Bekend van mede grondlegger van de beschrijving van de Europese flora
Standaardafkorting Boccone
Toelichting
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Paolo Boccone aan te duiden bij het citeren van een botanische naam.

In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen.

Portaal  Portaalicoon   Biologie

Paolo (Silvio) Boccone (Palermo, 24 april 1633 - Altofonte, 22 december 1704) was een Italiaans botanicus van het eiland Sicilië. Hij wijdde een groot deel van zijn leven aan de natuurlijke historie. Daarbij maakte hij een serie reizen die hem op veel plaatsen in Europa en in de toenmalige centra van de wetenschap[1] brachten. Zijn verdere leven bleef hij met veel van de wetenschappers die hij daar ontmoette corresponderen. Hij was één van de pioniers van de beschrijving van de flora van Europa. Op latere leeftijd trad hij in de kloosterorde der Cisterciënzers in, waarbij hij de naam Silvio aannam.

Leven[bewerken]

Boccone werd geboren in Palermo in een rijke en vooraanstaande familie die oorspronkelijk uit Savona kwam. Zijn interesse in de natuurlijke historie, en vooral de botanie ontstond al op jonge leeftijd en zijn afkomst stelde hem in staat zich daar na zijn schooltijd volledig aan te wijden. Hierbij bezocht hij regelmatig de botanische tuin van Messina, die daar in 1635 door de uit Rome afkomstige arts en botanicus Pietro Castelli (1574-1662) was gesticht. Castelli was ook enige tijd zijn leraar. Boccone doorkruiste Sicilië, Malta en Corsica en ondernam voorts reizen naar Italië, Frankrijk, Nederland, Engeland en Polen, waarbij hij ook Parijs en Londen bezocht. In Parijs verbleef hij in 1670 langere tijd.[2] Hij haalde zijn academische graad van doctor in de geneeskunde[3] in Padua.[4]

Boccone verzamelde en bestudeerde de planten van verschillende regio's van Europa. Van zijn verzamelde planten stelde hij als een van de eersten een classificatie op, daarbij gevolg gevend aan een roep van veel van de natuurhistorici van zijn eeuw dat het steeds toenemende aantal beschreven soorten een ordening noodzakelijk maakte. Het is vooral hierdoor dat Boccone door veel van zijn tijdgenoten als een van de grondleggers van de plantkunde werd beschouwd en in hoog aanzien stond, en wat hem, in augustus 1696, ook het lidmaatschap van de Academia Leopoldina Naturae Curiosorum opleverde, waar hij onder de naam Plinius bekend was.[5]

Ferdinando II de' Medici, groothertog van Toscane benoemde hem tot hofbotanicus[6] een aanstelling die hij ook onder diens zoon Cosimo III de' Medici had. In die functie werkte hij mee aan de Giardino dei Semplici in Florence, die onder Cosimo III van zuiver medicinale tuin veranderde in een proeftuin voor allerlei nuttige gewassen en tot grote bloei kwam.

Charles Plumier, die enkele jaren in het klooster Trinità dei Monti in Rome verbleef en botanie studeerde, was gedurende die tijd één van zijn leerlingen.[7]

In 1682, toen hij al bijna 50 jaar oud was, trad Boccone in het klooster van "San Frediano in Cestello",[8] in Florence, in de kloosterorde der Cisterciënzers in en nam daarbij de naam Silvio aan.

De laatste jaren van zijn leven verbleef Boccone in het klooster van Santa Maria di Altofonte, niet ver van Palermo, waar hij zich wijdde aan het kweken van bloemen en, met de primitieve microscopen van zijn tijd, aan de studie der embryologie van planten. Hij stierf, 71 jaar oud, in het klooster.

Werk[bewerken]

Verschillende (skeletten van) zee-egels, pagina 296 uit Recherches et Observations Naturelles etc. Amsterdam (1674)
Libanotis alpina, plaat 3 uit Museo di Piante Rare etc., Venetië (1697)

Boccone heeft een aanzienlijk aantal boeken gepubliceerd, deels in het Frans, deels in het Latijn, deels in het Italiaans. Daarnaast schreef hij verschillende artikelen in Le Journal des Sçavans.[9] Van zijn boeken zijn er enkele helemaal gewijd aan de botanie. De meeste behandelen daarnaast echter ook geneeskundige onderwerpen en toxicologie en theorieën over diverse natuurverschijnselen, zoals vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, het ontstaan van fossielen, het oplichten van fosfor, het leven van koralen, de kalkskeletten van koralen en van zee-egels, het effect van de beet van de Tarantula en een tegengif daartegen, om er maar enkele te noemen. De veelheid aan steden waar zijn boeken het licht zagen, geeft een aardige indruk van zijn reislust.

Boccone beschreef in zijn boeken bijna 500 nieuwe plantensoorten.

Een selectie uit de publicaties die van Boccones hand zijn verschenen en waarvan de meeste online in te zien zijn:

  • Elegantissimarum plantarum semina, botanicis honesto pretio oblata, Catania, 1665.
  • Manifestum botanicum Pauli Bocconi Panormitani Siculi Serenìssimi Magni Hetruriae Ducis Phylliatri. De plantis siculis aut tantum descriptis, aut penitus novis in illo regno observatis, Catania, 1668.[10]
  • Monitum de Abrotano Marino,[11] Catania, 1668.[12]
  • Elegantissimarum plantarum cultoribus, nec non observatoribus perdoctis quibus forte desunt infrascripta semina nunc recentia offeruntur et communicantur onesto praetio per Paulum Boccone Panormitanum Siculum Serenìssimi Magni Hetruriae Ducis Botanicum modo diversantem in civìtate..., Catania, 1668.[13]
  • Recherches et Observations Naturelles Sur la Production de plusieurs Pierres, principalement de celles qui sont de figure de Coquille, et de celles qu'on nomme Corne d'Ammon, Sur la pétrification de quelques Parties d'Animaux, Sur les principes des Glossopetres, Sur la Pierre Etoilée, Et sur l'Embrasement du Mont Gibel ou Etna arrivé en l'an 1669, Parijs, 1671.[14] online op Google Books.

Dit is een boek met in briefvorm geschreven verhandelingen (zes brieven in totaal) over een aantal natuurverschijnselen. De brieven zijn een deel van zijn correspondentie met wetenschappers uit heel Europa.

  • Recherches et Observations Naturelles de Monsieur Boccone, Gentilhomme Sicilien, touchant le Corail, la Pierre Etoilée, les Pierres de figure de Coquilles, la Corne d'Ammon, l'Astroïte Undulatus, les Dents de Poissons pétrifiées, les Herissons alterez, l'Embrasement du Mont Etna, la Sangsue du Xiphias, l'Alcyonium stupposum, le Bezoar Mineral, et les Plantes qu'on trouve dans la Sicile, avec quelques Reflexions sur la Vegetation des Plantes, Amsterdam, 1674.[15] online op Service Commun de la Documentation van Université Louis Pasteur, Straatsburg.

Dit is een zeer veel uitgebreidere (negenentwintig brieven) en bovendien geïllustreerde heruitgave van de Recherches van 1671. De toegevoegde brieven zijn van later datum dan 1671.

  • Epistola Botanica, Napels, 1673.[16]
  • Icones et Descriptiones Rariorum Plantarum Siciliae, Melitae, Galliae, et Italiae, Oxford, 1674.[17] online op Service Commun de la Documentation van Université Louis Pasteur, Straatsburg; idem, Londen, 1674. online op Real Jardín Botánico, Madrid.
  • Osservazioni Naturali, ove si contengono Materie Medico-Fisiche, e di Botanica, Produzioni Naturali, Fosfori diversi, Fuochi Sotterranei d'Itali, et altre curiosità, disposte in trattati familiari, Bologna, 1684.[18] online op Real Jardín Botánico, Madrid.
  • Museo di Piante Rare della Sicilia, Malta, Corsica, Italia, Piemonte, e Germania, [...] Con l'Appendix ad Libros de Plantis Andreae Caesalpini, e varie Osservationi curiose con sue Figure in Rame, Venetië, 1697.[19] online op Biodiversity Heritage Library en tevens op Real Jardín Botánico, Madrid.

Dit boek is een rijk geïllustreerde catalogus van Boccones herbarium. Het bevat 130 platen en werd uitgegeven op aandringen van en gefinancierd door de Engelse botanicus William Sherard, die hem in 1697 bezocht, en zeer onder de indruk was van zijn uitgebreide herbarium.

  • Museo di Fisica e di Esperienze Variato, e decorato di Osservazioni Naturali, Note Medicinali, e Ragionamenti secondo i Principii de' Moderni, con una Dissertazione della Origine, e della Prima Impressione, delle Produzioni Marine, ad anche intorno l'origine de' Funghi, Venetië, 1697.[20] online op Real Jardín Botánico, Madrid en tevens op Service Commun de la Documentation van Université Louis Pasteur, Straatsburg.
  • Museum experimentale physicum, complectens observationes eruditis et curiosis in Germania viris dictatum, Frankfurt, 1697.[21][22]

Linnaeus merkt in de Hortus Cliffortianus over Boccones boeken Museum rariorum plantarum (1697) en Icones et descriptiones rariorum plantarum Siciliae etc (1674) onder de tweede op: In plantis Europae australis est opus hoc et praecedens quo carere nequimus, licet figurae minus in his nitidae.[23]

Boccone heeft tijdens zijn reizen voor verschillende van zijn gastheren herbaria samengesteld.[24] Meerdere daarvan zijn bewaard gebleven, onder andere twee in Wenen, een in Bologna, twee in Parijs en een in Oxford.

Eponiemie[bewerken]

Enkele voorbeelden van plantensoorten met een naam waarin Boccone is vernoemd:

Spergularia bocconei (Scheele) Graebn., vernoemd naar Boccone

Bronnen

Noten en referenties

  1. Onder andere Rome, Florence, Parijs, Londen en Amsterdam.
  2. Van dit verbijf wordt gewag gemaakt in deze korte biografie en bovendien in één van de brieven in Recherches et observations naturelles van 1671, p. 82 e.v. Entretien d'un Seigneur de la Cour de France, avec Mr Boccone.
  3. In die tijd, toen vrijwel alle medicijnen nog uit planten vervaardigd moesten worden, was botanie nog een onderdeel van de geneeskundestudie.
  4. Veel artikelen melden dat Boccone een aanstelling als hoogleraar had in Padua. Sermonti Spada, in Treccani, l'Enciplopedia Italiana, heeft het erover dat hij later (nadat hij hofbotanicus was geworden) ook lector in de medicinale planten (semplici) werd aan de universiteit van Padua. Verschillende bronnen noemen ook een leerstoel in Padua die door Boccone bekleed zou zijn geweest. De tijdspanne daarvoor is echter erg kort. In 1674 was Boccone nog op reis en vóór 1682 werkt hij al in Florence. Vóór een verblijf in Padua spreekt dat zijn Museo di Piante Rare della Sicilia etc. in 1697 in Venetië werd uitgegeven, wat dicht bij Padua maar nogal ver van Florence ligt. Dit laatste boek werd echter grotendeels uitgegeven door William Sherard, ook een reislustig heerschap, en wellicht hield de plaats van uitgave meer verband met Sherards omzwervingen en hoefde Boccone er niet zelf voor naar Venetië.
  5. Tot 23 april 1904 was ieder lid van de Academie verplicht binnen de Academie een "genootschapsnaam" te gebruiken.
  6. Volgens verschillende bronnen. Sermonti Spada, in Treccani, l'Enciplopedia Italiana, trekt echter, gezien de chronologie van de gebeurtenissen, ernstig in twijfel of hij al wel vóór 1670, het sterfjaar van Ferdinando II, hofbotanicus was en denkt dat het Cosimo III, Ferdinands zoon, was die hem de aanstelling verleende. Daarmee in tegenspraak is dat op de titelpagina van Icones et Descriptiones Rariorum Plantarum Siciliae etc. van 1674 bij de naam van de auteur "Serenissimi Magni Hetruriae Ducis olim Botanico" staat (voorheen botanicus van de rustige groothertog van Etrurië). Hetruria is Latijn voor Toscane en blijkbaar is Boccone vóór 1674 al eens botanicus van de groothertog van Toscane geweest.
  7. Vrijwel alle bronnen, zowel die over Boccone als over Plumier, maken hier melding van. Plumier verbleef echter in Rome en van Boccone weten we dat hij in 1682 in Florence in het klooster intrad en ook al enige tijd daarvoor in die stad werkte. Niet duidelijk wordt in welke periode Plumier precies in de Trinità verbleef en of hij van daaruit Florence bezocht of dat hij Boccone in Rome kon ontmoeten. De twee steden liggen hemelsbreed zo'n 250 kilometer van elkaar verwijderd.
  8. In La Rassegna della letteratura italiana, Anno 82, serie VII (1978): 279, bespreekt Giangiacomo Amoretti een artikel van Gino Tellini, over drie correspondenten van Francesco Redi. Eén van de drie is Boccone, die in december 1685 twee brieven schrijft vanuit het 'monastero di Cistello'. Het huidige "San Frediano in Cestello" in Florence is inderdaad een cisterciënzer klooster (en kerk).
  9. Le Journal des Sçavans (later Journal des Savants) is het oudste nog bestaande literaire en wetenschappelijke tijdschrift van Europa. Het werd voor het eerst uitgegeven op 5 januari 1665. De Franse Wikipedia heeft er een artikel over.
  10. Vermeld in J.F. Séguier, Bibliotheca Botanica, Leiden (1760), Index librorum rei herbariae, p. 17
  11. Vertaling gewenst.
  12. Vermeld in J.F. Séguier, Bibliotheca Botanica, Leiden (1760), Index librorum rei herbariae, p. 16 en in Chalmer's Biography als De abrotano mare monitum
  13. Vermeld in J.F. Séguier, Bibliotheca Botanica, Leiden (1760), Index librorum rei herbariae, p. 17 onder een titel die meer weg heeft van Elegantissimarum plantarum zoals hier vermeld voor 1665.
  14. Onderzoekingen en waarnemingen uit de natuur over de productie van verschillende stenen, met name diegene die de vorm van een schelp hebben, en van degene die men "Hoorn van Ammon" noemt, over de verstening van sommige delen van dieren, over de beginselen van haaientanden, over gesterde stenen (=koralen) en over de uitbarsting van de berg Gibel of Etna van 1669.
  15. Onderzoekingen en waarnemingen uit de natuur aangaande het koraal, gesterde stenen, stenen die de vorm van een schelp hebben, de Hoorn van Ammon (=ammonieten), hersenkoraal, versteende vissentanden, diverse zee-egels, de uitbarsting van de Etna, de bloedzuiger van de zwaardvis, de dodemansduim, het mineraal bezoar, en de planten die men op Sicilië vindt, met enkele overpeinzingen over de groei van planten. "Alcyonium stupposum" verwijst vermoedelijk naar een fossiele rest van een dodemansduim.
  16. Vermeld in J.F. Séguier, Bibliotheca Botanica, Leiden, (1760), Index librorum rei herbariae, p. 16
  17. Afbeeldingen en beschrijvingen van bijzondere planten van Sicilië, Malta, Frankrijk en Italië.
  18. Waarnemingen uit de natuur, waarin zijn opgenomen een materia medica-fisica, en over plantkunde, voortbrengselen der natuur, diverse fosfors, onderaardse vuren in Italië, en andere curiosa, uiteengezet in begrijpelijke verhandelingen.
  19. Museum van bijzondere planten van Sicilië, Malta, Corsica, Italië, Piemonte, en Duitsland, [...] met een appendix op De Plantis Libri XVI van Andrea Cesalpino, en verschillende bijzondere (maar kan ook "nauwkeurige" betekenen) waarnemingen, met afbeeldingen daarvan in kopergravure. De Plantis Libri XVI is de titel van Cesalpino's baanbrekende werk in de wetenschappelijke botanie, waarin hij ook zo'n 1500 planten beschreef en classificeerde.
  20. Studie van de natuurkunde en experimenten, afgewisseld en geïllustreerd met waarnemingen uit de natuur, geneeskundige aantekeningen, en redeneringen volgens de grondbeginselen van de modernen (= in tegenstelling tot de klassieken die vooral filosofeerden maar niet experimenteerden), met een verhandeling over de oorsprong van en over de eerste indrukken over de voortbrengselen der zee, en ook nog over de oorsprong der schimmels.
  21. Een experimentele studie der natuurkunde, inhoudende waarnemingen opgetekend door geleerde en aandachtige heren in Duitsland.
  22. Vermeld in J.F. Séguier, Bibliotheca Botanica, Leiden, (1760), Index librorum rei herbariae, p. 17
  23. "Met betrekking tot de flora van Zuid-Europa zijn dit en het voorgaande werk onmisbaar, hoewel de tekeningen hierin minder schitterend zijn." Het eerstgenoemde boek bevat desalniettemin 130 voor die tijd buitengewoon gedetailleerde, natuurgetrouwe en goed gedrukte afbeeldingen.
  24. Zijn korte biografie op de website van de Santé-universiteit van Parijs maakt melding van een artikel van Otto Penzig (Sopra un erbario di Paolo Boccone conservato nello Istituto Botanico della R. Università di Genova, Malpighia 2 (1889): 439-463), waarin dit wordt beschreven.
  25. Het epitheton waarin Boccone vernoemd is, komt in deze lijst in drie vormen voor: bocconei, bocconi, en bocconii; het eerste is de genetivus van de naam "Boccone", het tweede is de genetivus van "Bocconus", het derde is de genetivus van "Bocconius"; de beide laatste zijn gelatiniseerde vormen van "Boccone". ICBN (Vienna Code) artikel 60.7(a) en artikel 60.11 schrijven voor dat een epitheton niet gevormd mag worden van een gelatiniseerde vorm van de naam wanneer hiervoor slechts de laatste lettergreep wordt veranderd, tenzij het een naam betreft die al een lang gevestigde Latijnse vorm kent. Boccone is van voor Linnaeus, dus zou een gevestigde Latijnse naam kunnen hebben. In al zijn boeken staat hij als "Paolo Boccone" op de titelpagina, en in de boeken die in het Latijn verschenen is "Boccone" dus geen vervoeging van een gelatiniseerde naam (was het dat wel geweest, dan zou "Boccone" de ablativus van "Bocco" zijn; "Bocconus" heeft geen vervoeging eindigend op "-e": de ablativus van "Bocconus" is "Boccono"). Linnaeus noemt hem (in Hortus Cliffortianus en in Species Plantarum) inderdaad "Bocco" (genetivus: bocconis). Dat betekent dat er van Boccones naam geen gevestigde Latijnse vorm met "Bocconus" of "Bocconius" als nominativus is, en dat het epitheton gevormd moet worden volgens ICBN Recommendation 60C.1(a): bij een naam eindigend op een klinker wordt het epitheton gevormd door de volledige naam gevolgd door (voor een man) een "-i"; bocconei is dan de enig juiste vorm.
  26. Giovanni Gussone (1787-1866) alleen al gaf zeven verschillende soorten een naam met het epitheton bocconi.