Papiermoerbei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Papiermoerbei
Rijpe en onrijpe vruchten
Rijpe en onrijpe vruchten
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Moraceae (Moerbeifamilie)
Geslacht: Broussonetia
soort
Broussonetia papyrifera
(L.) Vent.
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De papiermoerbei (Broussonetia papyrifera, synoniem: Morus papyrifera L.) is een boom in de familie Moraceae, die van nature voorkomt in Oost-Azië.

Kenmerken[bewerken]

Het is een kleine, bladverliezende struik of boom die tot 5 m groot wordt in ons land[bron?]. De bladeren zijn variabel in vorm (zelfs aan dezelfde tak), ongelobd ovaal tot diep drielobbig, waarbij snelgroeiende jonge planten vaker gelobde bladeren hebben. De bladeren zijn 7-20 cm lang, aan de bovenzijde ruw, donsachtig behaard aan de onderzijde en hebben een fijne getande rand. In "Onze loofhoutgewassen" van W.J.Hendriks worden maar liefst zes verschillende bladtypen genoemd. De mannelijke bloemen groeien in een langwerpige bloeiwijze en de vrouwelijke bloemen groeien in een bolvormige bloeiwijze. In de zomer ontstaat uit de vrouwelijke bloeiwijze een rood tot oranje, zoet, sappig, 3-4 cm groot vruchtverband, dat een voedingsbron vormt voor wilde dieren. De vruchten zijn eetbaar en smaken erg zoet, maar zijn gevoelig voor transport. Ook komt het voor dat de vrouwelijke bloeiwijzen niet rijp worden en als groene bolletjes van de struik afvallen. Mannelijke bloeiwijzen (katjes) komen zelden voor, waardoor bevruchting uitblijft. De struik of boom verlangt een zonnige en beschutte standplaats en het liefst een kalkrijke bodem.

bladeren

Van februari tot april kan deze boom bijdragen aan pollenallergie. In Islamabad in Pakistan kan de hoeveelheid pollen in de lucht meer dan 40000 per m³ bedragen, wat de inwoners in de problemen kan brengen.

Gebruik[bewerken]

De schors bestaat uit sterke vezels , die worden gebruikt voor de fabricage van papier van hoge kwaliteit. De jonge bladeren en twijgen worden gebruikt als hertenvoer.

Masi is een Fijiaanse term ter beschrijving van de papiermoerbei, die naar de eilanden in de Grote Oceaan werd gebracht door migranten. De schors wordt gebruikt om kleding (ook masi genoemd) te maken en wordt gekleurd en versierd met traditionele patronen. Deze kleding wordt gedragen tijdens Fijiaanse ceremonies, waaronder bruiloften, begrafenissen en geboortes.

De inwoners van de Lau-eilanden staan bekend om hun masibeschilderingen.