Paprika

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kleuren paprika's
Bloemen
Oranje paprika's
Paprika 'Rumba'
Rijpe paprika 'Rumba'
Paprika plant
Rode paprika

Paprika is de plant Capsicum annuum en de vrucht van bepaalde gekweekte vormen daarvan. De vruchten van andere gekweekte vormen van deze plant, zoals cayennepeper, kunnen er heel anders uitzien.

De soort komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika, en is door Spanjaarden omstreeks 1500 naar Europa gebracht. Na Spanje en Portugal was het in Europa aanvankelijk vooral Italië waar de paprika als cultuurgewas gewaardeerd werd.[1][2] De naam paprika is afkomstig uit het Hongaars, maar al speelt de paprika een belangrijke rol in de Hongaarse keuken, hij is pas relatief laat in Hongarije ingevoerd (mogelijk in de 18e eeuw[3]) en pas sinds het begin van de 20e eeuw populair.[4]

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De paprika wordt gekweekt in verschillende kleurvariaties. Rode, groene, oranje en ook gele paprika's dit zijn de bekendste kleuren, maar er bestaan ook witte, paarse, lila, mintgroene en bruine paprika's.[5] De meeste paprika's die in Nederland geteeld worden zijn van het California Wondertype dat min of meer vierkant is ook wel blokpaprika genoemd. Witte paprika's zijn langwerpiger van vorm, bitterder van smaak en hebben een dunnere vruchtwand. Er zijn ook langwerpige rode, gele en oranje paprika's die zeer zoet van smaak zijn, de zoete puntpaprika's of Ramiro. Een ander soort paprika is de Lamuyo, een zeer grote en grove variant die vooral in Zuid-Europa wordt gekweekt.

Tijdens de groei is de paprika groen, paars, bruin of wit. Tijdens het rijpen verandert de kleur naar rood, geel, bruin of oranje. De smaak van de paprika verandert ook in deze periode, rijpe paprika's zijn zoet terwijl onrijpe paprika's eerder kruidig met een bittere smaak zijn.

De bekende paprika's in de winkels rijpen vaak van groen naar rood, oranje of geel, maar er zijn ook paprika's die van groen naar bruin gaan of van bruin naar rood.

De paprika is verwant aan de scherpe Spaanse peper, maar is niet 'heet' in de mond daar de paprika's die in Nederlandse supermarkten worden verkocht nagenoeg capsaïcinevrij zijn. Paprika is rijk aan vitamine C en ook bevat de vrucht een hoog gehalte aan foliumzuur.

Paprika's zijn het hele jaar door te verkrijgen. Het Nederlandse teeltseizoen is van maart t/m oktober; de overige maanden komen de paprika's voornamelijk vanuit Spanje.

Bereiding[bewerken | brontekst bewerken]

Een paprika is in vele kleuren verkrijgbaar en is van nature een knapperige groente, die veel verschillende toepassingen en bereidingen kent. Elke paprika heeft zijn eigen smaak en voedingstoffen zo staan de rode en oranje paprika’s erom bekend zoet te zijn. Deze paprika’s worden daarom ook vaak rauw gegeten. Groene paprika’s zijn de minst zoete paprika’s en hebben soms ook een klein bittertje.

Paprika’s kun je op een hoop verschillende manieren eten de bekendste zijn gevuld of door een salade. Er zijn veel meer manieren om paprika’s te eten zoals grillen, roosteren, stomen, koken, wokken of roerbakken, door de soep of zelfs door een smoothie.

Een paprika gekocht en deze niet binnen twee dagen eten. Paprika’s kun je het best bewaren buiten de koelkast op een koele donkere plek. Daar blijven ze maximaal een week goed.

Teelt[bewerken | brontekst bewerken]

De teelt van paprika vindt in Nederland vind hoofdzakelijk plaats in kassen op duurzame matten of in de volle grond. In kassen kunnen paprika's onder de ideale omstandigheden geteeld worden door middel van klimaatbesturing en voedingsregelaars. Daar deze plant best op een warme zonrijke plaats wordt geplant, wordt er in het noorden vaak voor een beschermde plaats geopteerd. Zo wordt hij vaak tegen een witgeschilderde zuidelijk gerichte muur geplaatst. Het is, na tomaat, het belangrijkste gewas in de kasteelt. Per plant worden twee, drie of vier stengels aangehouden, die aan een touw omhoog geleid worden. De eerste bloem van een plant wordt meestal verwijderd, omdat deze een onregelmatige vrucht vormt, doordat die in het hart van de plant gevormd wordt en dan tijdens de uitgroei tegen de stengels aangedrukt wordt. Doordat er telkens enige bloemen tegelijk bloeien ontstaan er meerdere vruchten tegelijk (zetsels) aan de plant. Bestuiving door hommels bevordert de vruchtzetting.

Biologische gewasbescherming[bewerken | brontekst bewerken]

Paprika telers zijn koplopers op het gebied van biologische gewasbescherming binnen de glastuinbouw. Om te voorkomen dat er ziektes worden overgedragen van kas naar kas is het verplicht om bij het bezoek van een kas vooraf de handen te wassen, desinfecteren en om zowel een labjas als een haarnet te dragen.

Er is een groot aanbod op de markt die helpt met de bestrijding tegen diverse ziektes, schimmels en vijanden. Zo heb je bijvoorbeeld de Amblyseius (typlodromips) Swirskii een vraatzuchtige roofmijt die helpt in de bestrijding tegen de trips en wittevlieg. Ook de Orius laevigatus een vraatzuchtige ovale roofwants is al jarenlang een succesvolle bestrijder van trips. Een andere veel voorkomende plaag binnen de paprikateelt is bladluis de meest gebruikte biologische bestrijding hiertegen is de Aphidius colemani een sluipwesp.

Om te kijken welke biologische bestrijding ingezet moet worden worden de planten goed in de gaten gehouden. Veel tuinders werken met elektronische kastjes waarin het personeel kan aangeven in welk pad ze iets opmerkelijks hebben gezien. De gegevens worden doorgestuurd naar een hoofdcomputer waarna er makkelijk gecheckt kan worden in het juiste pad en er een geschikte bestrijding uitgekozen kan worden. Een andere manier die veel gebruikt word binnen de glastuinbouw zijn vangplaten. Dit zijn gele kleverige strips waar de insecten op blijven zitten om deze manier kan er snel en makkelijk gekeken worden naar welke vijanden aanwezig zijn.

De belangrijkste schimmelziekten zijn een meeldauw (Leveillula taurica), sclerotiënrot (Sclerotinia sclerotiorum), fusarium-voetziekte (Fusarium solani), Rhizoctonia-ziekte (Thanathephorus cucumeris) en voet- en wortelrot (Phytophthora capsici). Bij aantasting door Rhizoctonia solani is de stengelvoet ingezonken en bruinzwart verkleurd. Het merg blijft aanvankelijk nog gezond en het wortelstelsel wordt niet aangetast. De eerste symptomen zijn een verminderde groei gevolgd door verwelking van de plant.

Belangrijke virusziekten zijn het tomatenmozaïekvirus (TMV), het tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV) en het paprikamozaïekvirus (PeMV).

Schadelijke insecten zijn tripsen, luizen, spinten, witte vliegen, rupsen, wantsen, begoniamijten en mineervliegen, waarvan de Californische trips de schadelijkste is.


Bewaren[bewerken | brontekst bewerken]

Paprika's kunnen verpakt bewaard worden bij een temperatuur van 10 tot 13 °C.[6]

Inhoudsstoffen[bewerken | brontekst bewerken]

De voedingswaarde van 100 gram verse (oranje) paprika is:[7]

Energetische waarde 116 KJ
Kilocal 28
Koolhydraten 4,7 gram
Eiwit 0,8 gram
Calcium 7 mg
Ijzer 0,4 mg
Natrium 0 mg
Vitamine A 22 mg
Vitamine B1 0,03 µg
Vitamine B2 0,07 µg
Vitamine C 133 mg
Luteïne 490 µg
Zeaxanthine 3333 µg


De voedingswaarde van 100 gram verse (rode) paprika is:[8]

Energetische waarde 109 kJ
Koolhydraten 4,5 gram
Eiwit 1 gram
Vitamine C 150 mg
Vitamine A 0,09 mg
Vitamine B1 0,03 mg
Vitamine B2 0,06 mg
Vitamine B6 0,15 mg
Vitamine B11
= Foliumzuur
50 µg
Kalium 350 mg
Natrium 10 mg
Calcium 20 mg
IJzer 0,4 mg
Fosfor 5 mg
Magnesium 10 mg
Koper 0,03 mg
Zink 0,25 mg

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Bell pepper van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.