Paradox van tolerantie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De paradox van tolerantie stelt dat als een samenleving onbegrensd tolerant is, haar tolerante karakter zal verdwijnen onder invloed van de intoleranten.

Besprekingen[bewerken | brontekst bewerken]

De filosoof Karl Popper heeft de paradox in 1945 gedefinieerd in De open samenleving en haar vijanden deel 1:

Minder bekend is de paradox van de tolerantie: onbeperkte tolerantie moet leiden tot het verdwijnen van tolerantie. Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs jegens hen die zelf intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intolerante medemens, dan zal de tolerante mens te gronde gaan, en met hem de tolerantie."

Over de grenzen van tolerantie jegens intolerantie zegt Popper het volgende:

"If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them. – In this formulation, I do not imply, for instance, that we should always suppress the utterance of intolerant philosophies; as long as we can counter them by rational argument and keep them in check by public opinion, suppression would certainly be most unwise. But we should claim the right to suppress them if necessary even by force; for it may easily turn out that they are not prepared to meet us on the level of rational argument, but begin by denouncing all argument; they may forbid their followers to listen to rational argument, because it is deceptive, and teach them to answer arguments by the use of their fists or pistols. We should therefore claim, in the name of tolerance, the right not to tolerate the intolerant."

In 1971 schreef filosoof John Rawls in het boek A Theory of Justice dat een samenleving in beginsel tolerant moet zijn jegens intolerantie, immers zou een samenleving anders zelf intolerant, en dus onrechtvaardig zijn. Echter geeft Rawls, in lijn met Popper, aan dat een samenleving een recht op zelfbehoud heeft dat het beginsel van tolerantie kan overstijgen:

“Hoewel een intolerante sekte zelf weliswaar geen recht van klagen heeft over intolerantie, mag haar vrijheid evenwel alleen ingeperkt worden als de toleranten werkelijk en met reden geloven dat hun eigen veiligheid en die van de instituties van vrijheid op het spel staan.”

In het werk On toleration maakt Michael Walzer de kanttekening dat religieuze minderheidsgroepen veel voordeel hebben van tolerantie maar vaak zelf intolerant zijn. Echter kan een tolerant bestel deze mensen helpen bij het zich eigen maken van tolerantie, of op zijn minst aansporen zich te gedragen alsof ze die tolerantie bezitten.

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]