Paragone

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
In Oude schilder aan het werk (1648) toont Gerrit Dou dat de schilderkunst het wint van de natuur: de pauw zal vergaan maar zijn kleurenpracht is door de schilder vastgelegd. Het gebeeldhouwde hoofd en het boek ondergaan ook het primaat van de schilder, die hen perfect kan imiteren.[1]
Met zijn dubbelportret van de dwerg Nano Morgante liet Bronzino zien dat ook schilderkunst alle gezichtspunten toeliet. Bovendien kon ze ook tijdsverloop weergeven: op de voorkant vertrekt de man op jacht en op de achterkant toont hij zijn buit.

Paragone (Italiaans voor vergelijking, competitie) is het debat en de wedijver tussen verschillende kunstvormen over de onderlinge verdiensten en superioriteit.

Geschiedenis[bewerken]

De rivaliteit woedde al in de Oudheid en komt aan bod in Naturalis historia van Plinius de Oudere. De humanist Petrarca liet de kwestie herleven door de schilder Apelles te confronteren met de beeldhouwer Phidias.[2] In de naijverige renaissance laaide het debat in alle hevigheid op. Dan ging men ook de benaming "paragone" gebruiken, zoals in het eerste deel van Leonardo Da Vinci's Verhandeling over de Schilderkunst.[3] Daarin houdt hij een betoog voor het primaat van de schilderkunst boven beeldhouwkunst, muziek en poëzie, omdat het de moeilijkste wetenschap is en ook degene die met de meeste waarachtigheid de werken der natuur weergeeft.[4] Voor zijn rivaal Michelangelo ging niets boven sculptuur, die als enige toelaat een onderwerp vanuit verschillende gezichtspunten te beschouwen. Na Michelangelo's dood wilden collega's als Cellini de voorrang van de beeldhouwkunst weerspiegeld zien in zijn grafmonument, maar dit botste op verzet van de Academie. Uiteindelijk plaatste men de personificatie van de Beeldhouwkunst centraal, geflankeerd door Architectuur en Schilderkunst.

Ook binnen eenzelfde kunstvorm kon er sprake zijn van paragone. In Italië vormden zich regionale scholen met een eigen benadering: de disegno, met Florence als centrum, hechtte groot belang aan het vormgeven van ideeën in tekeningen en schetsen, terwijl de colore van Venetië en omstreken werkte met spontane, sensuele borstelstreken.[5]

De broederstrijd tussen schilders en beeldhouwers moet niet doen vergeten dat ook de poëzie een volwaardige deelnemer was. Het woord van Horatius, Ut pictura poesis, was een vaak getrokken parallel.[6] Ook naar Simonides verwees men graag, die het schilderij een stom gedicht had genoemd, en het gedicht een sprekend schilderij.

In de negentiende eeuw ontstond er een paragone tussen fotografie en schilderkunst, althans in kringen waar fotografie als kunstvorm aanvaard werd.

Beroemde stellingnames[bewerken]

Talloze kunsttheoretici en kunstenaars hebben zich met geschriften en kunstwerken in de strijd gemengd. Enkele markante tussenkomsten:

  • Leon Battista Alberti schreef traktaten over alle kunstvormen maar verkoos de schilderkunst.
  • Op Jan van Eycks schilderijen wordt eenzelfde lichaam vaak veelvuldig weerspiegeld, wat één van de manieren zou zijn waarop hij zich mat met de beeldhouwkunst.[7]
  • Benedetto Varchi gaf een lezing voor de Florentijnse Academie (1546) waarin hij de argumenten van beeldhouwers versus schilders onderzocht en citeerde uit een rondvraag bij onder meer Michelangelo, Bronzino, Cellini en Vasari.[8]
  • Vincenzo Borghini stelde in zijn manuscript Selva di Notizie (1564) schilders boven beeldhouwers.
  • Lucas d'Heere verdedigde de schilderkunst voor de Antwerpse rederijkerskamer De violieren (1565).
  • Giorgio Vasari liet in Le vite optekenen dat de tekenkunst de vader is van alle andere, maar al in de inleiding had hij zijn werkelijke voorkeur laten doorschemeren: de schilderslegende van Apelles en Campaspe beschreef hij als wonderlijk en de beeldhouwersmythe van Pygmalion als een schande. Ook de fresco's die hij aanbracht in de Sala delle Arti van zijn Florentijnse huis laten zich lezen als een eulogie van de schilderkunst boven de andere.[9]
  • Gotthold Ephraim Lessing (1766) hield een pleidooi voor de beeldhouwkunst vertrekkend van de Laocoöngroep.[10]

Literatuur[bewerken]

  • (en) Beth Cohen, 'Paragone. Sculpture versus painting, Kaineus and the Kleophrades Painter', in: Ancient Greek art and iconography, Madison, 1983, blz. 171–192
  • (de) Renate Prochno, Konkurrenz und ihre Gesichter in der Kunst. Wettbewerb, Kreativität und ihre Wirkungen, Berlijn, 2006
  • (en) Rudolf Preimesberger, Paragons and paragone. Van Eyck, Raphael, Michelangelo, Caravaggio, Bernini, Los Angeles, 2011
  • (de) Christiane Hessler, Zum Paragone. Malerei, Skulptur und Dichtung in der Rangstreitkultur des Quattrocento, Walter de Gruyter GmbH & Co KG, 2014, 925 blz. - Lees op Google Books