Parenterale voeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Totale parenterale voeding oftewel parenterale voeding is een manier van het aanleveren van voedingsstoffen langs een andere weg dan het maag-darmstelsel. Meestal gebeurt dit door middel van een katheter in het veneuze stelsel. In sommige gevallen wordt bij langdurige TPV gebruikgemaakt van een shunt die ook wel bij nierdialyse wordt toegepast. Antistolling is in dat geval onontbeerlijk.

Voeding en procedure[bewerken]

Er wordt onderscheid gemaakt tussen kortdurende en langdurige katheterisatie. Dit is van belang omdat voor de korte termijn gebruik wordt gemaakt van een isotone vetoplossing die door middel van een katheter in een perifere vene wordt toegediend. Moet er langere tijd parenterale voeding toegediend worden dan wordt gebruikgemaakt van een glucoseoplossing. Omdat deze oplossing hypertoon is kan deze niet perifeer worden toegediend. Het bloedvat waarin de katheter is geplaatst reageert daar namelijk op door onder andere ernstig dicht te knijpen. Daarom moet de glucoseoplossing worden toegediend in een grote centrale vene, bij voorkeur de vena cava superior (VCS of bovenste holle ader). De plaatsing van de katheter is in dit geval een operatieve ingreep.

Complicaties[bewerken]

Bij het geven van parenterale voeding kunnen ernstige complicaties optreden. Deze kunnen worden onderverdeeld in drie groepen:

  • Mechanisch:
    • De katheter kan losschieten en zo een luchtembolie veroorzaken.
    • Een perforatie van de vaatwand kan optreden met als mogelijke gevolgen pneumothorax (klaplong), hemothorax (bloed in de thoraxholte).
    • Katheter trombose, met als mogelijk gevolg een trombo-embolie.
  • Metabool:
    • Er kan door het toedienen van grote hoeveelheden vocht een overload van vocht optreden (hypervolemie) met als mogelijk gevolg hartfalen, leverstuwing, ascites.
    • Er kan een overload van glucose optreden met als mogelijk gevolg aritmie, andere cardiopulmonale dysfunctie of neurologische symptomen.
    • Op de lange termijn kan er ook sprake zijn van gal-klontering, al dan niet in combinatie met het vormen van galstenen met alle mogelijke gevolgen van dien.
    • Patiënten, die langdurig parenteraal gevoed worden, kunnen last krijgen van osteoporose. Veranderingen in de botstructuur ontstaan significant vaker bij patiënten met de ziekte van Crohn en bij patiënten, die langer dan zes maanden thuis parenteraal gevoed worden.
  • Infectieus:
    • Katheter sepsis: een grote hoeveelheid bacteriën in het bloed met systemische ontstekingsverschijnselen als gevolg (dit gebeurt zelden in de eerste 72 uur).
      Soms kan dit behandeld worden zonder dat de katheter verwijderd wordt, in andere gevallen is het vereist de katheter te verwijderen.