Naar inhoud springen

Pargali Ibrahim Pasja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Pargali Ibrahim Pasha)
Ibrahim Pasja, 17e-eeuwse afbeelding

Pargali Ibrahim Pasja (Parga, circa 1495 - Istanbul, 5 maart 1536) was de eerste grootvizier van het Ottomaanse Rijk die door sultan Süleyman I benoemd werd.

Hij stond ook bekend onder enkele andere namen, namelijk Frenk Ibrahim Pasja ("de Westerling"), Makbul Ibrahim Pasja ("de favoriet van de sultan") en na zijn executie in het Topkapıpaleis als Maktul Ibrahim Pasja ("de vermoorde").

Tekening door Sebald Beham omstreeks 1530

Hij was de zoon van een Griekse visser uit Parga die op jonge leeftijd werd ontvoerd door piraten en verkocht als slaaf. Hij kwam in dienst van Süleyman toen die nog gouverneur van Manisa was. Hij viel op door zijn intelligentie, talenkennis en muzikaliteit en werd de favoriet van Süleyman. Toen die in 1520 sultan werd, benoemde hij Ibrahim tot het hoofd van zijn persoonlijke dienaren (Hasodabaşı). In 1523 benoemde hij hem tot grootvizier. Verder kreeg hij uitgebreide volmachten in het bestuur en het leger. En Süleyman gaf hem zijn zus Hatice Sultan tot bruid. Hij had een paleis in Atmeydanı waar hij kunst verzamelde. Door zijn contacten met de Venetiaanse ambassade raakte hij geïnteresseerd in de westerse cultuur en de Renaissance.

Ibrahims steile klim naar de macht bezorgde hem talrijke vijanden. Onder hen was Hürrem Sultan, een echtgenote van de sultan en moeder van verschillende van zijn kinderen. Ibrahim steunde echter Mahidevran Sultan, de moeder van de oudste zoon van de sultan. Bovendien werden aan Ibrahim zijn interesse in de westerse ("Frankische") cultuur en enkele beleidsmaatregelen verweten. Toen Ibrahim Pasja zijn briefwisseling begon te ondertekenen met de titel sultan werd dat zijn doodsvonnis. Met akkoord van de sultan werd hij in 1536 's nachts in het Topkapıpaleis gewurgd.[1]