Patoch Sjodijev

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Unbalanced scales.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.

Patoch Kajoemovitsj Sjodijev (Jizzax, 15 april 1953), ook wel Patokh Chodiev (Russisch: Фаттох Каюмович Шодиев), is een omstreden, in Londen wonende Oezbeekse zakenman en oligarch met de Belgische nationaliteit. Samen met Alexander Masjkevitsj en Alijan Ibragimov vormt hij het zogenaamde 'Trio', een groep van Centraal-Aziatische zakenlui die hun fortuin vergaarden door deals in mineralen, olie, gas en bankieren in Kazachstan. Op 4 september 2017 stond Sjodijev op de 1161-ste plaats van de Forbes-lijst van miljardairs, met een geschat vermogen van 1,84 miljard dollar.[1]

Biografie[bewerken]

Afkomst en familie[bewerken]

Sjodijev werd geboren in wat nu Oezbekistan is. Hij studeerde internationaal recht en Japans in aan het Moskovitisch Staatsinstituut voor Internationale Betrekkingen in Rusland. Sjodijev behaalde een doctoraat in de politieke wetenschappen en spreekt vlot Japans.[2] Een klasgenoot en goede vriend was Alisjer Oesmanov.[3]

Hij is gehuwd en heeft drie kinderen.

Zakelijke loopbaan[bewerken]

Na zijn studies werd Sjodijev uitgestuurd als handelsgezant voor de Sovjet-Unie. Hij leefde onder meer in Japan. Geruchten dat hij banden had met de KGB zijn nooit bewezen en werden altijd ontkend door Sjodijev.[3][4]

Begin jaren 90 kwam hij naar België. Tot 1994 woonde hij in Tervuren, daarna in Waterloo.[5] Andere grote eigendommen liggen in Moskou, Londen en Saint-Jean-Cap-Ferrat.

Hij speelde een sleutelrol in de privatisering van de Kazachse economie na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Dit leidde tot het ontstaan van zijn groep. In dit kader richtte hij een aantal bedrijven naar Belgisch recht op:[6] Saebeco Belgium, Brussels Research and Consulting, Astas en PMC Trading.

Met zijn zakenpartners Masjkevitsj en Ibragimov is Sjodijev medeoprichter van Eurasian Natural Resources Group (ENRC), wereldwijd één van de grootste bedrijven op het vlak van natuurlijke bronnen. Hij was een belangrijke aandeelhouder van de voormalige ENRC, met hoofdzetel in Londen, baatte een aantal metaalvoorraden uit in in Kazachstan en Afrika, naast vele mijnbouwbedrijven in Oost-Europa en Afrika. In 2009 boekte ENRC een winst van $1,462 miljard op een omzet van $3,8 miljard. De groep stelte zo'n 70.000 mensen tewerk. ENRC werd geïntroduceerd op de London Stock Exchange in december 2007, met een initiële marktkapitalisatie van ongeveer £6,8 miljard. Eind 2013 werd het bedrijf van de beurs gehaald en kreeg het de nieuwe naam Eurasian Resources Group.[7][8]

Het Trio zou een derde van de Kazachse economie vertegenwoordigen.

Op 3 april 1998 richtte hij zijn eigen bank op met een zakenpartner.[9] De International Financial Bank was geregistreerd op de Cookeilanden maar verloor reeds het volgende jaar zijn banklicentie. Tijdens en na de vereffening bleef de bank echter actief.

Verwerving van de Belgische nationaliteit[bewerken]

Op 27 juni 1997 verwierf Sjodijev de Belgische nationaliteit. Volgens mediaberichten werd de naturalisatie onrechtmatig verkregen, aangezien hij geen enkele officiële landstaal in België (Nederlands, Frans of Duits) vloeiend sprak, zoals vereist door de wet.[10] Er waren beschuldigingen dat de nationaliteit verkregen werd op voorspraak van zijn buur, de burgemeester van Waterloo, Serge Kubla (MR).[10] Ook de extreemrechtse politicus Philippe Rozenberg zou betrokken geweest zijn.[11] Volgens de Belgische krant Le Soir van 16 mei 1997 had de naturalisatie van Sjodijev reeds de steun gekregen van alle belangrijke instanties, waaronder ook de FOD Justitie, de Dienst Vreemdelingenzaken en het Openbaar Ministerie.[12] Voorafgaandelijk aan de naturalisatie had de Belgische Staatsveiligheid aanvankelijk reserves geuit vanwege de betrokkenheid van Sjodijev bij andere zaken in België, maar die concludeerde uiteindelijk dat er “niets te melden” viel.[13]

Op 8 maart 2017 verklaarde Serge Kubla “onder eed” dat hij niet is tussengekomen namens Sjodijev.[14] Ook de hoofdonderzoeker in de zaak, Jean-François Kayser, verklaarde dat er “geen bewijs is van de fysieke interventie van Mr. Kubla bij Mr. Vandewalle”; de hoofdcommissaris bij de politie van Waterloo.[15]

Een parlementaire onderzoekscommissie concludeerde op 30 april 2018 unaniem dat de naturalisatieprocedures van Chodiev niet beïnvloed zijn geweest door Serge Kubla.[16][17]

Connecties[bewerken]

Sjodijev staat op intieme voet met president Noersoeltan Nazarbajev.

Wikileaks onthulde een Amerikaans diplomatiek telegram dat hem signaleerde op het verjaardagsfeest van de vrouw van Salim Abdoevalijev, een Oezbeekse mafialeider.[18]

Liefdadigheid[bewerken]

In 1996 richtte Chodiev de Chodiev Stichting op om innovatie, kunst en educatie in Eurazië en Zuidoost-Azië te promoten.[19]

In september 2017 heeft de Chodiev Stichting een vertegenwoordigingskantoor geregistreerd in Oezbekistan, dat humanitaire hulp en gezondheidszorg zal voorzien voor weeshuizen in het land. Volgens rapporten zou Chodiev ook plannen hebben om verschillende winkelcentra en een metaalverwerkende fabriek in Tashkent te bouwen, als onderdeel van een investeringsimpuls in Oezbekistan.[20]

Gerechtelijke affaires[bewerken]

Belgisch vastgoed[bewerken]

In 1996 kwam Sjodijev een eerste keer in opspraak in België naar aanleiding van een witwasmelding door de Bank Brussel Lambert.[21] Samen met zijn triopartners en met de echtgenote van de Kazachse premier Akezhan Kazhegeldin had Sjodijev een reeks schermvennootschappen opgezet om vastgoedtransacties te verrichten. Het gerecht onderzocht de zaak en in de lente van 1999 trok de Brusselse onderzoeksrechter Françoise Roggen nog met een rogatoire opdracht naar Genève. Tot een proces leidde dit echter niet.

Tractebel[bewerken]

In 1996 opende het Belgische gerecht een onderzoek naar schimmige operaties in verband met de pogingen van Tractebel om een concessie binnen te halen voor een gaspijpleiding in Kazachstan. Eerder had het bedrijf al Almatyenergo opgekocht, dat de elektriciteitsvoorziening van Almaty verzorgde.

Dit leidde in 2007 tot de inbeschuldigingstelling van zeven personen, waaronder Sjodijev. Ook Nicolas Atherinos, vice-president van de Tractebels indernationale divisie EGI, werd vervolgd. Tractebel was in een kwaad daglicht komen te staan en had zelf klacht ingediend in verband met 2 miljard frank (55 miljoen euro) commissies. Tractebel had dit bedrag aan Sjodijev betaald als consultancy fees, maar hij zou het buiten hun weten als smeergeld hebben gebruikt om politici en andere hooggeplaatsten om te kopen.[6] In februari 2011 verwees de Raadkamer Sjodijev naar de correctionele rechtbank op beschuldiging van valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken, witwassen en bendevorming.[5] In het kader van de verruiming van de wet op de minnelijke schikking liet de Brusselse openbare aanklager op 17 juni 2011 echter elke klacht vallen.[22][23] De drie betaalden zo een totale schikking van 522.500 euro.[24]

In augustus 2011 bevestigde een vertegenwoordiger van het Brusselse parket aan de Financial Times dat er sinds juni dat jaar geen enkele rechtszaak tegen Chodiev en zijn compagnons meer liep, en dat de zaak als afgewikkeld werd beschouwd. Volgens de vertegenwoordiger was er geen vonnis uitgesproken tegen Chodiev, Masjkevitsj en Ibragimov, die dus “verondersteld werden onschuldig te zijn”.[25]

Trio-affaire en Kazachgate[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Trio-affaire voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een gelieerde affaire had betrekking op de wetgeving die Sjodijev toeliet om de schikking te treffen. In oktober 2012 beweerde het satirische Franse blad Le Canard Enchaîné dat deze tot stand was gekomen dankzij de druk van president Sarkozy (UMP) op zijn Belgische zusterpartij MR en met name op senator Armand De Decker.[26] Er werd beweerd dat de Kazachse autoriteiten hadden het beëindigen van de Belgische vervolging tegen Sjodijev als voorwaarde hadden gesteld om bestellingen ter waarde van twee miljard euro te plaatsen bij Franse bedrijven.[27][28][29] Een verdachte overschrijving van Sjodijevs advocate Degoul naar Sarkozy's naaste medewerker Etienne des Rosaies had het Franse gerecht op dit spoor bracht.

Dit had geleid naar een vertrouwelijke nota van diezelfde Rosaies waarin hij aan minister Claude Guéant rapporteerde over de démarches die hij had ondernomen om de steun van De Decker te verkrijgen. In februari 2015 volgden verdere onthullingen: De Decker zou 734.346 euro gekregen hebben om de afkoopwet er snel door te krijgen, zodat Sjodijev er vóór zijn strafproces gebruik van kon maken. Het bedrag was eveneens afkomstig van Sjodijevs Franse advocate Catherine Degoul. Zij was door Sjodijev belast met het opzetten van een Franco-Belgisch advocatenteam voor zijn verdediging in de zaak-Tractebel.[30] Hiervoor had ze stortingen ter waarde van 7,2 miljoen euro ontvangen van de Belgische Oezbeek. Een andere presidentiële medewerker, Damien Loras, was volgens des Rosaies de "piloot van het dossier". Hij was in 2012 te gast op Sjodijevs jacht Plan B en had een duur horloge gekregen in 2009, maar Loras ontkende alle beschuldigingen van overtreding.[31]

De voorzitter van de onderzoekscommissie die opgericht werd om het ontstaan van de wet op de minnelijke schikking te onderzoeken, Dirk van der Maelen, verklaarde in een interview met het Belgische wekelijkse magazine Knack van 4 juli 2017 dat de wet er was gekomen onder druk van de diamantsector.[32] Hij weerlegde daarmee het mediaverhaal dat Sjodijev of zijn omgeving betrokken was in het introduceren van de wet. Hij verklaarde tevens dat ook het Belgische College van Procureurs-Generaal schuldig was, omdat zij het wetsvoorstel van de diamantindustrie, oorspronkelijk geschreven door twee advocaten in opdracht van het Antwerp World Diamond Center in 2007, uiteindelijk gepromoot had.[32]

De parlementaire commissie sprak Chodiev ook vrij van elke betrokkenheid bij de invoering van de wet op de minnelijke schikking.[33] De advocaat van Chodiev beschuldigde de commissie ervan bevooroordeeld te zijn geweest tegen Chodiev. Toch heeft Chodiev zich, via zijn advocaat, bereid verklaard een formele klacht tegen verschillende commissieleden te laten vallen, op voorwaarde dat hij een brief krijgt van een vertegenwoordiger van de Belgische staat waarin deze laatste toegeeft dat de commissie ongepast gehandeld heeft en laster heeft gepleegd ten aanzien van Chodiev, en de negatieve impact van het onderzoek op Chodiev en zijn familie erkent.[33] In een tweet herhaalde commissielid Vincent Van Quickenborne (VLD) dat de Commissie geen link had gevonden tussen Chodiev en de invoering van de wet op de minnelijke schikking, en vroeg hij “verontschuldigen van commissieleden die (Chodiev) ongegrond hadden beschuldigd.”[34]

Forbes-ranking[bewerken]

  • 2005 (eerste notering): nr. 620, $1 miljard
  • 2006: nr. 382, $2,0 miljard
  • 2007: nr. 538, $1,9 miljard
  • 2008: nr. 334, $3,3 miljard
  • 2009: nr. 601, $1,2 miljard
  • 2010: nr. 287, $3,3 miljard
  • 2015: nr. 955, $2,0 miljard

Externe links[bewerken]