Patricia Hearst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Patricia Hearst (r) tijdens de bewuste bankroof, op beelden van de bewakingscamera

Patricia Campbell (Patty) Hearst (San Francisco, 20 februari 1954) is een Amerikaanse miljonairsdochter die op jonge leeftijd werd ontvoerd en tijdens haar ontvoering meewerkte aan een bankoverval.

Patty Hearst is de kleindochter van miljonair William Randolph Hearst. Op 4 februari 1974 werd zij door een linkse splintergroepering, het Symbionese Liberation Army, uit haar appartement ontvoerd. In ruil voor de vrijheid van Hearst moest de Amerikaanse regering twee SLA-leden vrijlaten, maar dat deed de regering niet. De volgende eis was dat de familie Hearst 70 dollar aan elke arme inwoner van de Bay Area moest geven (ongeveer 400 miljoen dollar). Daarop doneerde de familie zes miljoen dollar aan eten voor de armen in de Bay Area. Na deze donatie weigerde de SLA hun dochter echter vrij te laten omdat het voedsel volgens de SLA slecht was.

Kort daarna, op 15 april 1974, werd Hearst gefotografeerd met een M1 Carbine terwijl ze samen met vier andere leden van het SLA een overval pleegde op een filiaal van de Hibernia Bank. Hierna liet ze weten dat ze haar naam had veranderd naar Tania (naar medestrijdster Tamara Bunke van Ernesto "Che" Guevara) en dat ze nu de SLA steunde. Er werd een arrestatiebevel voor haar uitgevaardigd en op 18 september 1975 werd ze samen met twee andere leden van de SLA gearresteerd. Nog zes andere SLA-leden werden gedood tijdens een belegering door een groep van 500 politieagenten van het huis waarin ze ondergedoken zaten. Vier van hen stierven aan verwondingen aangedaan door politie, de twee anderen verstikten in de rook, ontstaan doordat de politie had het huis in brand had gezet om de SLA-leden eruit te drijven. Dit alles werd rechtstreeks uitgezonden door de media.

Tijdens haar rechtszaak vertelde Hearst dat ze geblinddoekt was opgesloten in een kast, dat ze was mishandeld en seksueel misbruikt, en dat ze hierdoor sympathie had ontwikkeld voor de ideologieën van de SLA in een extreem geval van stockholmsyndroom. De periode van haar ontvoering tot haar arrestatie beleefde ze naar eigen zeggen in een "waas". Haar verdediging bleek niet succesvol; ze werd op 4 februari 1976 (toevallig precies 2 jaar na haar ontvoering) veroordeeld tot 25 jaar cel en in hoger beroep tot 7 jaar cel. Na 22 maanden werd haar door president Jimmy Carter gratie verleend (hij zette de straf om in voorwaardelijk) en ze kwam op 1 februari 1979 uit de gevangenis. President Bill Clinton verleende haar op de laatste dag van zijn presidentschap (20 januari 2001) algehele amnestie.

Hearst heeft een biografie geschreven, Every Secret Thing, met daarin haar kant van het verhaal. Het boek werd een bestseller.