Patroon (bestuurder)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een patroon in Nieuw-Nederland, de Nederlandse kolonie in Noord-Amerika in de 17e eeuw, was een landeigenaar met "heerlijke" rechten over een groot gebied. Deze rechten werden verleend door de West-Indische Compagnie aan zijn investeerders om het exploiteren van de kolonie te bevorderen.

De stukken land werden patroonschappen genoemd, en lagen voornamelijk langs de rivier de Hudson.

De patroon had uitgebreide rechten en privileges, die overeenkwamen met die van een landheer in het feodale systeem in de middeleeuwen. Een patroon kon binnen zijn gebied rechtspreken, plaatselijke beambten benoemen en het land voor onbeperkte tijd in bezit houden. Als voorwaarde moest hij binnen vier jaar een nederzetting oprichten met ten minste 50 families. Deze kolonisten moesten de patroon betalen voor het gebruik van het land in de vorm van goederen, diensten of geld.

Binnen het patroonschap ontstonden complete dorpen met kerken en andere openbare gebouwen, die bestuurd werden in het kader van het patroonschap.

Het grootste en succesrijkste patroonschap was Rensselaerswijck rond de huidige stad Albany (New York), gesticht door Kiliaen van Rensselaer.

Externe links[bewerken]