Pattimura

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pattimura 1961 Indonesia stamp.jpg

Thomas Matulessy (ook Thomas Matulesi en Thomas Matulesia) (1782/1783-16 december 1817), bekend als Pattimura Muda (Jonge Grootmoedige Bevelhebber), Pattimura en Kapitan Pattimura (Kapitein Pattimura), was een voormalige Molukse sergeant-majoor die in 1817 een opstand leidde tegen de Nederlandse bezetting op het eiland Saparua bij Ambon op de Molukken. Sinds 1973 is hij officieel een nationale held van Indonesië. Het vliegveld op Ambon is naar hem vernoemd, evenals een universiteit.

Biografie[bewerken]

Pattimura diende in het Britse bezettingsleger waar hij opklom tot segeant-majoor. Na de overgang van het Britse naar het Nederlandse bestuur werd het door de Britten op de Molukken opgeleide leger van vierhonderd voornamelijk Molukse soldaten ontbonden. Pattimura en zijn voormalige soldaten waren bang dat ze door de Nederlanders naar Java werden overgebracht en vluchtten naar het eilandje Saparua.

Bij protesten tegen de hervormingen van de Nederlandse resident op Saparua, Johannes Rudolph van den Berg, werd Matulessy uit de kringen van het voormalige legertje als aanvoerder gekozen. Op 3 mei 1817 werd tot een gewapende opstand besloten. Van den Berg werd gewaarschuwd, maar geloofde de boodschapper niet en liet hem met een rotanstok afranselen.

De inlandse bevolking stelde zich achter de opstand op en op 17 mei 1817 werd als eerste verzetsdaad de postprauw bij Porto geplunderd. Pattimura en zijn opstandelingen namen vervolgens Fort Duurstede in, het Nederlandse fort ter plaatse, waarbij de resident, zijn echtgenote, jongste drie kinderen en de gouvernante van het gezin samen met het garnizoen van 19 soldaten werden vermoord. Het oudste kind, de zesjarige Jean Lubbert, werd voor dood achtergelaten, overleefde en werd uiteindelijk gevangengenomen door de opstandelingen. Pattimura gaf op uitdrukkelijk verzoek van een inlander toestemming hem in leven te houden. Een Nederlands detachement van 242 soldaten dat vanaf Ambon naar Saparua werd gestuurd werd vrijwel uitgemoord. Pattimura droeg later de epauletten van de eveneens vermoorde commandant van deze expeditie, majoor Beetjes. Na een half jaar stuurden de Nederlanders twee militaire expedities. De inlanders werden verslagen en Pattimura werd op 12 november 1817 gevangengenomen. Op 16 december 1817 werd hij opgehangen. Jean Lubbert werd gedwongen de executie bij te wonen.

Pattimura werd in 1973 door de Indonesische regering tot nationale held aangewezen. Elk jaar op 15 mei is het Pattimura-dag. Nabij de plek waar hij opgehangen werd, staat een standbeeld van hem.

Vernoemingen[bewerken]