Paul Woei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Paul Woei (familienaam voluit: Woei A Tsoi) (Paramaribo, 31 mei 1938) is een Surinaams beeldend kunstenaar en fotograaf. Hij behoort tot de succesvolle generatie die rond 1960 begon op te komen van onder anderen Erwin de Vries, Rudi Getrouw en Ruben Karsters.

Paul Woei volgde tekenlessen in Hongkong (1948-1952), de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1957-1959), de Normaalschool voor Tekenleraren in Amsterdam (1959-1961) en studeerde modeltekenen en boetseren aan de Vrije Academie in Den Haag (1961). In 1966 keerde hij terug naar zijn geboorteland.

Woei maakt zowel beelden in hout en brons, als schilderijen (olieverf, aquarellen) en tekeningen in pastel en potlood. Hij legde zich toe op het vastleggen van de natuur en het volk van zijn land, en maakte vooral indruk met een lange reeks werken waarin hij de bovenlandse Indianen en hun cultuur vastlegde in heldere kleuren. Zowel in sculpturen als schilderijen en schetsen gaf hij vele variaties van figuren in een hangmat. Daarnaast maakte hij stadsgezichten, vele portretten en naakten. Bij Paul Woei gaat het niet primair om de expressie van het eigen innerlijk, maar om de liefdevolle, exacte, vakbekwame vastlegging van wat hij ziet.

Van het werk van Woei zijn talloze solo-exposities gemaakt en hij nam deel aan evenzoveel groepsexposities. In 1983 werd hij uitgezonden naar de Biënnale van São Paulo. Zijn werk bevindt zich in collecties over de gehele wereld, maar met name in Suriname, de Verenigde Staten, China, Nederland en België.

Paul Woei schreef ook het literaire verhaal Granbori (Een dag op de Tapanahony), verschenen in de bundel I sa man tra tamara!? (Amsterdam: De Bezige Bij, 1972).

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]