Paul Yü Pin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Paul Yü Pin
Paul kardinaal Yü Pin
Paul kardinaal Yü Pin
Kardinaal van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen kardinaal
Rang kardinaal-priester
Ambt aartsbisschop van Nanking
Titelkerk Gesù Divin Lavoratore
Creatie
Gecreëerd door paus Paulus VI
Consistorie 28 april 1969
Kerkelijke carrière
1928 Priesterwijding
1933-1936 Inspecteur katholiek onderwijs in China
1936 Titulair bisschop van Sozusa in Palaestina
1946 Aartsbisschop van Nanking
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Paul Yü Pin (于斌; Hanyu pinyin: Yu Bin), (Hai-lun, 13 april 1901Rome, 16 augustus 1978) was een Chinees geestelijke en kardinaal van de Katholieke Kerk.

Yü Pin studeerde in Shanghai en Rome, Perugia en Jilin. Hij werd op 22 december 1928 priester gewijd. Van 1929 tot 1933 werkte hij als professor in Rome. Van 1933 tot 1936 was hij inspecteur van het katholieke onderwijs in China. In 1936 benoemde paus Pius XI hem tot titulair bisschop van Sozusa in Palaestina en tot apostolisch administrator van Nanking. In 1946 werd hij door paus Pius XII benoemd tot eerste aartsbisschop van Nanking. Hij moest evenwel al spoedig - onder druk van het maoïstische regime - het land verlaten. Hij was nu aartsbisschop in ballingschap. Hij vestigde zich aanvankelijk in de Verenigde Staten waar hij zich inzette voor andere gevluchte Chinezen. Later ging hij naar Taiwan, waar hij uiteindelijk rector magnificus van de Katholieke Fu Jen Universiteit werd. Yü Pin nam deel aan het Tweede Vaticaans Concilie. Tijdens het consistorie van 28 april 1969 creëerde paus Paulus VI hem kardinaal-priester. De Gesù Divin Lavoratore werd zijn titelkerk.

Tijdens de begrafenismis voor paus Paulus VI werd de kardinaal plotseling onwel. Hij werd naar het klooster gebracht waar hij verbleef.[1] Enkele dagen later overleed hij aan de gevolgen van wat vermoedelijk een hartaanval geweest was. De requiemmis werd gehouden in de Sint-Pietersbasiliek en werd bijgewoond door vijfennegentig kardinalen die al in Rome waren in verband met het ophanden zijnde conclaaf.[2]