Pauselijke Zoeaven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Pauselijke Zoeaven
Zoeavenuniformen in het Belgisch Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Oprichting 1 januari 1861
Ontbinding 21 september 1870
Land Emblem of the Papacy SE.svg Kerkelijke Staat
Krijgsmachtonderdeel Infanterie
Organisatie regiment
Aantal 11.000
Kleur Blauw en rood
Commandanten kolonel M. Allet
Douwe en Matthijs Walta uit Workum, twee Nederlandse zoeaven van paus Pius IX in 1870.
De broers Charette de la Contrie, "musketiers van de paus"

De Pauselijke Zoeaven (Italiaans: Zuavi Pontifici) waren een infanterie-eenheid van de Kerkelijke Staat (1861-1870) als antwoord op interne instabiliteit en op de Risorgimento, de beweging die Italië wilde verenigen. In het kader van deze Risorgimento werd de kerkelijke staat bedreigd door aanvallen die werden geleid door Victor Emanuel II, koning van Sardinië, en diens bondgenoot Giuseppe Garibaldi, een liberaal en nationalist die streefde naar de scheiding van kerk en staat.

Ook interne instabiliteit vormde een grote bedreiging voor het voortbestaan van de Kerkelijke Staat. In het Revolutiejaar 1848 waren er opstanden die leidden tot de Romeinse Republiek (1849). Franse legers hielpen de Paus toen weer in het zadel.

Om deze dreigingen het hoofd te bieden, riep Paus Pius IX de gehele katholieke wereld op om jonge, ongehuwde mannen te zenden om als vrijwilliger dienst te doen in dit legeronderdeel. Het vormde samen met de Zwitserse Garde het leger van de Kerkelijke Staat.

Oorsprong[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Zoeaven voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Zoeaven vormden vanaf 1831 een Frans legeronderdeel. Pius IX had een oproep aan de gehele katholieke wereld gedaan om jonge, ongehuwde mannen te zenden om hem bij te staan teneinde de dreigende verovering van Rome te voorkomen. De snit van hun uniformen was bijna gelijk aan die van de Franse zoeaven, zij het dat tuniekjasje en broek waren uitgevoerd in grijs met rode biezen. Als hoofddeksel droegen de pauselijke troepen een kepie - een fez werd gezien als te islamitisch voor de katholieke strijders.

De Pauselijke Zoeaven ontstonden uit de Franco-Belgische Tirailleurs, een eenheid opgericht in 1860 door Christophe Léon Louis Juchault de Lamoricière.[1] Vanaf 1 januari 1861 kreeg ze de nieuwe benaming Pauselijke Zoeaven.[2] De naam was bedacht door Frédéric-François-Xavier Ghislain de Merode.[3]

Samenstelling[bewerken]

Het regiment Zuavi Pontifici ("Zoeaven van de Paus") bestond uit katholieke vrijwilligers die onder de regering van paus Pius IX de Kerkelijke Staat verdedigden tegen de Risorgimento. Het ging vooral om jonge, ongehuwde, Rooms-katholieke mannen.

In totaal kende het regiment zo'n 11.000 man en de samenstelling was erg internationaal. In mei 1868 telde het 4.592 mannen, waarvan 1.910 Nederlanders, 1.301 Fransen, 686 Belgen, 157 Romeinen, 135 Canadezen, 101 Ieren, 87 Pruisen, 50 Engelsen, 32 Spanjaarden, 22 Duitsers, 19 Zwitsers, 14 Amerikanen, 14 Napolitanen, 12 Modenezen, 12 Polen, 10 Schotten, 7 Oostenrijkers, 6 Portugezen, 6 Toscanen, 3 Maltezen en twee Russen.[4] Alle bevelen werden gegeven in het Frans en de commandant was de Zwitserse kolonel M. Allet.[5]

Inzet[bewerken]

Zouavenmonument op de begraafplaats van Verano te Rome. Opgericht door Pius IX in 1867 om de Slag bij Mentana van datzelfde jaar te herdenken

Van 1861 tot 1866 probeerden de zoeaven Garibaldi's troepen te verjagen of binnenlandse opstanden te onderdrukken. De strijd tegen de Italianen concentreerde zich op twee momenten: De Italiaanse campagne van 1867 die uitmondde in de Slag bij Mentana, en de Inname van Rome door de Italianen.

Campagne van 1867 en de Slag bij Mentana[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Slag bij Mentana voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eind 1866 werden de Franse troepen, die tot dan de Paus hadden ondersteund, uit Rome weggehaald. In 1867 ondernam Garibaldi een expeditie en trof de Pauselijke Zoeaven in Montelibretti en later ook in Monterotondo. Intussen rebelleerde de bevolking van Rome, een opstand die het Pauselijk leger onderdrukte voordat Garibaldi daar arriveerde. Eenmaal bij Rome wachtte Garibaldi op het uitbreken van nog een opstand. Die kwam niet meer. Intussen ontscheepten de Fransen weer hun troepen. Gesteund door de Fransen kon het Pauselijk leger bij Mentana met succes een aanval op de troepen van Garibaldi uitvoeren. Zij versloegen de Italianen op 3 november 1867.

Inname van Rome[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Inname van Rome voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 5 augustus 1870 riep Frankrijk zijn troepen terug, omdat het zojuist de oorlog had verklaard aan Pruisen. Toen na de Val van Sedan op 1 september 1870 het Tweede Franse Keizerrijk ineenstortte, had Italië niets meer te vrezen van het Franse leger. Rome werd op 20 september 1870 door de Italianen ingenomen. Een dag later werd het pauselijk leger van de zoeaven ontbonden en werden de soldaten huiswaarts gestuurd.

Verliezen[bewerken]

Onder de vrijwilligers die dienden bij de Pauselijke Zoeaven stierf tussen 1861 en 1870 ongeveer 5%.[6]

In de slag bij Mentana verloren de Pauselijke Zoeaven 144 manschappen, de Fransen 38. Dat is fors minder dan de verliezen aan Italiaanse zijde: Het leger van Garibaldi telde 1100 doden en gewonden, en 800-1000 Italianen werden gevangengenomen.[7][8] Bij de inname van Rome leden de Pauselijke Zoeaven met 19 doden opnieuw minder verliezen dan de Italianen die 49 man verloren.

Verruit het grootste deel van de Pauselijke Zoeaven die omkwamen (78%), kwamen om door ziekten. Belangrijkste doodsoorzaken waren cholera, pokken, buiktyfus en malaria.[6] Een groot deel van deze doden had voorkomen kunnen worden met goede hygiëne (cholera, buiktyfus), vaccinatie (het pokkenvaccin bestond toen al lange tijd) en verzorging (malaria).

Van de 1634 Belgische zoeaven worden de verliezen geschat op ongeveer 120 man, een twintigtal tijdens de gevechten en de rest door ziekte of ongeval.

Nederland[bewerken]

Standbeeld ter herinnering aan de gevallen zoeaven tijdens de strijd om de Kerkelijke Staat. Centraal staat paus Pius IX, met aan zijn voeten een omgekomen zoeaaf. Het beeld bevindt zich in Oudenbosch. Het opschrift luidt: In Memoriam Neerlands Kath. Zonen Gesneuveld in de Verdediging van Petrus' Erf

De Nederlanders gingen eerst naar Amsterdam, het aanmeldpunt, en vervolgens naar de West-Brabantse plaats Oudenbosch, het verzamelpunt. De pastoor van Oudenbosch, pastoor Hellemons, bijgenaamd de zoeavenpastoor, bood een groot aantal van hen onderdak in Pensionaat Saint Louis om daar voor hun uitzending naar Rome een eerste oefening te ondergaan. Daarna vertrokken ze per trein naar Marseille.

De zoeaven waren de pauselijke zaak volledig toegewijd maar ze bleken onvoldoende getraind en moesten uiteindelijk, geconfronteerd met een Italiaanse overmacht, de strijd staken. Veel van de naar Nederland terugkerende zoeaven raakten hun staatsburgerschap kwijt, omdat ze in vreemde krijgsdienst waren getreden zonder hiervoor toestemming aan koning Willem III te vragen.

Als blijvende herinnering aan de zoeaven bouwden de Oudenbosschenaren onder de leiding van pastoor Hellemons de Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara, een nabootsing van de grote Sint-Pietersbasiliek te Rome, met een standbeeld van de zoeaven op het voorplein. In de jaren van het "Rijke Roomsche Leven", pakweg de tweede helft negentiende- tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw, zouden veel oud-strijders met hun aanwezigheid in zoeavenuniform hoogmissen en processies blijven opluisteren. De laatste Nederlandse zoeaaf overleed kort na de Tweede Wereldoorlog.

De herinnering aan de zoeaven wordt door enkele Oudenbosschenaren levend gehouden, doordat zij in een zoeavenuniform kerkelijke vieringen opluisteren. Verder is er een zoeavenmuseum in Oudenbosch, gevestigd in het oude gemeentehuis van Oudenbosch aan de Markt. Een andere verwijzing naar de zoeaven is de voetbalvereniging De Zouaven te Grootebroek. Deze vereniging dankt haar naam aan een als zoeaaf omgekomen plaatsgenoot, Pieter Janszoon Jong. In het naastgelegen Lutjebroek heet de hoofdstraat de P.J. Jongstraat. Hier staat ook de St. Nicolaaskerk met in de gevel beeld van Pieter Janszoon Jong. In Tilburg bestaat de Zouavenlaan. Ook enkele zijstraten daarvan zijn naar Tilburgse zoeaven genoemd, namelijk het Antoine Artsplein, de Luitenant Wilsstraat de Luitenant Looijmansstraat en de Baron van Lamsweerdelaan. In America (Limburg) bestaat de Zouavenstraat.

Monumenten[bewerken]

Onder de monumenten voor de Pauselijke Zoeaven is het museum bij de Oudenbosch Basiliek,[9] een kapel in de crypte van Santa Maria della Concezione dei Cappuccini en een herdenkingsteken in Sint-Jan-van-Lateranen.[10]

Bronnen en noten[bewerken]

  1. Joseph Powell, Two Years in the Pontifical Zouaves, London, R. Washburne, 1871, p. 1
  2. Joseph Powell, Two Years in the Pontifical Zouaves, p. 2
  3. The Last Crusade, John Rao
  4. (1944–45). Canadian and American Zouaves in the Papal Army, 1868–1870 (PDF). CCHA Report 12: 83-102 at 83 . Geraadpleegd op July 26, 2014.
  5. Joseph Powell, Two Years in the Pontifical Zouaves, p. 287
  6. a b Guenel, J. (1995) Health services, morbidity and mortality in the regiment of the Papal Zouaves in Italy (1861-1870) in Histoire des Sciences Médicales 1995;29(3):261-9
  7. Bruce, George (1979) Harbottle's dictionary of Battles (2nd. revised edition) Granada, London: 303 pp. ISBN 0-246-11103-8
  8. Dupuy R.E. & Dupuy T.N. (1993) The Collins Encyclopedia of Military History (4th. edition) Harper Collins, NY: 1654 pp.
  9. Zouavenmuseum
  10. Roman Miscellany.