Paviljoen Welgelegen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paviljoen Welgelegen
Paviljoen Welgelegen panoramanorama 1.JPG
Locatie Haarlemmerhout, Haarlem
Coördinaten 52° 22′ NB, 4° 38′ OL
Oorspr. functie landhuis
Huidig gebruik provinciehuis
Start bouw 1785
Bouw gereed 1789
Bouwstijl Lodewijk XVI-stijl
Monumentstatus rijksmonument
Architect Dubois uit Dendermonde en Michel de Triquetti of Abraham van der Hart
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Welgelegen, kopergravure uit 1815 van F.C. Bierweiler

Paviljoen Welgelegen is een landhuis, gebouwd in 1785-1789 in neoclassicistische stijl, aan de Paviljoenslaan bij de Haarlemmerhout in Haarlem. Het heeft verschillende functies gehad en is sinds 1930 het provinciehuis van Noord-Holland.

Bouw[bewerken]

Voordat Landhuis Welgelegen gebouwd werd, stond er op dezelfde plek een kleiner pand met de naam Hofstede Welgelegen. Dit pand werd gesloopt in opdracht van Hope, die een statig pand wilde laten verrijzen.

Het symmetrische landhuis werd, in opdracht van de rijke Amerikaans/Amsterdamse bankier Henry Hope, gebouwd in de neoclassicistische Lodewijk XVI-stijl. Het is misschien ontworpen door de architecten Dubois uit Dendermonde en Michel de Triquetti. Ook de naam van Abraham van der Hart wordt genoemd. De bouw startte in 1785 en werd in 1789 voltooid. De architecten werden mogelijk[bron?] geïnspireerd door het Hôtel de Salm in Parijs, gebouwd in opdracht voor de Rijngraaf Van Salm.

Henry Hope gebruikte het pand vooral om zijn kunstcollectie tentoon te stellen; het interieur van Landhuis Welgelegen herinnert nog aan deze functie. Ook zijn op de binnenplaats van het Landhuis nog enige beelden te vinden. In 1794 verliet de koningsgezinde Hope Welgelegen richting Engeland. Hij was op de vlucht voor de Franse troepen onder leiding van Jean-Charles Pichegru.

Franse tijd[bewerken]

Napoleon Bonaparte benoemde na zijn overwinning broer Lodewijk Napoleon tot koning van Nederland. Lodewijk vestigde zich in Haarlem en Utrecht. Op 20 augustus 1808 kocht hij Welgelegen, dat hij van Landhuis omdoopte in Paviljoen Welgelegen. Zo heet het vandaag de dag nog steeds en de weg langs de voorzijde van het huis draagt de naam Paviljoenslaan. Het gebouw werd bestemd voor de kunstcollectie van levende meesters.[1] Het is niet duidelijk of Lodewijk er is blijven wonen, tot 1810, het jaar waarin hij afstand deed van de troon. Het pand werd eigendom van de 'Kroon van Frankrijk'.[bron?] In 1813 - na de Franse tijd in Nederland - kwam het pand in handen van het Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden, later het Koninkrijk der Nederlanden.

Musea[bewerken]

Vanaf 1814 tot haar dood in 1820 werd het huis bewoond door prinses Wilhelmina van Pruisen. Omdat het pand nogal wat gebreken vertoonde en duur was in onderhoud, wilde de Staat het pand eigenlijk afstoten. Koning Willem I besloot echter anders en gaf het pand een museale functie. Van 1827 tot 1885 was in Welgelegen het Museum van Levende Nederlandsche Meesters gevestigd waarvan een deel van de collectie uit het Rijksmuseum van Schilderijen en het Koninklijk Kabinet van Schilderijen werd tentoongesteld. De eerste directeuren waren Johan Steengracht van Oostcapelle vanuit het Koninklijk Kabinet en Cornelis Apostool vanuit het Rijksmuseum. De schilderijen werden daarna ondergebracht in het net geopende Rijksmuseumgebouw. Andere musea die in het Paviljoen waren gevestigd, waren het Geologisch Museum (1853-1864), het Koloniaal Museum (1871-1923), het Museum voor Kunstnijverheid (1877-1926) en het Fotografisch Museum (1913-ca.1918).

In 1881 vestigde de Maatschappij ter bevordering van Nijverheid en Handel zich in het pand. In het koetshuis bevond zich vanaf 1880 tot 1928 de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten.

Provinciehuis[bewerken]

De vergaderzaal van het Provinciehuis.

Het Paviljoen kwam op 17 juni 1930 in handen van de Provinciale Staten van Noord-Holland. In 1942 werden de historische vertrekken van het huis gesloten voor het publiek en sindsdien doet het huis 'alleen' nog dienst als Provinciehuis. Het voormalig koetshuis is gesloopt, hier kwam in de jaren vijftig de nieuwbouw van het provinciehuis. De nieuwe vleugel - die enigszins afbreuk doet aan het historisch karakter van het gebouw - is te vinden aan de Dreef aan de westkant van het provinciehuis. De enige grote wijziging onderging de voormalige muziekkamer: deze veranderde van vorm en werd langwerpig ovaal. In deze zaal vergaderen de Gedeputeerde Staten. Na een restauratie in 2009 werden in het provinciehuis kroonluchters opgehangen van Michel van Overbeeke.

Expositieruimte[bewerken]

Een gedeelte van Paviljoen Welgelegen is tijdens werkdagen publiek toegankelijk en omvat verscheidende expositieruimten met een vaste tentoonstelling over de historie van het gebouw en Dreef-exposities met hedendaagse kunst. De stijlkamers zijn te bezichtigen via een rondleiding op afspraak.

Tuin[bewerken]

Herdenkingsbeeld van de Dakotaramp, in de tuin

Voor het paviljoen zijn twaalf 18e-eeuwse loden beelden gemaakt door de Italiaanse beeldhouwer Francesco Righetti (1749-1819). Hiervan zijn er nog zeven over. Zij stellen voor: Amor, Apollo, Mercurius, Euterpe, Ganymedes met adelaar, Bacchus en Amphelos (een satyr). Het zevende kunstwerk is een beeldengroep die de Laocoöngroep voorstelt, een kopie van het marmeren beeld dat in de Vaticaanse Musea te Rome staat. In 2005 besloten Gedeputeerde Staten ze aan het Rijksmuseum te schenken, omdat ze in slechte staat verkeerden en niet langer in de open lucht mochten staan. Het Rijksmuseum heeft ze gerestaureerd en na de voltooiing van de verbouwing in het Atrium gezet. In de tuin van Welgelegen staan sinds 2009 bronzen afgietsels van de beelden.[2]

In de tuin staat ook een monument ter herdenking van de Dakotaramp van 25 september 1996. Een Douglas DC-3 Dakota stortte toen neer in de Waddenzee en alle 32 inzittenden, waaronder veel medewerkers van de provincie, kwamen om het leven.

Literatuur[bewerken]

  • F.W.A. Beelaerts van Blokland [et al.]: Paviljoen Welgelegen 1789-1989. Van buitenplaats van de bankier Hope tot zetel van de provincie Noord-Holland. Schuyt, Haarlem, 1989. ISBN 90-6097-249-X