Peranakan-Chinezen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peranakan-Chinezen
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 峇峇娘惹
Vereenvoudigd 峇峇娘惹
Hanyu pinyin bābāniángrě
Jyutping (Standaardkantonees) baa1 baa1 noeng4 je5
Yale (Standaardkantonees) ba1 ba1 neung4 ye5
Minnanyu Bā-bā Niûⁿ-liá
Peranakan-Chinezen
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 土生華人
Vereenvoudigd 土生华人
Hanyu pinyin tǔshēng huárén
Jyutping (Standaardkantonees) tou2 saang1 waa4 jan4
Yale (Standaardkantonees) tou2 saang1 wa4 yan4
Andere benamingen Baba dan Nyonya (Maleis)
Peranakan-Chinezen
Totale bevolking Ongeveer ? miljoen.
Verspreiding Vlag van Maleisië Maleisië: 236.918

Vlag van Indonesië Indonesië: ? miljoen
Vlag van Singapore Singapore: ?
Vlag van Nederland Nederland: 18.000 (2010)[1]

Taal Maleis, Engels, Baba-Maleis en in mindere mate Minnanyu.
Geloof boeddhisme, daoïsme, confucianisme, voorouderverering en

Chinese volksreligie

Verwante groepen Han-Chinezen, autochtone Maleisiërs, Indiase Maleisiërs, Thailand
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Peranakan-Chinezen is de term die gebruikt wordt om de eerste Chinezen in Nusantara (Indische Archipel), die het huidige Singapore, Maleisië en Indonesië omvat, aan te duiden. De Peranakan-Chinezen hebben vele Maleise gebruiken overgenomen om te assimileren in de lokale gemeenschappen.[bron?]

Peranakan wordt ook gebruikt om Arabische Indonesiërs te beschrijven, maar Chinese Indonesiërs zijn anders. In het Maleis en Indonesisch betekent het woord peranakan "afstammelingen". De cultuur van de Chinese Indonesiërs is wat meer Chinees dan Maleis.

Baba verwijst naar de mannelijke afstammelingen van de eerste Chinezen in Nusantara en de Nyonya de vrouwelijke. Het woord nyonya (ook gespeld als nonya) kan misschien zijn afgeleid van het Portugese woord dona, dat "vrouw" betekent.

Geschiedenis[bewerken]

In de 15e eeuw kwamen eerste Chinezen in de Indische Archipel aan. Later, aan het einde van de Ming-dynastie, kwamen nog meer Chinezen die later als Peranakan-Chinezen werden beschouwd. De meerderheid van de Peranakan-Chinezen kwamen oorspronkelijk uit de Chinese provincies Fujian en Guangdong. De Peranakan-Chinezen spreken het Indonesisch/Maleis, Baba-Maleis en soms Minnanyu. Een groot deel van de Peranakan-Chinezen is boeddhist. De rest is islamitisch of christen.

Tijdens de onafhankelijkheid van Indonesië en vanwege de Anti-Chinese rellen in de decennia erna zijn veel Peranakan-Chinezen Indonesië ontvlucht. Een deel van hen is naar Nederland gekomen.

Organisaties[bewerken]

De Peranakan-Chinezen in de wereld hebben eigen verenigingen. Voorbeelden zijn de Peranakan Association of Singapore, de Gunung Sayang Association en de Vriendenkring Lian Yi Hui.

Peranakan-Chinezen uit Indonesië in Nederland[bewerken]

De eerste Peranakan-Chinezen kwamen in de eerste jaren van de twintigste eeuw naar Nederland om te studeren. Voor de Eerste Wereldoorlog studeerden ongeveer 50 peranakan studenten in Nederland, en in de jaren 20 en 30 groeide hun aantal tot een jaarlijks gemiddelde van ongeveer 150 personen. Velen volgden een rechtenstudie aan de Universiteit Leiden, maar ook medicijnen in Amsterdam, technische studies in Delft en economie in Rotterdam waren populair.

In 1911, richtten peranakan studenten de Chinese vereniging Chung Hwa Hui (CHH) op, in navolging van Tiong Hoa beweging in Nederlands-Indië en de opkomst van de Kwomintang in China. Kennelijk voelden zij zich niet aangetrokken tot de Indische Vereeniging die drie jaar daarvoor was opgericht. De CHH zag het als haar taak om de Chinese studenten op te vangen, en om gezelligheid en eventueel financiële en praktische steun te bieden. In elke grote universiteitsstad was een afdeling en er waren diverse subcommissies.[2]

In de periode 1945-1959 vestigde zevenentwintig procent van de Indonesische Peranakan-Chinezen zich in Nederland. In de periode 1960-1969 achtenveertig procent en in de periode 1970-1979 tweeëntwintig procent. Slecht drie procent kwam in de jaren tachtig naar Nederland.

De oudere generatie Peranakan-Chinezen in Nederland gekenmerkt zich door het hoge opleidingsniveau. Zij kwamen uit families die vóór de onafhankelijkheid van Indonesië zeer rijk waren. Alleen de rijkere Peranakan-Chinezen konden de reis naar Nederland betalen. Meer dan de helft heeft een hogere of universitaire opleiding genoten, terwijl vijfenveertig procent van hen een middelbare opleiding achter de rug heeft. Het percentage mannen met een hogere of universitaire opleiding is met eenenzeventig procent aanzienlijk hoger dan bij de vrouwen (33%). Dit is zeer hoog vergeleken met autochtone Nederlanders. Bij de oudere autochtone Nederlanders heeft een derde van de mannen en ruim de helft van de vrouwen niet meer dan een lagere schoolopleiding gevolgd.

Door de goede opleiding van de oudere Peranakan-Chinezen beheersen ze het Nederlands zeer goed in vergelijking met andere allochtone groepen. Anno 2008 spreekt nog maar veertig procent van de oudere Peranakan-Chinezen een Indonesisch of Chinees dialect.

De Peranakan-Chinezen die in de jaren zeventig naar Nederland kwamen om een studie te volgen, beheersten het Nederlands niet altijd optimaal. Dat kwam omdat zij in hun jeugd geen Nederlands op school leerden.

De eerste en tweede generatie Peranakan-Chinezen in Nederland heeft nog grotendeels het beroep van tandarts. Andere veelvoorkomende beroepen zijn advocaat, orthodontist en arts.