Perhimpoenan Indonesia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Perhimpoenan Indonesia (PI) was een studentenvereniging voor Indonesische studenten in Nederland. De vereniging heeft een aantal bekende leden gehad, waaronder de vooraanstaande Indonesische politici Mohammed Hatta, Ali Sastroamidjojo, Soetan Sjahrir en Roestam Effendi. De PI was een van de eerste clubs in Nederland én Nederlands-Indië die streefde naar volledige onafhankelijkheid van 'Indonesië' - tot dan toe een term uit de taalkunde. Als zodanig heeft ze relatief veel aandacht gekregen van historici.[1]

Geschiedenis[bewerken]

De Perhimpoenan Indonesia werd opgericht in 1908 onder de naam Indische Vereeniging en was aanvankelijk vooral een gezelligheidsvereniging. Na de Eerste Wereldoorlog politiseerde de vereniging en veranderde ze haar naam naar Indonesische Vereeniging (vanaf 1922) en Perhimpoenan Indonesia(letterlijke vertaling in het Bahasa Indonesia vanaf 1925). Vanaf dat moment was ze een anti-koloniale, nationalistische organisatie, met een sterke anti-kapitalistische inslag. Dat kwam het sterkste naar voren in haar tijdschrift Indonesia Merdeka (Indonesië Vrij).

De beginselverklaring van 1924 luidde:

  1. ‘Slechts een zich één-voelend Indonesië, onderlinge groepsverschillen ter zijde stellend, kan de macht van de overheersching breken.
  2. Het gemeenschappelijke doel – de vrijmaking van Indonesië – eischt de totstandkoming van een zelfbewuste, op eigen kracht steunende nationalistische massa-actie.
  3. Deze actie is, gezien de dubbele overheersching van tweeërlei aard, staatkundig en economisch: een voorbereiding tot de politieke onafhankelijkheid en een stelling nemen tegen het draineerend uitheemsche kapitaal.'

Belangrijke studenten in de eerste helft van de jaren twintig waren Soetomo, Nazir Pamontjak, Mohammed Hatta en Achmad Soebardjo. Aan het eind van de jaren twintig en in de jaren dertig werden ook Soetan Sjahrir, Abdulmadjid Djojoadhiningrat en Roestam Effendi belangrijk.

Buitenlandse actie[bewerken]

De PI zag het als haar taak om steun te zoeken bij anti-koloniale en anti-imperialistische organisaties en bewegingen in andere delen van Europa, en om de misdaden van het Nederlandse kolonialisme in Indonesië bekendheid te geven in het buitenland. Door 'ambassadeurs' naar Parijs, Brussel en Berlijn te sturen kwam ze met vooraanstaande activisten en anti-koloniale bewegingen in contact, waaronder Jawaharlal Nehru van het Indian National Congress, Messali Hadj van de Algerijnse Étoile Nord-Africaine, en activisten van de Chinese Kuomintang. Ook waren Indonesische studenten aanwezig bij het pacifistische Congrès Democratique International dat in augustus 1926 plaatsvond in het Noord-Franse Bierville, en bij de congressen van de Liga tegen Imperialisme na februari 1927 in Brussel. Met name Mohammed Hatta verkreeg hier veel bekendheid en een uitgebreid internationaal netwerk.[2]

Vervolging van de studenten[bewerken]

Gealarmeerd door de buitenlandse activiteiten van de PI en contacten met de communistische Comintern besloten de Nederlandse autoriteiten in 1927 in te grijpen en een aantal studenten aan te klagen voor opruiing in Indonesia Merdeka. Op 10 juni 1927 vonden er huiszoekingen plaats in Leiden en Den Haag, waarbij grote hoeveelheden documenten in beslag genomen werden. Vervolgens werden 23 september Mohammed Hatta, Ali Sastroamidjojo, Abdoelmadjid Djojoadhiningrat en Nazir Pamontjak gearresteerd en aangeklaagd. De rechtszaak, die pas in maart 1928 plaatsvond, leidde tot vrijspraak. Het leverde de studenten veel publiciteit op en bekendheid in Nederland én Nederlands-Indië. De brochure 'Indonesië Vrij' die Hatta schreef in zijn cel werd een veelgelezen pamflet.

Communistische wending[bewerken]

Desalniettemin betekende het ook dat veel studenten terugschrokken voor verdere actie. Kwijnend in ledenaantal en activiteit werd de vereniging uiteindelijk in 1931 overgenomen door een groep communistische Indonesische studenten, onder leiding van Abdulmadjid Djojoadhiningrat. Vooraanstaande nationalisten, waaronder Hatta en Sjahrir, werden uit de vereniging gezet en de PI veranderde feitelijk in een mantelorganisatie van de Communistische Partij Holland.

In 1933 werd PI-voorzitter Roestam Effendi als eerste Indonesiër gekozen tot lid van de Tweede Kamer voor de CPH.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen tientallen PI-leden deel aan het verzet tegen het fascisme.[3]