Perron (platform)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzicht van verschillende configuraties van perrons. Een eilandperron is in dit diagram aangegeven met nummers 3 en 4
Perron op het station van de Duitse plaats Bad Sulza.
Perron 1 op het station Dordrecht.

Een perron is een platform bij een halte, een metrostation of een spoorwegstation dat het reizigers makkelijker maakt om in een bus, tram, metro of trein te stappen.

Hoogte[bewerken]

De hoogte van het perron wordt gemeten tot de kop van de spoorstaaf. In veel Europese landen geldt volgens EU-richtlijnen een perronhoogte van 550 of 760 mm. In Nederland werd eerder een standaardhoogte van 840 mm aangehouden, maar vanwege de Europese standaard wordt dit gewijzigd in 760 mm.

De vloer van de meeste treinen is hoger dan 760 mm, zodat reizigers meestal een hoogteverschil moeten overbruggen. Bij lighttrains als de LINT en Talent is de vloer op gelijke hoogte met de Europese norm van 760 mm. De Spurts van Arriva zijn als eerste speciaal aangepast aan de Nederlandse perronhoogte. De perrons in Noord-Nederland bleken niet allemaal even hoog te zijn, waardoor bij de komst van de Spurt toch problemen optraden.[1]

In België komen zowel hoge als lage perrons voor. Zelfs in grotere stations komen nog lagere perrons voor (bijvoorbeeld Antwerpen-Berchem, Gent-Sint-Pieters, en op het traject Luik - Luxemburg). In Tsjechië en in de zeer kleine stations van Duitsland komt het voor dat een perron geheel ontbreekt; de reizigers wandelen over het spoor naar de trein. De hierdoor ontstane hoge opstap kan zowel voor mindervalide reizigers als voor reizigers met veel bagage een (groot) probleem vormen.

Lengte[bewerken]

De lengte van een treinperron bepaalt de maximale lengte van de reizigerstrein die er kan stoppen. Een trein die op elk station aan een lijn stopt mag dus net langer zijn dan het kortste perron dat op die lijn voorkomt.

Een perronlengte van 320 meter is geschikt voor de meeste Nederlandse intercitytreinen (tot 12 bakken). De meeste stoptreinstations kennen kortere perrons. Langere perrons komen ook voor - het langste perron in Nederland bevindt zich in Sittard en is 700 meter lang.[2] Lange perrons zijn doorgaans onderverdeeld in een a- en b-zijde (soms ook een c-zijde), zodat er twee treinen tegelijk kunnen stoppen. Het spoor wordt dan meestal in tweeën gedeeld met een (kruis)wissel, waardoor de treinen los van elkaar via het naastliggende spoor kunnen arriveren en vertrekken.

Vertrekken er treinen waarin plaatsen gereserveerd zijn, dan is een perron vaak verdeeld in vakken, aangeduid met een hoofdletter. Elk vak is ongeveer even lang als een spoorrijtuig. Vooraf wordt dan (met een bord op het perron of met de omroepinstallatie) bekendgemaakt bij welk vak het rijtuig met een bepaald nummer stopt, zodat de vertrekkende reizigers meteen op de juiste plek van het perron kunnen gaan wachten.

Als een stoptrein uitvalt, kan soms worden besloten dat de eerstvolgende intercity of sneltrein op ieder station stopt. Daarbij kan de geringe perronlengte van kleinere stations problematisch zijn. In dat geval zal de conducteur aan uitstappende reizigers vragen om tijdig door de trein naar voren te lopen.[bron?] Het spreekt vanzelf dat een dergelijke werkwijze niet mogelijk is als de trein uit treinstellen bestaat, waarbij het meestal niet mogelijk is door de trein te lopen.

Perron, spoor en platform[bewerken]

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen eilandperrons en zijperrons.

Zijperron[bewerken]

Een zijperron heeft maar aan een zijde een spoor. Bij grotere stations is vaak het eerste perron (direct achter het stationsgebouw) een zijperron, en pas aan de overzijde van de eerste sporen ligt dan een eilandperron.

Kleinere stations langs de vrije baan zijn vaak voorzien van zijperrons. Dat heeft het voordeel dat de sporen niet uit elkaar hoeven worden gelegd voor een perron, wat vooral opgaat bij stations die aan bestaande spoorlijnen worden gebouwd. Nadeel is dat er voor ieder perron een aparte ingang nodig is.

Eilandperron[bewerken]

Bij een eilandperron kunnen er aan beide zijden van een perron treinen stoppen. Hierdoor kunnen met een perron twee, of indien er zaksporen aanwezig zijn, zelfs meerdere sporen ontsloten worden.

1rightarrow blue.svg Zie eilandperron voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nummering[bewerken]

In het verleden gaven de spoorwegen aan vanaf welk perronnummer de treinen vertrokken. De reiziger moest bij een eilandperron uitzoeken aan welke zijde van het perron de trein vertrok. De spoorwegen geven het spoornummer aan, waarmee duidelijk is welke zijde van het perron bedoeld wordt. In de volksmond wordt 'perron' gezegd als 'spoor' wordt bedoeld; in dat geval duidt het woord 'perron' op de helft van een eilandperron.

Het Engelse woord 'platform' wordt gebruikt daar waar Nederlandstaligen 'spoor' zeggen. Ook hierbij wordt dus gedacht aan de helft van een perron.

Reisinformatie[bewerken]

De borden die aangeven welke trein er als volgende van een perron vertrekt, heten CTA's. In Nederland zijn de NS de mechanische aanwijzers vervangen door TFT-schermen, met daarop de eerst vertrekkende treinen. Op de perrons van onbemande stations en bij de ov-poortjes bevinden zich een of meerdere praatpalen.

Metro[bewerken]

Het perron van een metro of sneltram is 900 mm hoog (gemeten vanaf de kop van de spoorstaaf). Het meeste metromaterieel heeft een vloerhoogte die even hoog is. Hierdoor heeft een metro vrijwel altijd een gelijkvloerse instap.

Metroperrons van de Rotterdamse metro zijn doorgaans 120 meter lang zodat met maximaal vier gekoppelde metrostellen (Type T en B) kan worden gehalteerd. Dit is alleen mogelijk op de lijnen C en D. Perrons aan de sneltramlijnen van de Rotterdamse metro zijn doorgaans 90 meter lang, zodat hier met maximaal drie gekoppelde metrostellen kan worden gehalteerd. Het nieuwe materieel (Metrotype R), beschikt over een tussenbak en is daardoor ruim 12 meter langer dan het standaardmaterieel. Hierdoor zijn twee gekoppelde metrostellen met een lengte van 85 meter vergelijkbaar met drie gekoppelde metrostellen Type T en B. Met drie gekoppelde metrostellen halteren is niet mogelijk.

Bus en tram[bewerken]

Wielgeleidende trottoirband te Groningen.

Met de komst van de lagevloertram en -bus, werd het mogelijk een gelijkvloerse instap te creëren door de perrons iets te verhogen. De vloerhoogte van lagevloermaterieel is maximaal 34 centimeter. De hoogte van de geleidende trottoir rand is in Nederland vastgesteld op 18 centimeter. De meeste haltes bij tram- en HOV-lijnen zijn of worden daarom verhoogd naar ongeveer 30 centimeter. De bushaltes worden bijvoorbeeld opgehoogd in de provincie Utrecht.[3] Ook zijn veel bushaltes voorzien van wielgeleidende trottoirbanden wat halteren voor een buschauffeur gemakkelijker maakt.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Reizigers balen van haperende Spurttrein. Dagblad van het Noorden, 30 november 2006. Gearchiveerd op 06-10-2007.
  2. Nieuwsbericht ProRail over langste perron van Nederland
  3. Zeshonderd bushaltes aangepast voor rolstoelers. Reformatorisch Dagblad, 12 februari 2007
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek