Perth Cemetery (China Wall)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Perth Cemetery (China Wall)
Toegang tot de begraafplaats
Toegang tot de begraafplaats
Bouwjaar 1917
Locatie Zillebeke, Vlag van België België
Totaal aantal slachtoffers 2.791
Ongeïdentificeerde slachtoffers 1.369
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission
Ontwerper Edwin Lutyens

Perth Cemetery (China Wall) is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Zillebeke. De begraafplaats ligt 720 m ten noorden van het dorpscentrum ( Sint-Katharinakerk). Ze werd ontworpen door Edwin Lutyens en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Het terrein heeft een lange rechthoekige vorm, met aan het achterste deel een kleine verbreding, en een oppervlakte van 8.600 m². De begraafplaats wordt omgeven door een bakstenen muur. De Stone of Remembrance staat in de noordelijke hoek en het Cross of Sacrifice staat direct bij de ingang.

Er worden 2.791 doden herdacht waaronder 1.369 niet geïdentificeerde.

Geschiedenis[bewerken]

Langs de weg naar Ieper, nabij "Gorden House" werd de weg gekruist door een communicatieloopgraaf die liep van de spoorweg in zuidoostelijke richting naar "Halway House". Deze loopgraaf had een borstwering van zandzakken en werd "Great Wall of China" genoemd.

In november 1914 startten de Fransen met de aanleg van de begraafplaats en de Britse 2nd Scottish Rifles namen deze in juni 1917 over. Zij noemden de begraafplaats China Wall, naar de loopgraaf, Halfway House Cemetery of Perth; het Britse bataljon was immers deels ontstaan uit een regiment genoemd naar Perth. Tot oktober 1917 deed de ze dienst als frontlijnbegraafplaats en telde toen 130 graven. Pas na het einde van de oorlog werd de begraafplaats weer in gebruik genomen, toen meer dan 2.500 graven uit de slagvelden en uit andere begraafplaatsen werden overgebracht. Verschillende lagen begraven op Duitse begraafplaatsen. Er werden graven geconcentreerd uit Becelaere German Cemetery No. 1 (246th Reserve Infantry Regiment) en Reutel German Cemetery in Beselare, Nachtigall (or Rossignol, or Vieux-Chien) German Cemetery in Geluveld, St. Joseph German Cemeteryin Hooglede, Houthulst German Cemetery in Houthulst, Langemarck German Cemetery No. 7 (ook Totenwaldchen genoemd), Langemarck German Cemetery No. 8, Schreiboom German Cemetery en Weidendrift German Cemetery in Langemark, Keerselaerhoek German Cemetery en Wallemolen German Cemetery in Passendale, Hans Kirchner German Cemetery No. 2, Poelcapelle German Cemetery No. 2, Poelcapelle German Cemetery No. 3 en Treurniet German Cemetery in Poelkapelle, L'Eebbe Farm Cemetery in Poperinge, Keerselaere West German Cemetery, St. Julien Communal Cemetery en St. Julien East German Cemetery in Sint-Juliaan, Belgian Chateau Cemetery in Vlamertinge, Westroosebeke German Cemetery No. 2 in Westrozebeke, Manneken Farm German Cemetery No. 3 in Zarren, Durham Cemetery, Gordon House Cemetery No. 2, Ration Dump Burial Ground, Transport Farm Annexe en Trench Railway Cemetery in Zillebeke en Broodseinde German Cemeteries en Garter Point Cemetery in Zonnebeke.

Er liggen nu 2.791 militairen begraven waaronder 2.481 Britten (waarvan 1.269 niet geïdentificeerd konden worden), 147 Australiërs (waarvan 19 niet geïdentificeerd konden worden), 133 Canadezen (waarvan 77 niet geïdentificeerd konden worden), 23 Nieuw-Zeelanders (waarvan 4 niet geïdentificeerd konden worden) en 7 Zuid-Afrikanen.

Er liggen 108 slachtoffers van wie de graven op de oorspronkelijke begraafplaatsen door het oorlogsgeweld vernietigd werden. Zij staan in een ovaal rond 3 Duhallow Blocks [1] opgesteld. Achteraan op de begraafplaats staan Special Memorials[2] voor 25 Britten en 1 Canadees, van wie de graven verloren zijn gegaan, maar waarvan men verondersteld dat ze zich onder de naamloze graven bevinden.

Het Franse aandeel werd aanvankelijk uitgebreid tot 158 graven, maar deze werden later allemaal naar elders overgebracht.

Graven[bewerken]

  • Frederick Birks, Luitenant bij de Australian Infantry, 6th Bn. ontving het Victoria Cross (VC) voor zijn koelbloedig optreden bij het veroveren van vijandelijke stellingen. Hij werd tijdens een bombardement gedood op 21 september 1917, terwijl hij hielp bij het ontgraven van manschappen die bedolven waren door datzelfde bombardement. Hij was 23 jaar. Hij verkreeg eerder ook nog de Military Medal (MM).
  • William Henry Johnston, Majoor bij de 15th Infantry Brigade, Royal Engineers. Tijdens de opmars van de Duitse troepen gaf hij op 14 september 1914, niettegenstaande hij gewond was, blijk van volharding en moed bij het overbrengen van twee vlotten met munitie over de Aisne. Zo kon de vooruitgeschoven stelling van de troepen over de rivier, behouden blijven. Hiervoor ontving hij het Victoria Cross (VC). Hij sneuvelde tijdens een actie in Ieper op 8 juni 1915. Hij werd 35 jaar.
  • Victor Augustine Flower, luitenant-kolonel bij het London Regiment werd onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO).
  • B.H. Driver, majoor bij het The Queen's (Royal West Surrey Regiment) en Tom Cecil Noel, luitenant bij de Royal Air Force werden onderscheiden met het Military Cross (MC) waarbij laatstgenoemde de onderscheiding tweemaal heeft ontvangen. (MC and Bar).
  • soldaat Benjamin James Wyatt en de sergeant-majoors Thomas Linington Dallimore en Stephen Jackson ontvingen de Distinguished Conduct Medal (DCM), waarbij laatstgenoemde eveneens werd vereerd met de Military Medal (DCM, MM) .
  • verder ontvingen nog 19 militairen de Military Medal.
  • De begraafplaats telt zeven graven van Britse militairen die wegens desertie werden geëxecuteerd. Deze zijn: korporaal Frederick Ives (31 jaar), de soldaten George Roe (19 jaar), Thomas Harris (21 jaar), Thomas Docherty, Ernest Fellows (29 jaar), Louis Phillips (23 jaar) en Evan Fraser (19 jaar).[3]

Deze begraafplaats werd in 2009 als monument beschermd.[4]

Externe links[bewerken]